Sri Lanka heeft ineens twee premiers

Constitutionele crisis Door toedoen van president Sirisena is Sri Lanka verzeild in een diepe politieke crisis. Slaagt de eilandstaat erin die geweldloos op te lossen?

Beveiliger van de opgepakte minister Ranatunga bij de rechtbank. Foto Ishara S. Kodikara/AFP

Sri Lanka is in een diepe constitutionele crisis beland, nadat president Maithripala Sirisena afgelopen vrijdag premier Ranil Wickremesinghe verrassend uit zijn functie had gezet en had vervangen door diens aartsrivaal, de omstreden, maar nog altijd populaire oud-president Mahinda Rajapaksa.

Als een van de redenen voerde Sirisena een complot aan dat tegen hem zou zijn gesmeed om hem te vermoorden. Daarbij zou een kabinetslid van Wickremesinghes partij betrokken zijn geweest. Intussen weigert Wickremesinghe plaats te maken voor de autocratische nationalist Rajapaksa. Hij betoogt dat hij nog voldoende steun geniet in het parlement. Bewijzen kan hij dat echter niet want Sirisena heeft het parlement voor twee weken geschorst, een stap die volgens staatsrechtgeleerden in Sri Lanka strijdig is met de grondwet.

De toestand in de hoofdstad Colombo is gespannen. Zondag ontstonden er bij het ministerie van Oliezaken schermutselingen, toen betogers poogden te voorkomen dat minister Arjuna Ranatunga zijn kantoor in kon. Een beveiliger schoot daarop drie mensen neer. Een van hen overleed.

„We moeten dit via het parlement oplossen”, stelde parlementsvoorzitter Karu Jayasuriya. „Als we dit op straat oplossen, zal het in een groot bloedbad uitmonden.”

De crisis op het strategisch belangrijke eiland raakt ook het buitenland. China was er snel bij om Rajapaksa, met wie het tijdens diens presidentschap (2005-2015) nauwe banden ontwikkelde, te feliciteren. India daarentegen is verontrust en ook de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben er bij Sirisena op aangedrongen zich aan de constitutie te houden. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken vroeg later het parlement weer direct bijeen te roepen.

Het drama begon vrijdagavond, toen Sirisena abrupt besloot zich uit de coalitie met de United National Party (UNP) terug te trekken, Wickremesinghe te ontslaan én Rajapaksa te benoemen als zijn opvolger.

Een woeste Wickremesinghe verweet Sirisena „illegaal en ongrondwettig” te hebben gehandeld. Toen het een dag later leek alsof een meerderheid van het parlement zich achter de ontslagen premier zou scharen werd een spoedzitting verijdeld met een schorsing van het parlement.

In een tv-toespraak zondag noemde Sirisena de premier „arrogant” en „koppig” en verweet hem een eigen koers te varen. Ook zei hij dat uit verhoren bleek dat een minister betrokken was bij een complot om hem en een oud-minister te vermoorden.

Al tijden rommelde het tussen de president en de premier, die vooral economisch gezien niet op een lijn zaten. Het dieptepunt was dit voorjaar toen Wickremesinghe nipt een motie van wantrouwen overleefde – zonder steun van Sirisena.

Maar de abruptheid waarmee de drie jaar oude coalitie tussen de UNP en de Sri Lankaanse Vrijheidspartij uiteindelijk ten val kwam, en vooral de alliantie met Sirisena’s oude partijgenoot Rajapaksa, kwam voor velen als een verrassing. Sirisena, die zelf minister was in Rajapaksa’s regering, splitste zich in 2015 juist van Rajapaksa’s partij af om het tegen zijn vroegere baas op te nemen bij de presidentsverkiezingen.

Rajapaksa – beschuldigd van corruptie, nepotisme, mensenrechtenschendingen en te nauwe banden met China – is in delen van Sri Lanka nog altijd razend populair vanwege het beëindigen van de 26 jaar durende oorlog tegen de Tamil Tijgers. Door Wickremesinghe voor hem in te ruilen, hoopt Sirisena volgens sommige analisten zijn eigen kansen te vergroten tijdens de verkiezingen die volgend jaar op het eiland plaatsvinden. Maar ook Rajapaksa zelf aast weer op het presidentschap.

    • Eva Oude Elferink
    • Floris van Straaten
    • Simone Peek