Game of Thrones in dichtvorm, ofwel: Game of Poems

Drie dichters schreven bij elke aflevering van de hitserie Game of Thrones een gedicht. „De werkelijkheid? Dat is wel het laatste dat ons interesseert.”

Illustratie Ralph Zabel

In een sneeuwbui die lucht en aarde in blauwachtige, schemerige grijstinten verandert, voert een steeds kleiner groepje leden van de Free Folk-stam een grimmig gevecht tegen een overmacht van ‘ondode’ krijgers. De strijd gaat om het vissersdorp Hardhome, dat onder de voet gelopen dreigt te worden door het leger van zombies, aangevoerd door krijgsheren als geraamtes met ijsblauwe ogen. We zien een uitgeputte jonge vrouw die je zou kunnen herkennen als de beeldschone Birgitte Hjort Sørensen uit de Deense hitserie Borgen. Een kleurspoeling en een aantal rollen later vecht ze als de speervrouwe Karsi verbeten tegen het kwaad. Dan staat ze, alsof de wereld krakend tot stilstand komt, plotseling oog in oog met zes kleine, half verrotte kinderen. Een paar tellen kijken de levende vrouw – zelf een moeder – en de kinderen elkaar aan in stilte. Dan kruist ze haar armen en laat zich door de kinderen verscheuren. Het laatste wat we van Karsi zien, is dat ze weer opstaat om tot in de rottende eeuwigheid te dienen in het leger van ondoden.

Drie dichters besloten samen alle afleveringen van de HBO-serie Game of Thrones te verdichten – één vers per aflevering. Het resultaat is Game of Poems, een boek van 67 gedichten mét toelichtingen, dat zal verschijnen wanneer het achtste en laatste seizoen van de televisieserie wereldwijd wordt uitgezonden. Wanneer dat precies zal zijn is nog niet bekend, maar waarschijnlijk in de eerste helft van 2019.

Game of Thrones is een Amerikaanse fantasy-serie, sinds 2011 op tv. De serie is gebaseerd op de boeken van de Amerikaanse schrijver George R.R. Martin. Het grootste deel van de serie speelt zich af op het mythische continent Westeros. Daar strijden verschillende families, op nogal bloederige wijze, om de macht in het rijk. Ook in het Oosten, op het continent Essos, en bij de grote ijsmuur, strijden dynastiën om de troon. In de serie komen allerlei mythische dieren voor, zoals fantastisch vormgegeven draken, en een soort zombies, de ‘White Walkers’.

In een driespraak bespreken de auteurs van de bundel, Ellen Deckwitz, Ingmar Heytze en Thomas Möhlmann waarom zij wilden dichten over een wereld die alleen bestaat op het beeldscherm.

Thomas: Waarom niet? We schrijven alle drie poëzie die vrij sterk naar de bekende wereld verwijst. Ik vind het geen bezwaar om poëzie te schrijven die naar een fictieve wereld verwijst – bovendien verwijst die fictie toch ook overal naar onze werkelijkheid.

Ellen: En Game of Thrones heeft waarschijnlijk meer fans dan de werkelijkheid. En vergeet niet dat die serie op haar beurt weer op boeken is gebaseerd.

Ingmar: Je moet zo’n vraag eigenlijk niet aan dichters stellen. De werkelijkheid is wel het laatste dat ons interesseert. En Thomas heeft gelijk, als er één serie is van waaruit je moeiteloos allerlei parallellen met onze wereld kunt leggen is het Game of Thrones.

Ellen: Gender-issues, vluchtelingenproblematiek, klimaatverandering: als je het wilt zien, zit het er allemaal in. Maar natuurlijk ook fundamenteler: liefde, haat, eer, angst, macht…

Thomas: Die immense, grijze, morele zee waar we als stervelingen oeverloos in rond peddelen. Wat dat betreft lijken de hoofdpersonages in de serie wel wat op die goeie ouwe Griekse goden, als uitvergrotingen van al ons menselijk gehannes.

Ingmar:Game of Thrones lijkt zich af te spelen in een wereld die helemaal niets met de onze te maken heeft, maar als je goed kijkt, zie je overal verwijzingen. Wist je dat aan het einde van seizoen 1 het afgehakte hoofd van George W. Bush ergens op een paal staat? Volgens de producenten was dat een foutje, omdat ze geen geld hebben om alle afgehakte hoofden en lichaamsdelen nieuw te laten maken voor de serie. Dus huren ze die, in grote aantallen. Kennelijk zat die kop daar per ongeluk tussen. En dat moeten wij dan geloven.

Ellen: Je hoeft niet eens goed te zoeken om op internet lijsten vol met dat soort trivia te vinden. Game of Thrones is een wereldwijd verschijnsel waar mensen op allerlei manieren mee aan de gang gaan. Er zijn samenvattingen in de vorm van videoclips, exposities van kostuums en rekwisieten, bordspellen, you name it. Op de filmlocaties is een hele toeristenindustrie met rondleidingen op gang gekomen. Het gaat veel verder dan een televisieserie, het is letterlijk overal.

