‘De geheime diensten zijn regelmatig niet blij met ons’

Inlichtingenwet Voor het eerst spreekt de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden over haar werk. De drie leden toetsen hackverzoeken en het onderscheppen van dataverkeer aan de nieuwe inlichtingenwet. „Soms denk ik: wow, dat dit allemaal speelt in Nederland.”

De drie leden van de toetsingscommissie: Lex Mooy, Ronald Prins en Mariëtte Moussault Foto: David van Dam

Soms krijgt Mariëtte Moussault een „wow-gevoel”. Dan realiseert zij zich haar bijzondere positie. Als een van de zeer weinige burgers in Nederland krijgt ze inzage in de werkwijze van de geheime diensten: hun trucs, hun technieken, hun ‘targets’. Details mag ze niet geven. Wel zegt ze: „Soms denk ik: wow, dat dit allemaal kan, dat dit allemaal speelt in Nederland.”

Sinds 1 mei van dit jaar moeten de AIVD en de MIVD elk voornemen dat ze hebben om bijzondere bevoegdheden in te zetten eerst voorleggen aan Moussault en haar collega’s. Dit gaat bijvoorbeeld om het via een tussenpersoon digitaal inbreken in verdachte computernetwerken of op grote schaal dataverkeer onderscheppen. Ze is voorzitter van de driekoppige ‘Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden’ (TIB) die al deze verzoeken toetst aan de nieuwe Inlichtingenwet die op 1 mei inging.

Lees ook het nieuws: Ministers houden informatie over hackverzoeken geheim

Bij een ‘nee’ van de TIB gaat een geplande inlichtingenoperatie niet door, hoezeer de diensten daar ook van balen of tegensputteren. Soms, zo vertelt Moussault in een gesprek met NRC, proberen de diensten te onderhandelen over de voorwaarden waaronder een verzoek misschien toch nog kan worden goedgekeurd. „Maar dan zeg ik steeds: wij onderhandelen niet. Een nieuw verzoek indienen kan wel.” Soms namen de diensten dit heel letterlijk en dienden ze drie keer eenzelfde soort verzoek in. Moussault: „We hebben het drie keer geweigerd.”

„De diensten zijn regelmatig niet blij met ons”, beaamt Ronald Prins. De voormalig topman van digitaal beveiligingsbedrijf Fox-IT heeft een zware rol bij de toezichthouder. Als geen ander kent hij zowel de ins en outs van cybersecurity als de binnenkamers van de AIVD. Hij werkte zelf een jaar bij de inlichtingendienst. Voorzitter Moussault roemt tijdens het gesprek enkele keren de kwaliteiten van „onze techneut”, zoals ze Prins noemt.

Bij de voordracht van Prins, begin dit jaar, werden juist kritische kanttekeningen geplaatst, onder andere door privacyorganisatie Bits of Freedom. Die wees op Prins’ verleden als AIVD’er en de openlijke steun die hij uitsprak voor de nieuwe wet. Prins zegt daar nu over: „Ik heb gezegd dat ik de wet belangrijk vind en dat vind ik nog steeds.” Hij benadrukt nog dat voor hem de komst van de nieuwe toezichthouder altijd „een essentieel onderdeel” van de wet was. „Nu ik daar zelf onderdeel van kan zijn, is dat voor mij perfect.”

Het derde lid, Lex Mooy, is net als Moussault afkomstig uit de rechterlijke macht. Net als de anderen heeft hij er nog werk naast, in zijn geval zijn bedrijf in arbitrage. Het TIB-lidmaatschap is, althans in theorie, een parttime functie (20 uur voor de voorzitter, 12 uur voor de andere twee).

