‘Live’ docent zorgt voor hogere cijfers dan een online collega

Didactiek Studenten die college volgden in een zaal en met een docent discussiëren, halen beter resultaten dan na online-sessies en -chats.

Studenten die naar een ‘live’ college gaan halen hogere tentamencijfers. Foto iStock

Studenten die een vak volgen in de collegezaal steken daarvan meer op dan studenten die hetzelfde vak online volgen. Dat blijkt uit onderzoek van wetenschappers van Rutgers University. Ze publiceerden er onlangs over in The Journal of General Psychology.

Universiteiten hebben de afgelopen jaren massaal ingezet op digitaal lesgeven, maar dit soort onderwijs lijkt dus minder effectief te zijn dan reguliere colleges waarbij docent en student zich in dezelfde ruimte bevinden, ook als het lesmateriaal verder volledig identiek is.

De psychologen gebruikten voor hun onderzoek een collegereeks die werd gegeven aan veertig studenten. Ze deelden de groep in tweeën. Deze groepen kregen om de beurt een college in een zaal, waarbij met de docent gediscussieerd kon worden, en een college online, waarbij met de docent kon worden gechat via de computer. Door de proefpersonen allemaal voor de helft ‘echte’ en voor de helft virtuele colleges te laten volgen, kon per student de effectiviteit van de beide onderwijsvormen worden vastgesteld.

De studenten kregen na elk college een aantal vragen over de behandelde stof, en aan het eind van de reeks een tentamen over het hele vak. Het resultaat: de vragen over de gedeelten van het vak die online waren gevolgd, werden minder goed beantwoord. Dat effect trad al meteen na het college op, maar was nog een stuk sterker bij het tentamen. Studenten beantwoordden 82 procent van de vragen goed over het gedeelte van het college dat ze live hadden gevolgd; bij de online colleges zakte dat naar 74 procent.

Lees ook: Lagere prestaties in online onderwijs

Directe interactie

De uitkomsten van het experiment zijn in lijn met wat de onderzoekers verwachtten. Uit eerder onderzoek bij baby’s bleek bijvoorbeeld dat zij wel een tweede taal oppikten (naast de taal die ze thuis hoorden) als een persoon in dezelfde ruimte met ze sprak, maar niet als ze een filmpje bekeken op een beeldscherm. Directe interactie tussen leraar en leerling lijkt dus belangrijk voor kennisverwerving.

Arnold Glass, een van de onderzoekers en hoogleraar psychologie aan Rutgers University, zegt in een reactie dat zijn onderzoek universiteiten aan het nadenken zou moeten zetten. „Ik ben een technofiel, geen technofoob, maar ik vind dat universiteiten heel goed moeten opletten met het invoeren van digitaal onderwijs. Deze manier van college volgen, heeft naast voordelen ook duidelijk nadelen.”

    • Bart Funnekotter