Thomas: Afgelopen voorjaar was ik in Dubrovnik, dat als filmlocatie dient voor onder meer King’s Landing, zeg maar de hoofdstad van Game of Thrones. Een mooie stad met een rijke historie, maar tot voor kort – na de Joegoslavische oorlogen van de jaren negentig – ook een aan flarden geschoten stad met weinig middelen om zich op te richten. Bijna alles wat kapot was, is er intussen hersteld met de inkomsten uit het Game of Thrones-toerisme. Door een fysiek bestaande stad kun je nu rondleidingen doen die volstrekt op fictie zijn gebaseerd.

Ellen: Dat is toch al pure poëzie?

Illustratie Ralph Zabel

Ingmar: Begin 2014 haalde een Belgische wiskundeleraar het internationale nieuws omdat hij de serie gebruikte in zijn les. Die man had alle boeken al gelezen voordat de serie een succes werd en gebruikte zijn kennis als strafmaatregel. Op een dag zei hij tegen de leerlingen: ‘Als jullie nou verdomme je kop niet houden, schrijf ik op het bord wie er dit seizoen allemaal doodgaan, en trouwens ook hoe.’ Na twee en een halve naam kon je een speld horen vallen.

Thomas: Kortom, Game of Thrones is groter geworden dan het leven zelf. De vraag is niet waarom wij er een bundel over hebben geschreven, eerder waarom dat nu pas gebeurt. Daarbij heeft het iets moois dat zo’n ijzersterk verhaal, dat eerst alleen bestond in boekvorm, via beeld tot wereldfaam komt, en als spin-off weer in een dichtbundel belandt – uitgerekend het enige genre waarbij het verhaaltje er het minst toe doet.

Lees ook de column van Marjoleine de Vos over poëzie: Poëzie hoeft niet te troosten, het mag wel

Ingmar: Dichten doe je meestal in je eentje, maar dan zou het wel een hoop werk zijn geweest. Ellen en ik hadden als Ingwitz al ervaring met samen gedichten schrijven. We zaten vroeger af en toe naast elkaar gedichten te schrijven op een terras.

Ellen: Op een gegeven moment begonnen we te rommelen in elkaars gedichten. Daar kwam dan een hele brainstorm uit voort met ideeën, invloeden, muziek, televisieseries en films, en ijverig geschrijf aan beide kanten. Het gebeurde steeds vaker dat mensen om ons heen stilvielen en dat er dan iemand vroeg: waar hébben jullie het in godsnaam over?

Ingmar: De meerwaarde van collectief schrijven is dat je meteen elkaars redacteur kunt zijn. Daarom was het ook heel logisch dat Thomas erbij kwam, want hij is niet alleen nog groter fan dan wij, maar bovendien de meest ervaren poëzieredacteur van ons drieën.

Ellen: Ik denk niet dat ik het met elke dichter zou kunnen. Niet iedereen kan snel genoeg werken, er zijn nu eenmaal dichters die tien jaar over een bundel met 32 gedichten doen. Dit leek af en toe bijna op copywriting en dat moet je wel liggen.

Thomas: Vooral de seizoenen 5, 6 en 7 schreven we razendsnel, min of meer een etmaal per gedicht, toch?

Ingmar: Ja, we begonnen in april 2015 bij de eerste aflevering van seizoen 5. ‘Oorlogen in voorbereiding’ was het eerste gedicht dat we samen schreven. HBO zond op zondagnacht een nieuwe aflevering uit, wij konden die dan op maandagochtend bekijken en hadden tot dinsdag rond lunchtijd om te schrijven, voordat uitgeverij Das Mag het resultaat online zette.

Ellen: Elk op ons eigen laptopje, thuis: eerst lekker kijken en dan zien wie er als eerste een mailtje over stuurde, of een opzet, een eerste versie.

Thomas: Vaak was Ellen dat. Waarna ik er meestal een lyrisch sausje overheen goot, en Ingmar er nog een grap in schreef, of een andere vorm van relativering. En daarna een gedurig heen en weer pingpongen van versies, tot we zeker genoeg wisten dat we de, of in elk geval één essentie te pakken hadden.

Waarom zouden we poëzie lezen? Ingmar Heytze legt het uit.

Ellen: Dat pingpongen was misschien nog wel het leukste. De meeste uiteindelijke versies zijn gedichten geworden die geen van ons in z’n eentje had kunnen schrijven.

Ingmar: Dat komt ook doordat we van tevoren hadden afgesproken om genadeloos te zijn: bevalt een regel uit een voorgaande versie je niet? Rats, eruit… Bevalt de hele voorgaande versie je niet? Rats, opnieuw! Het is precies die werkwijze waarom veel televisieseries zo goed kunnen zijn – ze worden niet geschreven door één persoon die per dag ook maar moet zien hoeveel goede zinnen hij eruit weet te wringen, maar door een collectief.

Ellen: Ik zie inmiddels ook niet meer wie wat geschreven heeft, we zijn een soort beest met drie hoofden geworden.

Ingmar: Behoorlijk verontrustend. Dat wordt nog afkicken, straks.

Thomas: Dan verzinnen we gewoon iets anders… Het ziet ernaar uit dat rond april komend jaar het derde seizoen van The Handmaid’s Tale begint?

Game of Poems - Gedichten van IJs en Vuur verschijnt in april 2019 bij uitgeverij Prometheus.

    • Ellen Deckwitz
    • Ingmar Heytze