Recensie

Als het niet bevalt, kijken wij naar buiten

A.N. Ryst Geestig en met tederheid beschrijft Ryst zijn oude ouders, die aftakelend op elkaar blijven vitten.

Illustratie Paul van der Steen

De bramen, daslook, teunisbloemen en groot sterremuur tieren welig, er zwenken meekrapvlinders, ijsvogels en blauwe kiekendieven door de lucht, alles is er ‘afgeschermd, schaduwrijk en weelderig’. Wie de roman De nadagen binnentreedt, waant zich even weer in het ongerepte paradijs van De harpij. Met dat volstrekt unieke boek werd het schrijverschap van A.N. Ryst vier jaar geleden gelanceerd: een vuistdikke fantasysage, verteld door de duivel, zich afspelend in het paradijs, met vele personages, uitwaaierende verhaallijnen, een eigen toon, opmerkelijk visionaire symboliek, schitterend natuurschoon en het was ook nog vaak geestig.

Alleen op die laatste punten, de natuur en de humor, lijkt de nieuwe roman De nadagen op eerder werk van Ryst (in 2016 verscheen de fantasyverhalenbundel De blauwe maanvis). Waar dit wél veel overeenkomsten mee vertoont, is het werk van Daan Remmerts de Vries (1962), de man achter het pseudoniem Ryst, die onder eigen naam de afgelopen decennia een hooggewaardeerd jeugdliterair oeuvre heeft opgebouwd, en ook een paar enigszins vergeten romans voor volwassenen publiceerde. Daarom koos hij bij De harpij voor de schuilnaam: dan zou zijn volwassen werk niet lijden onder het onserieuze stigma van de kinderboekauteur. Dat lukte, De harpij werd een culthit en Ryst werd de ‘merknaam’ van een volkomen andersoortig auteur. Waarom verschijnt deze nieuwe, conventionelere en ogenschijnlijk autobiografische roman niet onder de naam Daan Remmerts de Vries? De verwachtingen zouden zich nu omgekeerd kunnen wreken: voor wie van De nadagen een nieuwe Ryst à la De harpij verwacht, voorzie ik een teleurstelling.

Blik naar buiten

Hoe dan ook valt er in De nadagen het nodige te waarderen. Het is een familieverhaal en ziektegeschiedenis ineen, maar bovenal een geestig en teder portret van twee hoogst markante mensen: Haak en Juan Ellerts de Wit, de ouders van de verteller. Op de weelderige hectaren die hun Friese huis omringen, beleven zij de nadagen van hun leven, daar rijgen de dagen zich onbekommerd aaneen, daar veranderen de dingen nauwelijks, en als ze het doen, gaan ze langzaam. Niek noteert: ‘De zonnebloemen voor het huisje, opgekomen uit vogelzaad dat mijn moeder daar had gestrooid, waren nog wat hoger geworden, als logge periscopen hingen ze boven onze hoofden.’

Mooi beeld, maar het is op een gek moment dat Niek dit opmerkt, namelijk net als zijn vader met een beroerte opgenomen is in het ziekenhuis. Subtiel tekent dat hoe alle Ellerts de Witten in elkaar zitten: als het niet bevalt, kijken ze liever naar buiten dan naar binnen. En dat komt nogal eens voor, er wordt flink wat afgekissebist. Het huwelijk is nooit geweldig geweest: toen de familie nog in Amstelveen woonde, hield Haak er allerlei bijvrouwen op na. In dat gegeven zit ook een groot deel van wat je als lezer intrigeert aan De nadagen. Je vraagt je af hoe het toch mogelijk is dat deze mensen hun kille huwelijk zo lang in stand weten te houden. Die blik naar buiten is minstens een deel van de verklaring.

Maar aan liefde ontbreekt het ook niet. Dat toont Ryst door uitgebreid gezinstaferelen te beschrijven – denk aan etentjes waarvoor moeder Juan urenlang in de keuken staat, waarna dochter Mo en haar onverkwikkelijke echtgenoot erop stáán om het vlees mee te nemen en te barbecuen, en terwijl vader Haak over het terrein scharrelt om overal gezellige ‘zitjes’ te creëren, dekt zoon Niek de tafel totdat moeder het bestek weer helemaal anders wil rangschikken.

Alter ego’s

Die geestige scènes laat Ryst mooi voor zichzelf spreken, zonder overbodige duiding. Ze zijn met licht karikaturale pen opgetekend, maar toch bepaalt vooral ruimhartige menselijkheid de toon. Ryst ziet ook kwetsbaarheden en dat betaalt zich uit: het droeve lot van Haak die wegkwijnt aan Alzheimer, mist zijn uitwerking niet. Die tederheid maakt De nadagen ook een stap in het oeuvre van Remmerts de Vries, wiens alter ego’s in jeugdboeken nogal eens puberaal wrevelig en laatdunkend deden over ouders die erg lijken op Haak en Juan.

Ook Niek is een alter ego van Remmerts de Vries, dat moge duidelijk zijn – de dansende mensen op het omslag zijn nota bene zijn eigen ouders. Dat lees je af aan de authenticiteit van de personages, maar helaas uit het zich ook in de tekortkomingen die De nadagen als roman heeft. De verklaring voor het in stand blijven van het huwelijk wordt, wat magertjes, gevonden in de gedeelde aristocratische jeugd van Haak en Juan, een zoete herinnering die ze alleen op elkaar nog konden botvieren. En over vaders trauma’s (hem werd psychoanalyse afgeraden, te gevaarlijk) had ik nog wel iets meer willen lezen. Misschien viel er uit de werkelijkheid niet meer op te diepen, maar echt gebeurd is geen excuus en de roman had er baat bij gehad.

Hetzelfde geldt voor verteller Niek, die waarneemt en optekent, maar zelf grotendeels buiten schot blijft. Hij vraagt zich af hoe zijn ouders in hem doorwerken, en je ziet daarvan allerlei sporen: van zijn eigen blik naar buiten en zijn verlatingsangst tot zijn wat archaïsche woordkeus (gramstorig! nuver! bekomzaam!). Iets meer ruimte voor de blik naar binnen had De nadagen verder boven de heerlijke anekdotes laten uitstijgen.

    • Thomas de Veen