Recensie

De Bentley Continental haalt de duivel in je naar boven

Autotest De Continental zou voor de gentleman driver moeten zijn, maar Bas van Putten ziet een symbool van agressie.

De Bentley Continental GT bij Bentley Leusden Foto Merlijn Doomernik

Mijn zondeval voltrok zich zes jaar geleden tijdens de wereldberoemde Italiaanse Mille Miglia-rally, ons-kent-ons-parade voor onbetaalbare oldtimers en vermogende bestuurders. Met een twaalfcilinder Bentley Continental zou ik twee Bentley Blowers van het Bentley-fabrieksteam volgen, vooroorlogse monsters van vijf miljoen het stuk. Ik zag de missie met vertrouwen tegemoet; zij 200 pk, ik 625. Mijn bijrijder Wolfgang, de Duitse communicatiechef van Bentley en Bugatti, was een prima vent met wie je ook gewoon over cultuur kon bomen. So far so good.

Maar dat verwachte recreatie-uitje werd een keiharde ontgroening. De als duivels rijdende Bentley-mannen benutten grenzeloos brutaal een tactisch voordeel. Met hun smalle, hoge Blowers konden ze op krappe tweebaanswegen tussen eerbiedig uitwijkende Italianen een fictieve middenbaan creëren waarvoor de Continental veel te breed was. Ik werkte me kapot om ze met mijn beperkte vaardigheden bij te houden. Breekpunt was de spits in Bologna. Voor een dichtgeslibd verkeersplein dreigde de oldtimerkolonne vast te lopen. Daar besloten de koplopers de verkeersregels te seponeren. Aan de grond genageld door mijn eerbied voor de wet zag ik de miljonairs dwars door het rode stoplicht volgas aan de horizon verdwijnen. „Gas, Gas!”, brulde Wolfgang en in het Duits klinkt dat toch net iets dringender. Ik bezweek toen ik begreep dat bij de machtigen wil altijd wet is. Zo leerde ik elke dag een beetje bij tot ik de basiskneepjes van het autoterrorisme in de vingers had. „Je rijvaardigheid heeft zich enorm ontwikkeld!”, sprak mijn bijrijder op een toon die het oprechte compliment liet galmen als een ingetrokken aanklacht.

Ik leerde twee dingen. Een: Verkeersregels gelden uitsluitend voor gewone mensen die opzij gaan. Twee: Alles waarvan je vroeger dacht dat het je dood zou worden overleef je in een Bentley.

Gewetensonderzoek

De omstander zou het niet zeggen, maar mijn krasse rijstijl in de nieuwe Continental is gewetensonderzoek. Het is mijn methode om het trauma van Bologna te verwerken, de herbeleving van het ogenblik waarop ik opgejut door kwade krachten welbewust door rood reed. Ik wil weten of ik de ontaarding in me heb.

Zwager S., die ik een rondje meeneem, is zoals ik was voor het stoplichtincident; regels zijn regels. Mijn geblutste zelftest-ego wordt met thans 635 pk en vierwielaandrijving een hond in een losloopzone. Ik trap een gat in mijn rechtervoet, pak bochten en rotondes met twee tot drie keer de normale snelheid. Het is ook de behoefte aan zintuiglijk contact dat er niet is als je normaal blijft rijden. Bij 120 draait de twaalfcilinder sudderend geruisloos 1.500 toeren. De Continental is de hellevorst die je met provocaties uit zijn tent lokt; herrijs, Beëlzebub! Voorwaar, hij komt. Dan lees ik in de ogen van de aangeslagen zwager hoe pervers het is om dit gewoon te vinden. Ik adem diep en rem. Dat was ik niet, dat was de duivel.

Dit zou een auto moeten zijn voor de gentleman driver, een man die met fluwelen handschoenen de grens van de natuurlijke beschaving aftast maar nooit overschrijdt. Quatsch. Hij is voor jonge Saoedi’s die met geld van pa door Londen scheuren, Continentals instagrammen met afstotelijke playboyplatitudes in het genre work hard, play hard. Hun trots is terecht, want hij is prachtig. De achterlichten liggen als ingelegde robijnen in het staal, onder de achterbumper gespiegeld door de patrijspoorten voor de uitlaatgassen. Hij blijft wat hij is: een symbool van agressie, te breed voor mijn garage en te groot voor de wereld. Hij is een eis. Opzij, mijn weg. Hij is er om de paupers te vertrappen met zijn overmacht en kopers te verblinden met zijn luister.

Neem dat letterlijk. Hij heeft de chroompest, alles blinkt. De knoppen voor de elektrische ramen, de handgrepen, de roosters voor de speakers, de randjes rond de meters en het analoge Bentley-klokje. Hij is zo Brits als Churchill met een Apple Watch, gedigitaliseerde warlord. Let op: Het baksteenbrede infotainmentscherm is kantelbaar. Met één druk op de knop verschijnt de achterkant in beeld met drie klassieke metertjes op een gepolitoerd houten paneeltje. Ik meen een rammeltje te horen en begin te vrezen dat het een opzettelijk gebrek is, een vrijbrief om de eigenaar de dealer af te laten blaffen en zijn oppermachtige gelijk te laten krijgen. Daar gaat hij over: macht en niets dan macht. Ik heb genoten maar nu snel ter biecht. Morele crisis.

    • Bas van Putten