Dirigent Karel Deseure: Bernsteins opera ‘A Quiet Place’ gaat over familiedrama’s in keurige buitenwijken.

Hans van der Woerd

‘Als druk dromertje richtte ik op mijn tiende al een orkestje op’

Interview Karel Deseure, dirigent

Dirigent Karel Deseure (1983), eerder de krachtmotor achter verschillende vlammende producties bij Opera Zuid, leidt er deze maand Bernsteins zelden opgevoerde late opera ‘A Quiet Place.’

The New York Times ontving Bernsteins late opera A Quiet Place (1983) destijds als „een lange serie van clichés”. Dirigent Karel Deseure (ook uit 1983) is het er grondig mee oneens, zegt hij. „Omdat het verhaal gaat over de kleine kanten van de mens, is de opera verontrustend; deze thematiek raakt iedereen. Van A Quiet Place word je, anders dan van de prequel Trouble in Tahiti, ook niet bepaald vrolijk. Bernstein schetst een rauw en naturalistisch beeld van de verstoorde familierelaties die kunnen schuilgaan achter de aangeharkte gazons van suburbia. Maar hij doet dat op een zo briljante en psychologisch rake manier, dat je er vanuit je herkenning soms ook heel erg om moet lachen. Het geheel bevat pijnlijke confrontaties, maar daar is kunst voor; die mag je uit je comfortzone trekken.”

Ik word verlief op alles wat ik doe

Karel Deseure groeide op in een niet specifiek muzikaal Vlaams gezin. Het spelen van een instrument hoorde bij de opvoeding. „Ik was een druk dromertje, nu zou je zeggen een ADHD’er”, zegt hij. „Mijn ouders losten dat op door me bezig te houden. De fluit was een gouden greep. Ik raakte smoorverliefd op dat instrument en bespeelde het wanneer ik maar kon.”

Het klassieke repertoire leerde hij kennen via een verzamel-cd met klassieke hits die zijn ouders cadeau kregen bij een fles cognac. „Ik heb die letterlijk stuk gedraaid”, zegt hij. Op zijn tiende richtte hij zijn eerste orkestje op. En toen hij na zijn Master-diploma dwarsfluit verder studeerde aan de directie-Master in Den Haag, was hij als dirigent al zo veelgevraagd dat die opleiding een gepasseerd station bleek.

In Nederland maakte Deseure naam als de dirigent die recente producties van Opera Zuid vleugels gaf. „Een muzikale held”, kopte de Volkskrant. „Een tovenaar in de bak” schreef NRC. „Ik voel me thuis in heel veel soorten muziek en ben de afgelopen seizoenen ook heel divers bezig geweest”, zegt Deseure. „Ik heb nieuwe muziek gedaan, maar ik houd ook van jazz en als fluitist heb ik ook een band met barokmuziek opgebouwd. Noem me gerust een muzikale veelvraat; ik word verliefd op datgene wat ik aan het doen ben. Opera is wel een bijzondere passie, omdat het zo’n complex genre is: van de kennismaking met de regisseur en de zangers via alle orkestrepetities tot de première. Alleen net als ik denk dat ik mijn keuze voor opera heb gemaakt, leid ik een symfonisch programma en geniet daar zo van dat ik specialisatie toch ontwijk.”

Lessen van oude meesters als Haitink

Al is Deseure voor een dirigent nog jong, hij noemt zichzelf ook „ouderwets”. „Ik haal als dirigent voldoening uit betrokkenheid bij het hele proces dat aan concerten en voorstellingen voorafgaat”, legt hij uit. „Los te gast zijn bij een orkest en in korte tijd iets neerzetten is dynamisch en uitdagend, maar ik vind het fijn om een band op te bouwen. Zoals met het Symfonieorkest Vlaanderen, waar ik sinds 2013 elk seizoen terug ben geweest. En ook al kom je dan elke keer voor andere muziek, in zekere zin kun je toch verder gaan waar je de vorige keer was gebleven.”

Een chef-schap lijkt dan de logische, volgende stap? Deseure lacht. „Dat is een grote wens. Er zijn ook dingen hangende, maar er is nog niks concreet.” Wel wil hij al zeggen dat een goed chef-schap voor hem niet gaat over heel veel aanwezig zijn, maar over intensieve betrokkenheid. „De chef-dirigent moet degene zijn die een visie heeft over de toekomst van een orkest en ideeën over de artistieke invulling van de weg daar naartoe.”

Zelf leerde hij veel van verschillende dirigenten, zegt hij. Van de beroemde pedagoog Jorma Panula? „Vooral praktische aspecten.” Van Kenneth Montgomery? „De meer filosofische achtergrond van hoe je naar een partituur kijkt. En ook voor mijn begrip van zangers was Montgomery belangrijk.” Bernard Haitink? „Hij zei dat je als dirigent moet ‘denken met je hart en voelen met je verstand’. Dat was een statement dat nog steeds doorgist in mijn hoofd, en waarvan ik denk dat ik het over tien jaar misschien nog beter snap dan nu.”

Lessen van kleine kinderen

Dirigeren is een raar vak, vat Deseure samen. „Op een zeker niveau gaat het niet meer over gebaren, maar over een bijna metafysisch proces. Wat communiceer je met je handen, wat met blikken, wat in woorden, wat helemaal niet? Hoe graag zou ik niet ooit bereiken wat Gergiev en Haitink zonder één woord voor elkaar krijgen! Wat zij doen is ver voorbij het ambacht, maar zonder het ambacht ben je verloren. Overigens vind ik dat je als jonge dirigent vooral moet erkennen dat dat soort surplus komt met de jaren, met levenservaring op en buiten het podium. Ik merk zelf bijvoorbeeld hoe het hebben van kleine kinderen me leert dat loslaten soms beter werkt dan er bovenop zitten. Ik ben ook altijd getroost als ik ergens lees dat goed leren dirigeren een levenstraject is. Dat het proces belangrijker is dan het doel. Dat vind ik een mooie manier om naar het vak te kijken.”

Leonard Bernstein, A Quiet Place door Opera Zuid/Phil. Zuidnederland o.l.v. Karel Deseure. Tournee 9/11 tot en met 9/12. Inl: www.operazuid.nl
    • Mischa Spel