„Je denkt dat het goed geregeld is, want er kijken ministers naar” - Marïette Moussault, voorzitter TIB

Foto David van Dam

Zorgen wegnemen

De commissie werd ingesteld om de grootste zorgen bij burgers weg te nemen over de nieuwe bevoegdheden die de diensten per 1 mei kregen. Vanaf die datum mochten ze ongericht informatie gaan verzamelen via de kabel. De kans was groot dat daarmee ook mail, apps of andere elektronische gegevens van onschuldige burgers bij de diensten in het ‘sleepnet’ zouden belanden. Het ‘sleepnet’ ontwikkelde zich tot krachtige metafoor die de referendumdiscussie over de nieuwe wet dit voorjaar grotendeels beheerste. De wet werd bij het referendum met een kleine meerderheid afgewezen. Na enkele kleine wijzigingen ging deze op 1 mei toch van kracht.

Om de risico’s voor privacy en andere aspecten per geval te wegen, werd de TIB ingesteld. Die oordeelt vooraf over de operaties. Bij onvoldoende noodzaak of een gebrekkige motivatie volgt een ‘nee’. „Een machtig wapen”, aldus Moussault.

De commissie oordeelt over verzoeken waarvoor de ministers Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) en Ank Bijleveld (Defensie, CDA) al groen licht hadden gegeven. Hoeveel verzoeken de ministers afwezen is geheim.

Deze week, na een half jaar intensief inwerken, treedt de commissie van Moussault naar buiten. Om haar toetsingswerk zo inzichtelijk mogelijk te maken, stuurde ze deze donderdag haar eerste voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer.

Transparantie gaat in deze wereld niet vanzelf, zo blijkt al snel. Voor het maken van een foto van de commissieleden moet na een lange zoektocht worden uitgeweken naar een achterafzaaltje op het ministerie van Algemene Zaken. De foto mag geen details onthullen over de werkomgeving van de TIB.

Ook de door de commissie gewenste transparantie levert problemen op. Minister Ollongren en Bijleveld, verantwoordelijk voor de AIVD en MIVD, schrappen de precieze aantallen ingediende en geweigerde verzoeken uit de brief aan de Kamer. Staatsgeheim, vinden de ministers. „Wat is er nou staatsgeheim aan die getallen?”, moppert Mooy. „Onze insteek was juist om een en ander transparant te maken”, reageert Moussault, zichtbaar teleurgesteld. Prins is begripvoller. „Die getallen zeggen ook niet alles en gaan al snel een eigen leven leiden.”

Gelukkig voor de commissie is het departementaal verbod op getallen niet totaal. Percentages geven mag wel. Zo’n een op de twintig verzoeken van 1 mei tot 1 oktober werd afgekeurd, bij de AIVD iets meer (5,5 procent), bij de MIVD iets minder (4,1 procent). Om wat voor gevallen het gaat, mag de commissie niet vertellen. Zijn de commissieleden niet bang te worden aangezien voor een ‘stempelmachine’, als maar 1 op de 20 verzoeken wordt afgekeurd? „Het zijn er meer dan ik tevoren had gedacht”, zegt Moussault. „Je denkt: het zal allemaal wel goed geregeld zijn, want meerdere mensen kijken ernaar, onder wie de ministers.”

„Ik heb gezegd dat ik de wet belangrijk vind en dat vind ik nog steeds” - Ronald Prins, lid van de TIB

Foto David van Dam

Vakantie is een probleem

Als we doorpraten over de getallen en de beslissingen valt één ding op: het is flink aanpoten bij de TIB. „We houden zeker geen tijd over”, zegt Moussault. Ziek worden of op vakantie gaan is een probleem: de geheime diensten werken 52 weken per jaar door. „Stel je voor dat een van ons onder de tram komt.” Er zijn nu geen plaatsvervangende leden. „Een duidelijke weeffout in de wet”, zegt Moussault. In de brief aan de Kamer vraagt de TIB alsnog om een plaatsvervangend lid.

