Recensie

De zee die zindert, verslindt, verlangen oproept en gestraft moet worden

Recensie

Het Haags museum de Mesdag Collectie eert in een tentoonstelling met kunstwerken over de zee kunstenaar Bas Jan Ader, die op zee omkwam.

De zee wordt gestraft, de branding gegeseld, in video van Julius Von Bismarck, in Mesdag Collectie foto Mesdag collectie

Woedend was koning Xerxes volgens de legende, zo'n 2500 jaar geleden. De Perzische heerser had het Griekse vasteland willen aanvallen en bouwde voor zijn troepen een brug over de Hellespont. Maar deze werd door een storm verwoest. En dus was Xerxes woedend. Op de zee. Hij gaf opdracht om driehonderd zweepslagen toe te dienen aan de zee.

Straf dan eerder de wind, maar goed, visualiseer dit en het levert een prachtig beeld op, mens versus natuurgeweld. Zo ziet ook de video eruit van Julius Von Bismarck die dit verhaal naspeelde in de branding, als een monnik van Friedrich met agressieproblemen. We zien de kunstenaar op de rug in een verbeten houding. Zweepslag na zweepslag dient hij toe aan de golven die hem omver duwen en toch staat hij weer op, en door gaat hij.

De zee verdient ook straf. Het neemt levens. Talloze bootvluchtelingen zijn de afgelopen jaren verdronken. In 1975 nam het een ander leven: dat van kunstenaar Bas Jan Ader, die op zee bleef. Ter herinnering aan die dood draait de video van Von Bismarck in de Mesdag Collectie. Daar is een tentoonstelling gewijd aan de zindering van de zee. Niet met dagjes strand, dus niet zoals de Haagse School waar Mesdag toe behoorde, maar een Groots Romantisch Verlangen. Dat van de mens die zich wil meten met de natuurkrachten.

Enrique Ramirez filmde de zee loodrecht van boven: een watermassa die kolkt en schuimt.

Verschillende kunstwerken zijn letterlijke odes aan Ader, zoals David Horvitz' superkorte super-8 filmpje van een kunstenaar die de zee in fietst, en omvalt (Ader maakte een video waarin hij in het water fietst). De zee wint altijd.

In dit alles verdient één kunstwerk speciale aandacht, namelijk een fantastische maquette van Ruben Bellinkx. Hij ontwierp een snelweg die in zee verdwijnt, compleet met lantaarnpaaltjes en vangrailtjes, een weg naar de droom, naar Atlantis. Het ziet er zo geweldig uit, simpel en spectaculair, laat iemand dat alsjeblieft in het echt uitvoeren.

De realiteit van bootvluchtelingen

Met al deze kunstwerken, onstuimige zeeën versus aantrekkelijke stranden, schetst het museum een tweedeling. Eigentijdse kunstenaars die vervoering zoeken versus de 19de-eeuwse burgerij met parasols. Dat klinkt mooi, maar het is geen echte tegenstelling. Dat besef je als je de bijdragen van Hans van Houwelingen ziet. In de achtertuin plaatste hij een rij steeds kleiner wordende ouderwetse strandstoelen: commentaar op de aristocratische blik op de zee die de realiteit vertekent. Welke realiteit, dat toont zijn foto ‘Hands Up’. Twee door water verrimpelde handen worden omhooggehouden. De realiteit van de bootvluchteling.

Dan pas is de zee onneembaar, de zee die Fort Europa omringt. In vergelijking met deze foto verdwijnen de andere tegenstellingen in de expositie. Alle andere kunstwerken tonen de zee – kalm of woest – als schoonheid. Het is de artistieke luxe van de blik die heerst en overwint. Het is zelfs (als je wat doordraaft) het perspectief van de Europese verlichting, de mens die de wereld aanschouwt, analyseert, bedwingt. Met kunst of zweepslagen. Wij westerlingen zijn allen Xerxes.

    • Sandra Smets