Heeft de time-out als straf zin?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: het nut van de time-out.

Illustratie Martien ter Veen

Opa: „Als mijn driejarige kleindochter iets stouts gedaan heeft, of loopt te dreinen en te schreeuwen, krijgt ze voor straf een time-out. Dat betekent dat ze in de hal op de trap moet gaan zitten en stil zijn. Vroeger pakten ze haar op, maar tegenwoordig loopt ze er zelf naartoe. Er ligt een telefoon naast haar die de minuten aftelt dat ze moet blijven zitten. Toen ze een was, was dat een minuut, toen ze twee was, twee minuten, en nu dus drie. Als ze toch opstaat, krijgt ze er een minuutje bij. We hebben hier op aanraden van haar ouders nu ook zo’n ‘time-out stoel’ in de gang staan. Mijn vrouw heeft haar daar één keer op gezet. Is zo’n straf nu echt nodig? Wij hebben dat zelf met onze zoon destijds nooit zo gedaan. Ze is inmiddels toch ook oud genoeg om er samen over te praten?”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Prijzen is effectiever

Bas Levering: „Het strafbankje is hier in zwang gekomen door het Britse televisieprogramma Supernanny van Jo Frost. Frost gebruikte die time-out om in crisissituaties waarin kinderen volledig de regie in het gezin hadden overgenomen de orde te herstellen. Je moet je sterk afvragen of je wilt dat zo’n ouderwetse vorm van straffen weer tot het gewone arsenaal van de opvoeding gaat behoren. We praten in Nederland liever met onze kinderen dan dat we straffen. Uitleggen waarom we dingen doen en willen ligt in het hart van de opvoeding. Kinderen prijzen om wat ze goed doen is ook een stuk effectiever.

„Soms kan een moment van afzondering een kind helpen om tot zichzelf te komen. Als een conflict met een kind een vaste dynamiek krijgt, en je weet dat het uit de hand gaat lopen, kun je wel zeggen: ‘Ga op je eigen kamer eerst maar even rustig worden, dan praten we verder.’

„Overigens is het goed om uit te zoeken waarom het kind dreint. Is ze vermoeid? Moet ze misschien op de crèche op haar tenen lopen?”

In verbinding blijven

Tischa Neve: „Ik vind zo’n strafbankje niks. Je wilt het gedrag van een kind begrenzen, maar het rare is dat je met die time-out het hele kind wegzet. Als een kind heftige emoties heeft, heeft het jou juist hard nodig. Dan moet je het niet negeren, maar in verbinding blijven. Je kunt zeggen: ‘Ik zie dat je heel boos bent. Word eerst maar eens even rustig, en dan praten we verder.’ Maar dat kan in bijzijn van anderen, dat hoeft niet in afzondering. Je hoort ouders ook wel zeggen: ‘Ga in de gang maar even over je gedrag nadenken’. Geloof me, geen kind gaat op zo’n plek zitten nadenken.

„Wat effectieve gedragscorrecties betreft, geloof ik in logische consequenties. Als een kind steeds maar met z’n bord zit te klooien, pak je het bord af. Als een kind niet opschiet met het bedritueel, zeg je: ‘De voorleestijd raakt zo wel op’. Als een kind iemand pijn doet, laat je zien wat het effect van zijn handelen is: ‘Kijk, je broer huilt, en zijn arm is rood, ga samen maar even een koud doekje halen om erop te leggen.’ Zo toon je een kind op het moment zelf de gevolgen van zijn of haar gedrag. Daar leert het meer van dan in afzondering ergens een paar minuten stilzitten.”

    • Annemiek Leclaire