Afspraken maken in Noord-Afrika, met fluwelen handschoenen

Werkbezoek Kamerleden

Tweede Kamerleden peilden in Tunesië en Libië de kans op een migratiedeal. Ze kwamen ontnuchterd en met nieuwe inzichten terug.

Een migratiedeal sluiten met Noord-Afrikaanse landen als Tunesië, zoals de Europese Commissie in juni voorstelde? Niet als het aan Tunesië ligt. Dat hoorde een delegatie Tweede Kamerleden vorige week op werkbezoek in Tunesië en Libië. „Die vraag is totaal irrelevant”, zei de Tunesische viceminister van Sociale Zaken, volgens Joël Voordewind (ChristenUnie).

Ook Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, zei bij een bezoek aan Tunis op vrijdag dat plannen om vluchtelingen via ‘ontschepingsplatforms’ in bijvoorbeeld Tunesië op te vangen van tafel zijn. „Het staat niet langer op de agenda en had daar ook nooit op moeten staan.” Wel kwam hij met 270 miljoen euro EU-geld, ter „ondersteuning van het democratische proces” van het land.

Het woord ‘ontschepingsplatform’ werd nooit uitgewerkt in Brussel. Het viel niet goed bij de landen die het zouden moeten uitvoeren. De Commissie, die nu spreekt over ‘ontschepingsarrangementen’, wil er het liefst vanaf. Navraag leert dat Juncker doelde op iets anders: dat Europa geen grootschalige vluchtelingenkampen zal opdringen. Migratie, betoogt de Commissie, is een wederzijdse verantwoordelijkheid van Europa en Afrika. Gesprekken over de invulling daarvan zijn moeizaam.

De delegatie, met verder Malik Azmani (VVD), Maarten Groothuizen (D66), Jasper van Dijk (SP), Attje Kuiken (PvdA) en Henk Krol (50Plus), bezocht de twee landen om, in het verhitte migratiedebat, de situatie zelf te zien. En na te denken hoe mensensmokkel en verdrinkingen op zee kunnen worden tegengegaan.

In Tunesië zagen ze hoe het land worstelt met een haperende economie en een wegtrekkende bevolking. Een braindrain ligt op de loer. En hoe dat een goede beheersing van migratie bemoeilijkt. „Maar er zijn wel afspraken en die werken”, zegt Voordewind. Zo wordt de kustwacht getraind door onder andere Nederland. En neemt het land al eigen onderdanen, die geen recht hebben op asiel in Europa, terug. Maar een hotspot worden, waar naartoe ook andere nationaliteiten kunnen worden teruggestuurd, dat ziet Tunesië niet zitten.

Van een migratiedeal met Libië was nooit sprake. Wel zagen Kamerleden dat bilaterale afspraken met dit land, waarover vaak wordt gezegd dat het te instabiel is om zaken mee te doen, nu leiden tot een daling van het aantal migranten dat in Europa aankomt. „De omstandigheden voor vluchtelingen zijn nog altijd erbarmelijk”, zegt Voordewind, die met de groep ook een detentiekamp bezocht. „Maar door afspraken worden nu wel 80 procent meer migranten tegengehouden dan vorig jaar. Recent zijn ook drie vliegtuigen met vluchtelingen rechtstreeks naar Italië gevlogen, en de zuidgrens van Libië wordt versterkt. Dat samen is eigenlijk al een migratie-afspraak.” Azmani ziet in die losse bilaterale afspraken vooral een gebrek aan een strategische Europese aanpak. „Nu is het relatief rustig en wordt de urgentie niet gevoeld tot een structurele oplossing te komen. En onder deze omstandigheden, zonder druk vanuit Europa iets te veranderen, gaat dat ook niet gebeuren.”

    • Floor Boon