Om de ergste nood te lenigen is een technisch medewerker aangetrokken die ook als secretaris werkt. Paul Pols is, net als Prins, afkomstig van Fox-IT. Hij noemt zichzelf „ethisch hacker”. Met Prins wisselt hij regelmatig van gedachten over technische kwesties.

De inwerkperiode voor de leden was in hun eigen tijd. Vlak na de officiële start legden ze verschillende werkbezoeken af. Zo ging het drietal naar het Friese Burum, waar grote satellietschotels staan. Die onderscheppen het telecommunicatieverkeer tot Syrië en Somalië aan toe. „Erg nuttig”, vertelt Prins: „Het werkt een stuk beter om daar te praten met mensen die aan de knopjes draaien dan alleen met mensen in Den Haag te overleggen.”

Lees ook: Achttien vragen over de Inlichtingenwet

Elke dinsdagochtend om negen uur moeten de verzoeken van AIVD en MIVD binnen zijn. Elke woensdag beslist de commissie erover. Wat blijft liggen, wordt vrijdag alsnog afgerond. Vaak is het al snel duidelijk wat er moet gebeuren, zeker nu de commissie langzamerhand een patroon ziet in de verzoeken. „95 procent doen we binnen twee, drie dagen af”, aldus Moussault. Maar soms ook is er zoveel onduidelijk dat de drie naar Zoetermeer reizen om van AIVD’ers een presentatie te krijgen.

Als Prins of een ander commissielid merkt dat de AIVD of MIVD een operatie met verouderde apparatuur wil uitvoeren, kan het verzoek tot digitale actie worden afgewezen. Oude interceptie-apparatuur werkt niet altijd even gericht, terwijl het publiek graag een „zo gericht mogelijke” benadering wil.

Dat levert voor de commissie een dilemma op, vertelt Moussault. „Want in hoeverre gaan wij over de financiën van de diensten? Stel je voor dat de nieuwste apparatuur, waarmee je heel gericht kan tappen, heel duur is en het halve budget van de dienst opslokt. Wat doe je dan?”

Dan zijn er de spoedverzoeken, zo’n 3 procent van het totaal. Spoedverzoeken hebben een aparte status in de Inlichtingenwet gekregen voor de bestrijding van acute dreigingen. Zo’n spoedoperatie mag meteen na toestemming van de minister beginnen, al voordat de TIB toetst. Misbruik van zulke spoedverzoeken is mogelijk. Moussault: „We vinden dat met zulke spoedverzoeken terughoudend moet worden omgegaan. Als er gisteren iemand is ontdekt die foute plannen heeft, dan is dat echt spoed. Maar een verzoek dat twee maanden op een bureau heeft gelegen en nu ineens haast heeft, valt er niet onder.”

„Het gaat om de weging tussen privacy en operatie” - Lex Mooy, lid van de TIB.

Foto David van Dam

Beruchte sleepnet

Waar zijn de ongeveer 5 procent afwijzingen uiteindelijk op gebaseerd? Mooy: „Het gaat om de weging: wat is de opbrengst van de operatie en wat is de schade die je doet in termen van privacy?” Prins vult aan: „Maar ook schade in technische zin speelt een rol. Welke schade richt je met een hack aan bij bijvoorbeeld een provider?” De commissie vindt trouwens sowieso dat er nog eens goed naar de plaats van de hacks in de wet moet worden gekeken. Goede waarborgen voor het gebruik van bewaarde gehackte data ontbreken volgens de TIB.

Zijn de leden het wel eens oneens met elkaar? „O ja hoor”, zegt Prins, „althans, in het begin. Tijdens de discussie daarna probeer je vervolgens elkaar te overtuigen.” Moussault zegt: „We eindigen altijd met een unaniem besluit.” Was daar ook al een besluit bij over de eventuele inzet van het beruchte ‘sleepnet?’ Moussault: „Helaas kunnen we daar niets over zeggen.”

Beluister ook de Haagse zaken over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten:

    • Pim van den Dool
    • Kees Versteegh