Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Zenuwachtig

Ik logeerde twee dagen bij mijn moeder (87). Niet louter uit liefde, ook vanwege activiteiten in de omgeving. Ik was nog nooit zo welkom. Sinds de vrouw die al meer dan veertig jaar haar buurvrouw is na een val van de trap in een verzorgingstehuis zit voelt mijn moeder zich onveiliger. Het enige voordeel van ‘de toestand’ is dat ze minder vaak vergeet haar gehoorapparaat in te doen, al is dat dan wel om geluiden op te vangen die ze liever niet wil horen.

Omdat ik pas ’s avonds arriveerde, belde ze onvermoeibaar vaak om te zeggen onder welke steen in de tuin ze de voordeursleutels had verstopt. En dan drie uur later weer bellen met de mededeling dat ze de sleutels onder de steen vandaan had gehaald en dat ze in de huiskamer op me bleef wachten.

Ik trof haar in haar nachtjapon.

De gezelligheid bleef al snel weer steken in de bekende groef van goede bedoelingen, spraakverwarringen en irritaties. Ik draaide ten onrechte pitjes op het gasfornuis uit, zij zette ‘vanwege de zenuwen’ een pannetje met snijboontjes zonder water op.

Op zondag wekte ze me om half negen omdat ze niet meer wist of ze de klok in de huiskamer de avond ervoor al achteruit had gezet.

Dat was belangrijk, er zou die dag bezoek komen.

Ik wist ervan, mijn eigen vriendin en kinderen kwamen me halen.

Het was alsof we het over vreemden hadden.

Ik werd naar de Coop gestuurd voor taart, Droste-chocolaatjes en pepernoten, en maakte me impopulair toen ik voorzichtig opperde dat ik wist dat de moeder van haar kleinkinderen niet blij wordt van zoveel zoetigheid.

Toen ik in de supermarkt was belde ze weer.

„Ja, met mij. Ook een pak melk.”

„Staat nog in de koelkast, heb ik gisteren ook al gehaald.”

„Je wilt toch niet alleen maar snoep halen...”

Daarna: „Ik doe het ook nooit goed.”

De rest van de ochtend zenuwachtig gedoe. Er werd drie keer alvast koffiegezet, er viel een melkkannetje kapot en er moest om onduidelijke redenen een opklaptafel uit de schuur worden gehaald.

De hele tijd dat geloer vanachter de vitrage.

Er werd een koekjestrommel op tafel gezet, er werd een koekjestrommel van tafel gepakt en in een kast gezet, er werd een koekjestrommel op tafel gezet, er werd een koekjestrommel van tafel gepakt en in de kast gezet en daarna werd er aan mij gevraagd of ik alvast een koekje uit de koekjestrommel wilde.

Getoeter. Ze siste dat het bezoek er was. Paniek bij de voordeur, die ze per ongeluk op slot had gedraaid. Rare gewaarwording: ik was plaatsvervangend zenuwachtig voor de komst van mijn eigen gezin.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen