Minister Blok: Niger en Nederland ‘zijn buren’

Minister Blok in Niger

Nederland steekt 4 miljoen euro in ‘grensteam’ van 250 Nigerezen, om migratie naar EU te beteugelen. „De uitdagingen van Niger zijn die van Nederland”, zegt Blok.

Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) woensdag bij de Grote Moskee tijdens zijn bezoek aan Agadez in Niger. Foto Koen van Weel/ANP

Het is maar druk in Niger. Tot voor kort waren het de migranten, vooral uit buurland Nigeria, op doorreis naar Europa. Nu is het een komen en gaan van Europese diplomaten die het land willen helpen bij het keren van die trend.

Woensdag was ook minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) in Niamey, voor de opening van een ambassadekantoor. De Belgen en Italianen landden hier recent ook. En de VS breiden niet alleen diplomatiek fors uit, met een nieuwe compound die honderd mensen tegelijk kan herbergen, maar bouwen in de woestijn ook een dronebasis, voor de ‘war on terror’.

Waarom opeens al die belangstelling? „Omdat we buren zijn”, zegt Blok in goed Frans tegen de diplomaten die de feestelijke opening bijwonen. „De uitdagingen van Niger zijn die van Nederland en die van de EU.” De minister maakt bekend dat Nederland de komende drie jaar 4 miljoen euro steekt in een nieuw grensteam van in totaal 250 Nigerezen, in navolging van een al door de Amerikanen getrainde groep grensbewakers. Duitsland levert de resterende 6 miljoen euro die nodig zijn.

Niger als nieuwe buitengrens van de EU: vijf jaar geleden was dat onvoorstelbaar. Het armste land van de wereld stond niet op de radar. Door de migratiecrisis van 2015 veranderde dat. De Europese buitengrenzen bleken zwak. Het lek dichten in het door milities verscheurde Libië kan niet. Tunesië speelt liever geen opvangkamp voor de EU. En dus wordt er zuidelijker gekeken, naar Niger, volgens menige diplomaat „onze nieuwe beste vriend”.

Onder druk van de EU greep Niger hard in. Dat heeft gewerkt. In 2015 trokken nog zes- tot zevenduizend mensen per week door Niger richting Libië. Intussen zijn dat er duizend. De stroom is zelfs omgekeerd, omdat het de internationale migratieorganisatie IOM steeds beter lukt om in Libië gestrande migranten terug te brengen.

De Nigerese ambtgenoot van Blok, Kalla Ankourao, is niet bang dat de belangstelling verdwijnt als de urgentie van de migratiecrisis in Europa minder wordt gevoeld. „We zijn er zeker van dat landen zullen blijven, iedereen heeft zich gecommitteerd”, zegt de minister, nadat hij Blok twee blinkende beeldjes, van een kameel ën van een giraffe, cadeau heeft gedaan. Blok noemt het ambassadekantoor „een eerste stap”. Op termijn kan het zelfs uitgroeien tot een ambassade.

Maar niet alleen de EU heeft Niger ontdekt. Ook Algerije heeft dat. Sinds kort worden vanuit dat land migranten ongecontroleerd en in strijd met alle internationale verdragen teruggestuurd, soms met grof geweld – het zou al gaan om zevenduizend mensen. „Er is een massale push-back gaande”, zegt de regionale IOM-baas Martin Wyss.

6.000 werkloze mensensmokkelaars

Behalve Niger doet Blok deze week ook Nigeria en Tunesië aan, met een tussenstop in woestijnstad Agadez, de draaischijf van de irreguliere migratie. De onvrede is er groot, want de inwoners zijn een belangrijke inkomstenbron verloren nu de mensensmokkel illegaal is verklaard. De EU is een programma begonnen om alternatieve zakelijk ideeën te financieren, maar van de 6.500 aanmeldingen zijn er nog maar 400 gehonoreerd.

„De EU treuzelt, omdat ze in de ex-smokkelaars criminelen zien”, klaagt Mohamed Anako, president van regionale raad, tegen Blok. „Het gevoel hier is: er is een belofte gedaan en die belofte is gebroken”, zegt Wyss van het IOM. Vincent van Zeijst, de Nederlandse zaakgelastigde in Niger, nuanceert. Natuurlijk, zegt hij, moet er hulp komen, maar de extreme inkomenshausse die de mensensmokkel in 2015 in Agadez veroorzaakte kan daarbij moeilijk „als nullijn” gaan dienen.

De druk om te handelen is groot: in Niger zelf mag het dan redelijk rustig zijn, het land wordt omsingeld door extremistisch geweld, van jihadisten in Mali, IS-strijders in Libië en de Islamitische terreurgroep Boko Haram. Met in het midden zesduizend werkloze ex-smokkelaars in Agadez. Dat is vragen om problemen, zegt een Belgische EU-diplomaat. „Niger is een pareltje van stabiliteit waarop we héél zuinig moeten zijn.”

Op de IOM-compound in Agadez luistert Blok naar de gruwelverhalen van uit de woestijn opgepikte migranten. Sinds de strengere smokkelwetgeving worden veel grotere risico’s genomen, om patrouilles te omzeilen. Gaat het mis, dan worden migranten zonder pardon de jeep uit gezet. Het gaat veel over Algerije. Een gestrande migrant betoogt dat de praktijken in dat land Europa wel goed uitkomen. „EU-landen hebben Algerije aangemoedigd dit te doen”, zegt hij tegen Blok. Deze bestrijdt dat stellig. „Elk land heeft het recht op te treden als er mensen illegaal op het grondgebied verkeren”, zegt hij. „Dat moet wel altijd humaan gebeuren. Een oogje dichtknijpen is niet acceptabel.”

    • Stéphane Alonso