Meisjesclub met speelse mores

Magna Pete Oud-leden van ’s lands eerste vrouwelijke studentenvereniging vieren een 120-jarig jubileum. „Je vond er een veilige plek.”

Het carillon in Groningen speelt het clublied als de ongeveer 400 oud-leden van studentenvereniging Magna Pete deze donderdag in de Martinikerk bijeenkomen. Magna Pete is de eerste vrouwelijke studentenvereniging van het land en viert deze dag haar 120-jarig bestaan. De reünisten zijn voornamelijk zeventigers en tachtigers.

Hoewel Magna Pete in 1970 opging in de mannelijke studentenvereniging Vindicat is een herdenking op zijn plaats. „Elke vrouwelijke eerstejaars van Vindicat krijgt nog steeds de mores van Magna Pete te horen”, vertelt Margeet Bink-Boelkens van de reüniecommissie. „De vernieuwde sociëteit heeft een Magna Petezaal met attributen en foto’s uit onze geschiedenis.”

Magna Pete (‘Streef naar het grote’) werd in 1898 opgericht als debatingclub met 26 leden. Bij Vindicat Atque Polit (‘Handhaaft en beschaaft’) werden vrouwen geweigerd.

Dat het mannenbolwerk juist in Groningen werd doorbroken, was niet toevallig: er heerste een betrekkelijk liberaal academisch klimaat. Aletta Jacobs was de eerste vrouwelijke student die eind negentiende eeuw aan een Nederlandse universiteit afstudeerde. In 1907 benoemde de Rijksuniversiteit Groningen Marie Loke als eerste vrouwelijke lector (Franse taal en letterkunde). En vier jaar later kreeg Jantina Tammes een eredoctoraat in de biologie.

Zwartfluwelen clubmuts

Bijna elke vrouwelijke eerstejaars werd lid van Magna Pete. Als 18-jarige, soms ver van huis, deed je contacten en vriendschappen op. Ook via (gemengde) subverenigingen waar je kon zingen, sporten of toneelspelen. Alle Magna Petenten droegen bij feestelijke gelegenheden een zwartfluwelen clubmuts met gekleurde kwast. Daaraan herkende je welke studie iemand deed. Rood stond voor medicijnen, blauw voor theologie en wit voor rechten. Bestuursleden droegen bij officiële gelegenheden zwarte jurken met een lint in de Magna Pete-kleuren rood, wit en groen.

De mores waren eerder speels dan streng, vertelt gepensioneerd kindercardioloog Bink-Boelkens (76). „Zo mocht een Magna Pete-noviet [aspirant-lid] geen feut [aspirant-corpslid] aankijken. Die jongens moesten ons groeten door hun pet af te nemen.”

Bink-Boelkens was lid van 1960 tot 1968 en werd in het studiejaar 1963-’64 praeses. Magna Pete was een plek waar ze „spelend volwassen” werd. „Je leerde leiding geven, verantwoordelijkheid nemen en in het openbaar spreken. Het was gezellig en verschrikkelijk nuttig. Ik weet nog dat we met een aannemer om tafel zaten voor de aanbouw van een bijgebouw. Welke 22-jarige doet dat?”

Voor schrijfster en kunstenaar Aafke Steenhuis (72) betekende het lidmaatschap een bewuste verbreding van haar horizon. Ze doorliep het gymnasium in Groningen en had al een vriendenkring in de Martinistad. „Ik kwam uit een links arbeidersgezin en wilde mensen buiten mijn kring leren kennen.” Door Magna Pete betrad ze een nieuwe wereld. „Een van mooie en rijke meisjes, feesten en bals. Al waren er ook meisjes die net als ik van literatuur hielden.”

Steenhuis verliet de vereniging na een jaar. „Ik werd lid van andere verenigingen in de stad en had inmiddels een vriendje.” Toch heeft ze veel profijt gehad van haar lidmaatschap, zegt ze. „De ervaring om me te begeven in een ander milieu nam ik mee toen ik in 1974 naar Amsterdam verhuisde. Ik werd cultuurredacteur van De Groene Amsterdammer en belandde in links-intellectuele kringen.”

Aan de ontgroening heeft ze overigens geen fijne herinneringen. „Bij het Paterswoldsemeer moesten we op een rij gaan staan. De feuten kwamen aanrennen en moesten een meisje grijpen om mee te zeilen. Smakeloos en vernederend.”

Oud-rechter Hesther Gorter (72) herinnert zich dat de ontgroening wat krengerig kon zijn. „Maar nooit fysiek.” Als 17-jarige noviet droeg een bestuurslid haar in 1963 op haar wenkbrauwen te wassen. Het was aankomend leden streng verboden zich op te maken. Gorter: „Maar ik had van nature donkere wenkbrauwen. Het gaf me veel voldoening dat het bestuur het mis had. Ik antwoordde: ‘Die heb ik van mezelf!’”

Meisjes onder elkaar

Het lidmaatschap van Magna Pete herinnert ze zich als een vrolijke tijd. „De vereniging had vooral een sociale functie. Je sloot er vriendschappen, vond er een veilige plek en hoorde ergens bij.” Gorter deed er vooral zelfvertrouwen op. In 1967 werd ze praeses. Magna Pete was toen ook voorzitter van de Landelijke Kamer van Verenigingen. „Ik heb toen een zaal met 200 mensen toegesproken. Met een ironisch verhaal over het belang van ‘bevruchtende polarisatie’.”

Het was de tijd van de studentenprotesten en de toenemende politieke tegenstelling tussen links en rechts. Linkse studenten zagen Magna Pete als een elitaire, a-politieke gezelligheidsvereniging, herinnert Gorter zich. „Ik was daarvan in hun ogen de exponent: een rechts meisje met een parelkettinkje. Dat heeft me wel gegriefd.”

Want met de democratiseringsgolf voelde ze zich wel degelijk verbonden. „Als vereniging besloten we af te zien van verhuizing naar een statig pand aan de Ossenmarkt. We wilden niet meer als geïsoleerde kakmadammen in een ivoren toren zitten en vonden het meer in de tijd passen met de jongens verder te gaan.” Magna Pete ging in 1970 op in Vindicat. „Van de eigen identiteit bleef toen jammer genoeg niet veel meer over. Zo was er geen plek meer waar meisjes zich onder elkaar terug konden trekken.”

En wat vinden de dames van de geweldsincidenten waarmee de vereniging nu het nieuws haalt? Bink: „Dat gaat ons aan het hart. Maar ik weet wel dat de senaat van Vindicat zeer actief en gemotiveerd bezig is met een cultuuromslag. En dat komt helaas te weinig in het nieuws.”

    • Karin de Mik