De overledene wil ook nog wat zeggen

Allerzielen

Nieuw: een digitale herinneringsdoos met een teken van leven van de dode. Is dat alleen maar fijn?

illustratie: Wendy Panders

Allerzielen, 2 november, is de dag om de doden te herdenken. Het bedrijf Mindlockers bedacht een digitaal kluisje, waarin foto’s, tekst, muziek, en bewegend beeld kunnen worden nagelaten. Op een van te voren bepaalde datum kunnen nabestaanden het openen.

Fijn, denk je eerst. Een groot cadeau. Iemand is niet weg, je kunt naar hem toe. Een stem horen, zijn lach. Verrast worden door de onverwachte herkenning van een hand, de vorm van nagels. Die vieze ouwe badjas.

Wat zou erin kunnen zitten en wat zou je willen dat er in zo’n kluisje zit? Het allerpersoonlijkste, iemands geur, kan er helaas niet in. Dan misschien dat hij nog één keer dat verhaal vertelt dat iedereen uit z’n hoofd kent omdat hij het al duizend keer verteld heeft? Of een foto van jou en de overledene die je nog nooit gezien hebt. Alsof er iets wordt toegevoegd aan een boek dat je uit had. Een door hem gezongen lied. Of dat hij simpelweg je naam uitspreekt. Liever geen levenslessen of tips. Moet je daar ook nog aan voldoen.

Na zes jaar wordt de bekijkbaarheid niet meer gegarandeerd

En wat is dan het beste moment voor zo’n teken van leven van een dode? Drie maanden na een overlijden, een jaar, tien jaar? Als het kluisje eenmaal geopend is, kan het steeds opnieuw open, hoewel de makers na zes jaar de bekijkbaarheid niet meer garanderen. Nieuwe apparaten en systemen kunnen je dan alsnog van de dode afsnijden. Het leven dendert door.

Er kan natuurlijk ook een hoop ellende uit zo’n doosje komen. Stel je voor dat iemand besluit zijn nabestaanden alsnog de waarheid te zeggen. Nu hij of zij toch niet meer hoeft aan te schuiven aan het kerstdiner en jij niets meer terug kunt zeggen. Dat jij een vrekkige zeur bent, en je broer veel potentie had maar daar helaas nooit iets mee heeft gedaan. Pas als je het opent, weet je dat je het wraakkluisje beter dicht had kunnen laten. Het ergste scenario; dat je moeder dan toch nog vertelt dat je vader je vader niet is. Een tv-format rond het kluisje lijkt zo opgetuigd.

De bedenkers zien vooral kansen voor mooie momenten in de toekomst. Zoals „speechen op de bruiloft van je kind, een half jaar nadat je bent overleden”. Mooi idee, maar wat als jij als kind daar niet op zit te wachten? Omdat je denkt dat het met de feeststemming die dag dan snel gedaan zal zijn bijvoorbeeld.

Van wie is de rouwperiode eigenlijk?

Het kluisje roept impliciet de vraag op aan wie de rouwperiode eigenlijk toebehoort. Als mensen een nabestaande moed willen inspreken, zeggen ze wel eens; ‘Nu kun je van hem of haar maken wat je wil’. En dat is één van de weinige lichtpuntjes: je hebt als nabestaande de vrijheid te vergeten wat maar beter vergeten kan worden en te koesteren wat past in het beeld zoals jij dat ziet. Samenhang met de werkelijkheid is daarbij volstrekt irrelevant.

De rouw is, zou ik zeggen, een periode waarin een nabestaande probeert met het verlies te leven. Geen periode waarin de dode zo lang mogelijk doet alsof hij of zij nog leeft.

    • Merel Thie