Foto Merlijn Doomernik

Kinderboekenschrijver Anna Woltz: ‘De kinderlogica ben ik nooit kwijtgeraakt’

Anna Woltz schreef 22 kinderboeken en krijgt soms de vraag of ze niet eens een echt boek wil schrijven „Mensen praten weleens in verkleinwoorden tegen me. Plaatjes, boekjes, kindjes…”

Als je 12 jaar bent, is de zomer bedoeld om vakantie te vieren. Hutten bouwen, kamperen aan zee, luieren in een hangmat, een ijsje halen in het dorp, een voorzichtige eerste kus op de wang van je buurjongen. Niet als je Anna Woltz bent. Zij, nu 36, schreef elke zomervakantie een lang verhaal dat ooit een boek moest worden. Eerst over vijf kinderen die een restaurant beginnen, de zomers erna over boeven, een verdronken moeder en hertogen. Op haar vijftiende schreef ze een schooljaar lang wekelijks columns in de Volkskrant over het leven op een middelbare school in Den Haag. Ze observeerde haar medeleerlingen en schreef met onderkoelde humor over de wetten en codes die heersen in de klas en op het schoolplein. Die columns werden gebundeld in haar eerste boek: Overleven in 4B. Intussen zijn er 22 kinderboeken met haar naam op de kaft.

Op een nazomerse dag zitten we in haar tuin in Utrecht, in een rustige wijk buiten het centrum. Op tafel twee grote glazen thee en een schaal met biscuits; scholiertjes met pure chocolade.

Woltz schrijft boeken voor kinderen en tieners. Het klinkt misschien logisch, maar als ze schrijft, verplaatst ze zich in haar hoofdpersoon, een 12-jarig kind bijvoorbeeld, en is ze geen volwassene die stiekem wijze levenslessen in haar boeken stopt. „Gedachtes en woorden die een 12-jarige niet kent, komen niet in me op.” Haar jonge lezers halen vast wel inzichten uit haar verhalen, maar dat is niet de reden dat ze schrijft, zegt ze. Ze schrijft niet voor kinderen, ze schrijft voor zichzelf. Personages verzinnen, bepalen wat hun overkomt, ze originele namen geven (Primula, Fitz, Parker) – ze zou het niet anders willen. „Ik dans als mijn hersenen ’s nachts op eigen houtje een oplossing vinden voor een netelig plotprobleem.”

Plot, de ontwikkeling die personages doormaken, stijl en perspectief – volwassenen onderschatten vaak het denkwerk dat in een kinderboek zit, tot ergernis van Woltz. „Weet je hoe vaak mensen mij vragen: ‘Wil je ook nog eens een echt boek schrijven?’ Als ik een cent kreeg voor iedere keer dat me dat is gezegd…”

Woltz denkt na over ieder woord, zegt ze. „Sommige zinnen zijn wel honderd keer herschreven. Elke zin moet een functie hebben, anders gaat-ie weg.” In de recensie van Gips in NRC stond: ‘Woltz heeft de techniek in haar vingers: ze verliest geen moment de controle over haar verhaal. En dat is een prestatie, door het constante afwisselen van actie en bezinning, van ernst en humor – er is ontzettend veel te lachen in Gips. Een dokter die na het opensnijden van een abces kijkt ‘alsof ze net een cadeautje heeft uitgepakt’, bijvoorbeeld.’

In 2016 kreeg Gips De Gouden Griffel, de prijs voor het beste Nederlandse kinderboek. Het verhaal gaat over het 12-jarige meisje Fitz dat avonturen beleeft in een ziekenhuis en tegelijkertijd de relatie van haar ouders probeert te repareren.

Hoe is het om je als 36-jarige te verplaatsen in een kind van 12?

