Recensie

Te ambitieuze voorstelling over mythische multiculturele stad

Dans/theater De Vlaamse regisseur en choreograaf Wim Vandekeybus heeft in ‘TrapTown’ te veel hooi op zijn vork genomen. Choreografie lijkt in de voorstelling een bijgedachte.

Foto Danny Willems

Is Wim Vandekeybus uitgekeken op de dans? Die vraag komt onwillekeurig op tijdens zijn nieuwste creatie TrapTown. Choreografie lijkt een bijgedachte in deze voorstelling, waar tekst en film een groot aandeel hebben.

Nu is dat laatste niets nieuws, niet per se een bezwaar en zeker niet verontrustend. In de loop der jaren heeft de Vlaming juist met zijn multidisciplinaire benadering, waarvoor stevige hedendaagse bands vaak de muziek leverden, een unieke en zeer aantrekkelijke en dynamische theatrale signatuur ontwikkeld. In TrapTown echter heeft hij te veel hooi op zijn vork genomen.

TrapTown vertelt het verhaal van Askeville, een door Vandekeybus en auteur Pieter de Buysser gefantaseerde, mythologische versie van onze hedendaagse, multiculturele metropolen. De verhouding tussen de heersende Odinezen en de onderklasse, Mythriciërs, staat op springen. De laatsten eisen hun rechten op, en de idealistische halfbloedzoon van de Odinese burgemeester verklaart zich solidair met het volk van zijn moeder.

Maatschappelijke wrijving

Daarmee is zijn lot bezegeld. Voor de ene partij is deze Marduk een naïeve Gutmensch, terwijl hij door de andere partij met achterdocht wordt bekeken: welke motieven drijven deze geprivilegieerde jongeman werkelijk? Om zich te bewijzen wil hij een aanslag plegen. Die gaat afschuwelijk mis, en hij moet de gevolgen dragen.

De maatschappelijke wrijvingen in TrapTown worden in de voorstelling gereduceerd tot een zwart-witschema. De opstandige, idealistische vertegenwoordiger van de jongere generatie staat tegenover een pragmatische, conservatieve en soms cynische oudere generatie, vertolkt door acteur Jerry Killick. Imposant uitvergroot debatteert hij, onaantastbaar verheven op het filmdoek, met zijn nietige zoon (waarvoor danseres Tanja Marín Fridjonsdottir ‘genderblind’ werd gecast). Hun standpunten zijn eenduidig en onverenigbaar, grijstinten zijn nauwelijks aanwezig.

Conflictsituaties worden bovendien hoofdzakelijk uiteengezet in dialogen, niet in beelden. Op film is Vandekeybus’ taal prachtig mysterieus, maar de dansdelen komen ongeïnspireerd over. ‘Vintage’ Vandekeybus, met veel en energiek springen, vallen, rollen en ontwijken, maar zo losgezongen dat de choreografie bijna iets plichtmatigs krijgt, een kers die nog even gauw op de taart is gezet. De korte duetten waarin de sociale strijd wordt uitgevochten zijn krachtig, maar het gedoe met ballen, die het publiek op verzoek naar het toneel gooit, is zelfs een beetje flauw.

Foto Danny Willems
Foto Danny Willems
Foto’s Danny Willems

Psychedelische composities

Gelukkig winnen de dansfragmenten aan stuwing dankzij de Afrikaans en oriëntaals geïnspireerde psychedelische composities van de Brusselse band Phoenician Drive en de songs van Trixie Whitley. De frêle Whitley wandelt al zingend nu en dan als de aanbedene van Marduk door het gefilmde, mythische universum.

Een en ander speelt zich af tegen een prachtig decor van Vandekeybus en ontwerpersduo Gijs Van Vaerenbergh: een grootstedelijke skyline die tegelijk de verticale vertaling is van het gesloten, claustrofobische stadslabyrint waarin Vandekeybus op een aantal filmfragmenten 250 figuranten laat krioelen. Regelmatig fungeert die achterwand als klauterobject met verschillende speelniveaus.

Toch blijft de conclusie dat Vandekeybus hier boven zijn macht heeft gegrepen. Hij lijkt vooral te zijn bezweken onder de directheid van de dialogen en de schematische verhaallijn. In eerdere producties werkten juist meer poëtische teksten uitstekend in combinatie met zijn door intuïtie gedreven en mythologieën geïnspireerde, filmische theatertaal. Nu valt zijn creatie in losse delen uiteen.

    • Francine van der Wiel