Opinie

    • Frits Abrahams

Aanslag op levensgeluk

Bij de slijter stond een vrouw van een jaar of zeventig met een grote herdershond voor de toonbank. Ze moest wachten met afrekenen tot een andere, jongere vrouw met de winkelier was uitgepraat. Hun gesprek ging nogal uitputtend over wijnen die wel of niet geschikt waren voor een of ander diner. Het drinken kan, zoals bekend, minstens zo belangrijk zijn als het eten.

Ik drentelde achter hen wat rond in het besef dat ik voorlopig niet aan de beurt was. Ook de herdershond, een prachtig, krachtig dier, had moeite haar levendigheid te onderdrukken. De hond maakte met snelle bewegingen van haar kop avances naar de jongere vrouw, die dat vertederd onderging. Ze onderbrak er zelfs even haar gesprek met de winkelier voor.

„Wat ben je mooi”, vleide ze terwijl ze de hond achter een oor kriebelde.

„Ze vindt het heerlijk om gekroeld te worden”, zei de eigenaresse.

„Wie niet?” vroeg de winkelier met een knipoog in mijn richting. „Hoe heet ze?”

„Lisa”, zei de eigenaresse. „We hebben haar meegenomen uit Griekenland. We waren in een asiel waar veel puppy’s rondliepen, heel schattige. Je kon er een meenemen en dat gebeurde ook, maar deze puppy wilde niemand hebben omdat ie maar één oog heeft.”

„Dat had ik helemaal niet gezien”, zei de jongere vrouw verbaasd, „ik zag haar maar van één kant”.

„Het valt ook niet op”, zei de eigenaresse, „het is verder een normale hond. Ze is lief en nieuwsgierig.”

Ik bezag de vrouw opeens met meer sympathie, want een eenogige hond van Griekenland naar Nederland transporteren, dat zie ik nog niet iedere vakantievierende aardappeleter doen. Als ze het bij de PVV en de VVD hoorden, zouden ze meteen roepen dat ook buitenlandse asielhonden in „de eigen regio” behoren te worden opgevangen.

Toen moest ik denken aan een vriendin van ons die onlangs aan haar rechteroog blind was geworden. Hoe zou het haar vergaan? Zou ze even ontspannen met deze handicap omgaan als de hond? Na thuiskomst besloot ik het haar meteen te vragen.

„Het is in maart gebeurd, maar het blijft onverminderd vermoeiend en lastig”, liet ze me weten. „Alleen aan de pc of iPad en bij het tv-kijken heb ik geen last, want dat zijn goed verlichte, platte vlakken, maar als ik dan opsta, denk ik nog steeds: shit! Mijn levensgeluk heeft er een behoorlijke knauw van gekregen, het maakt me verdrietig. Ik keek vroeger graag naar buiten, speurde dan naar bijzondere dieren, vogels. Dat plezier is verdwenen, want ik zie het minder goed.”

Buiten beweegt ze voorzichtig, want ze voelt zich onzeker, ook door haar hoge leeftijd. Ze loopt niet meer gemakkelijk in een rechte lijn, verhoudingen, formaat en afstand zijn minder goed te schatten. Een trapje af is al riskant, in de hoogte van een drempel kan ze zich vergissen, alles wat ze in haar handen houdt, lijkt nu kleiner. Al een paar keer heeft ze náást het glas ingeschonken.

Een hond of kat – ze heeft altijd katten gehad – kunnen er gemakkelijker mee omgaan, vermoedt ze. „Ze vragen zich niks af, ze passen zich aan. Ze lopen bijvoorbeeld met drie poten alsof ze nooit een vierde hebben gehad. Dat is het verschil met mensen, wij zijn ons overal van bewust…”

    • Frits Abrahams