„Of dat me bij mijn volgende boek nog lukt, is een vraag die me de laatste tijd erg bezighoudt. Tot anderhalf jaar geleden had ik altijd het kinderperspectief. Ik begon met schrijven toen ik 12 was en ben altijd voor 12-jarigen blijven schrijven. De kinderlogica ben ik nooit kwijtgeraakt, ik bleef heel dicht bij die wereld. Maar anderhalf jaar geleden werd ik moeder en sindsdien merk ik dat ik bepaalde kindertheorieën wel kan volgen, maar ze veel minder heftig voel.”

Bijvoorbeeld toen ze een moeder hoorde zeggen dat ze zin had in een weekend zonder kinderen, in tijd voor zichzelf, cocktails drinken en hardlopen. Jarenlang hoorde ze zo’n opmerking alleen door de oren van een 12-jarige. „Ik begreep die moeder niet, ik hoorde hoe vreselijk dit klinkt voor een kind. Alsof je moeder niet zichzelf kan zijn met jou erbij, niet vrij is. Nu hoor ik het mezelf, weliswaar in andere woorden, ook weleens zeggen. Ik sta op het punt om te beginnen aan het eerste boek na de geboorte van mijn zoon en ik ben benieuwd of ik nog dicht genoeg bij dat kinderperspectief kan komen.”

In theorie is het fantastisch als je boeken worden verfilmd

Je hoofdpersonen zijn vaak woedend. Waarom?

„Blije hoofdpersonen zijn saai, bange hoofdpersonen ook, die blijven in bed liggen. Woedende hoofdpersonen ondernemen actie, dat is spannend. Er is iets krankzinnigs aan de situatie van kinderen: ze leiden een leven waarvoor ze niet hebben gekozen. In wat voor soort huis ze wonen, of ze veel of weinig geld hebben, daar moet een kind maar mee dealen. Tegelijkertijd is het zo dat ze niet beter weten. Lange tijd denken ze dat hun situatie, de gang van zaken in hun gezin, is zoals het hoort. Daar nemen ze een hele tijd genoegen mee tot het moment – en daar schrijf ik het liefst over – dat ze zich realiseren dat er andere manieren zijn om te leven en dat hun ouders mensen zijn, die zo nu en dan fouten maken. Dat brengt woede met zich mee. In bijna al mijn boeken spelen familierelaties een belangrijke rol, ik vind het fascinerend hoe de band tussen ouders en kinderen langzaam verandert.”

Lees ook het interview met Margaret Atwood: ‘Het ene feminisme is het andere niet’

Van Gips wordt nu een tv-serie gemaakt, van Mijn bijzonder rare week met Tess een film met onder anderen Jennifer Hoffman. Hoe is het als iemand anders je verhaal gaat bewerken voor tv of film, terwijl jij al over elk woord zo goed hebt nagedacht?

„In theorie is het fantastisch als je boeken worden verfilmd. In de praktijk ben ik er doodsbang voor. Ik heb me er bijna volledig afzijdig van gehouden. Ik heb mijn ambacht, een filmmaker het zijne. Ik ben niet gespecialiseerd in het schrijven van een scenario, anderen kunnen dat veel beter. Dat neemt niet weg dat ik ideeën heb over mijn boek in filmvorm. Elk woord dat wordt veranderd of dialoog die verdwijnt, is toch pijnlijk. Maar ik besef ook dat bepaalde veranderingen nodig zijn om het verhaal als film te laten werken. Ik laat het dus volledig over aan de makers.”

Je moet dan wel vertrouwen hebben in die makers.

„Tijs van Marle schreef mee aan het script van Gips. Ik heb een ochtend met hem gepraat over hoe hij de tv-serie voor zich zag. Dat gaf vertrouwen, hij begrijpt mijn hoofdpersonen en laat ze in bepaalde situaties handelen zoals ik ook zou doen. Daarna heb ik met liefde mijn boek in zijn handen gelegd. Ik vind het ook wel rustig om me er niet mee te bemoeien. Ik heb het eindproduct nog niet gezien, dus ik kan nu nog niet zeggen of ik dit in de toekomst anders zou aanpakken.”

