Rekenrente leidt altijd weer tot verhitte discussies

Pensioenoverleg Al jaren is er onenigheid over de rekenrente. Waarom toch? En wat zijn de voor- en nadelen van een hogere rekenrente?

Pensioenonderhandelaar van vakbond FNV, Tuur Elzinga (met mobilofoon), eist dat pensioenfondsen een hogere rekenrente mogen gebruiken. Foto Dirk Hol

Het is een supertechnisch onderwerp. Toch leidt de rekenrente voor pensioenfondsen al jaren tot verhitte discussies. Nu is het een blokkade in de onderhandelingen over een pensioenakkoord, dat moet leiden tot een nieuw aanvullend pensioen, waar werknemers voor sparen bovenop het basispensioen AOW.

Tuur Elzinga, pensioenonderhandelaar van vakbond FNV, eist dat pensioenfondsen in het nieuwe stelsel een hogere rekenrente mogen gebruiken, zei hij maandag in NRC. Vakbonden CNV en VCP steunen die eis. Voor minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) is dat onacceptabel, net als voor De Nederlandsche Bank.

Elzinga’s eis leidde maandag tot irritatie bij andere onderhandelaars. Moest dit nou publiekelijk worden uitgesproken? Diezelfde dag kwamen Koolmees, werkgevers en vakbonden weer bij elkaar. De minister onderhandelt nu actief mee. In het urenlange gesprek bleek dat Koolmees én de bonden er nog steeds samen uit willen komen, al hielden beide partijen nog vast aan hun standpunt.

Lees het hele interview met Tuur Elzinga: Pensioenakkoord ver weg na harde rente-eis FNV

Verdeling van de pot

Waarom is die rente zo belangrijk voor de onderhandelaars en politici? Het bepaalt hoe de grote gezamenlijke pensioenpot wordt verdeeld over verschillende generaties, en bijvoorbeeld ook hoe snel pensioenen weer mee mogen stijgen met de prijzen. De bonden willen graag dat de pensioenen weer verhoogd kunnen worden na jaren van stilstand.

Pensioenfondsen gebruiken de rekenrente om te berekenen hoeveel geld ze nú in kas moeten hebben, om toekomstige pensioenuitkeringen te kunnen uitbetalen. Stel: een pensioenfonds moet over vijftig jaar 1.000 euro in kas hebben. Bij een rekenrente van 2 procent (op jaarbasis), zou het nú 380 euro in kas moeten hebben. Dat groeit dan in vijftig jaar tijd aan tot 1.000 euro. Als je die rekenrente verhoogt naar 4 procent, dan hoeft het fonds nu veel minder in kas te hebben: 145 euro.

Omdat de rekenrente nu laag is, moeten fondsen veel geld in kas hebben. Daardoor blijft er geen geld over voor het verhogen van de pensioenen. Bij sommige fondsen dreigen zelfs kortingen. Volgens pensioenfondsen en vakbonden is dat heel gek nu het economisch goed gaat.

De rekenrente is óók laag omdat de fondsen nu een toekomstige pensioenuitkering garanderen. Om die belofte waar te maken, moeten ze voorzichtig rekenen. Die garantie gaat verdwijnen, als het aan het kabinet en de sociale partners ligt. Bij het nieuwe pensioen zouden fondsen alleen nog een ‘ambitie’ hoeven uit te spreken over hoe hoog het uiteindelijke pensioen moet worden.

De vakbonden zeggen: als die zekerheid eraf gaat, hoef je niet meer zo voorzichtig te rekenen. Coen Teulings, oud-directeur van het Centraal Planbureau, is het daarmee eens, schreef hij onlangs in Het Financieele Dagblad.

Ook andere economen snappen die redenering. Ilja Boelaars, promovendus aan de Universiteit van Chicago en actief D66-lid, komt al jaren op voor de pensioenbelangen van jongeren en staat vaak recht tegenover de vakbonden. Het is best mogelijk, zegt hij, om een andere rekenrente te gebruiken. Maar dan wel pas zodra het nieuwe stelsel is ingegaan. Het mag niet de verdeling van de huidige pensioenpot veranderen. En je moet voorkomen dat één generatie onevenredig profiteert. „Je kunt elke rente gebruiken, als je het maar eerlijk en consequent uitvoert.”

Wantrouwen

Een belangrijke vraag, zeggen economen, is: met welke intentie eisen vakbonden en pensioenfondsen een hogere rekenrente? Willen ze alleen maar snel de pensioenen kunnen verhogen, ook als dat ten koste gaat van jongeren? Dat wantrouwen klinkt in de betogen door. Bas Jacobs, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit: „Mijn vrees is: als het goed gaat, willen de vakbonden graag profiteren van de meevallers. En als het slecht gaat niet van de tegenvallers.” Dus moeten er volgens hem harde afspraken komen over hoe de fondsen mee- en tegenvallers in de beleggingsresultaten gaan verdelen over de pensioendeelnemers.

Lees ook: Stilstand polder zet Koolmees vast

Ook vreest Jacobs dat sommige pensioenfondsen te veel beleggingsrisico gaan nemen als de pensioenuitkering minder zeker wordt. „Daardoor kunnen ze op de korte termijn hoge rendementen halen en de pensioenen verhogen. Maar op de lange termijn neemt de kans op grote tegenvallers toe. Als ik deze zorgen optel, begrijp ik waarom Koolmees en De Nederlandsche Bank vasthouden aan een lage rekenrente.”

Toch is er best een compromis denkbaar tussen Koolmees en de bonden. De rekenrente wordt dan hoger, maar er komen harde afspraken over het verdelen van winsten en verliezen tussen generaties.

Dan nog blijft de discussie niet lang weg, voorspelt Boelaars. „Het gaat steeds over de rekenrente, omdat het dan eigenlijk gaat over hoe je de collectieve pensioenpot verdeelt tussen generaties.” Alleen in een puur individueel stelsel, met persoonlijke pensioenpotjes, zou de rekenrentediscussie voorbij zijn. Die potjes stonden in het regeerakkoord, maar zijn in de polderonderhandelingen allang verlaten.

    • Marike Stellinga
    • Christiaan Pelgrim