Soms wordt aan auteurs gevraagd mee te schrijven aan het filmscript. Had je dat gewild?

Vaak blijkt de roman voor een film een keurslijf. Weg met de boekverfilming dan maar? Onze filmredacteur aarzelt. Lees ook: Weg met de boekenfilm?

„Ik heb nu al te weinig tijd om binnenlandse en buitenlandse lezingen te geven en elk jaar een boek te schrijven. Daarbij zijn de verhalen van Tess en Gips voor mij af. Dus als ik moet kiezen, schrijf ik liever een nieuw boek dan het scenario van een verhaal dat ik voor mijn gevoel al heb geschreven in de vorm die het beste bij mij past. Sinds de geboorte van mijn zoon zijn dit soort keuzes simpel; mijn prioriteiten zijn veel duidelijker. Ik ben single moeder en dat ik nu minder tijd heb voor mijn werk, vind ik zo logisch dat ik er geen seconde om treur. Een hele dag een script lezen of naar een draaidag gaan, kost me een crèche-dag, en die tijd besteed ik dan liever aan een nieuw boek. Bij de verfilming van Tess ben ik niet eens gaan kijken op de set op Terschelling.”

Leuk die griffel, maar ik wilde liever een baby

Het klinkt alsof je het ook hebt geaccepteerd, dat je nu geen tijd hebt voor randzaken.

„Voor het eerst heb ik het leven dat ik wil hebben. Literatuur is fantastisch, maar niet volledig vervullend. Ik had altijd een reusachtige kinderwens. De laatste jaren, toen mijn boeken het steeds beter gingen doen, werd dat gevoel nog sterker. Leuk die Griffel, maar ik zou liever een baby willen hebben. Nu hoef ik dat niet meer te denken.”

De vraag ‘Waarom zijn kinderboeken belangrijk?’ irriteert je. Waarom?

„Wordt aan Tommy Wieringa ook gevraagd waarom boeken belangrijk zijn? Zodra het voor kinderen is, moet er een educatief tintje aan zitten. Iets uit het riedeltje: boeken vergroten de woordenschat van kinderen, de empathie. Klopt, maar ik vind het gewoon fantastisch om verhalen te verzinnen. Het is mijn manier om de wereld beter te snappen, om na te denken over onze maatschappij en gevoelens beter onder woorden te brengen. Kinderboeken worden door volwassenen als een separaat domein gezien. Pas als we erover in gesprek zijn, zie ik dat iemand denkt: ‘Oh, zij denkt ook na over stijl en perspectief en plotopbouw en ontwikkeling van personages.’ Ja, denk ik dan, het is hetzelfde ambacht. Soms laat ik expres vallen dat mijn boeken zijn vertaald in zestien talen, dan is meteen duidelijk dat ik geen fröbelende buurvrouw ben.”

Ze lacht: „Mensen praten ook weleens in verkleinwoorden tegen me zodra ze horen dat ik kinderboeken schrijf. Plaatjes, boekjes, kindjes…”

In Gips heeft Fitz door haar scheidende ouders geen vertrouwen meer in de liefde. Is dit een thema waar veel 12-jarigen mee zitten?

„Eén op de drie stellen gaat uit elkaar en hoe verstandig ouders dat ook aanpakken, het heeft altijd effect op kinderen. Met het vertrouwen van Fitz komt het uiteindelijk goed. Verliefd zijn en relaties aangaan kunnen inderdaad doodeng zijn. Ja: het kan misgaan. Maar Fitz ontdekt: je kan voor altijd in de wachtkamer blijven zitten, maar je kan ook het risico nemen, het durven en doen. En gewoon leven.”

In december 2018 is de serie Gips te zien op tv, elke werkdag een aflevering. Filmfestival Cinekid opent met de filmversie van Gips. (Voor 6 tot 12 jaar). De verfilming van Mijn bijzonder rare week met Tess komt in 2019 in de bioscoop.

    • Carlijn Vis