Politiek zit muurvast in zorgdebat

Zorgstelsel De SP wil de faillissementen van ziekenhuizen aangrijpen om de discussie over marktwerking in de zorg weer aan te zwengelen.

Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg (VVD) kreeg van veel fracties tijdens het wekelijks vragenuurtje in Tweede Kamer vragen. Foto Bart Maat/ANP

Het ontslag van honderden mensen, flitsverhuizing van tientallen patiënten – de faillissementen van de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaartziekenhuis zijn koren op de molen van de oppositiepartij SP. Tweede Kamerlid Henk van Gerven wist dinsdag even niet meer welke dag het was, na een week waarin hij protesteerde bij zorgverzekeraar Zilveren Kruis en naar de failliete ziekenhuizen afreisde om te luisteren naar ontslagen medewerkers en boze patiënten.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer uitgebreid met minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) over de faillissementen en de vraag waarom patiënten binnen 24 uur hun ziekenhuisbed uit moesten. Tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer ging het er dinsdag al even over. Bruins kreeg veel kritiek omdat hij weinig invoelend zou hebben gereageerd. „Waar was de minister?”, wilde PvdA-Kamerlid Ploumen weten. PVV-Kamerlid Fleur Agema noemde de minister „een koelkast.”

Als VWS één belofte heeft gedaan, is het deze: geen grote wijzigingen van het zorgstelsel

De SP wil de faillissementen aangrijpen om de discussie over het zorgstelsel nieuw leven in te blazen. „Wat een drama”, schreef partijleider Lilian Marijnissen in een brief die ze aan SP-leden en journalisten mailde. „Breek de doorgeslagen macht van zorgverzekeraars en geef zorgverleners meer zeggenschap.”

Deugt het systeem van marktwerking in de zorg dat de politiek in 2006 invoerde? Sindsdien kopen zorgverzekeraars de beste mogelijke zorg in tegen de scherpste prijs. Verzekeraars moeten iedereen accepteren als ‘klant’ en zijn verplicht te zorgen dat iedereen toegang heeft tot zorg. Het betekent ook dat structureel verlieslijdende ziekenhuizen, zoals die in Amsterdam en de Flevopolder, kunnen omvallen.

SP-Kamerlid Van Gerven noemt het huidige systeem „failliet” – zijn partij werkt al een paar jaar aan een alternatief: het Nationaal Zorgfonds.

De Partij voor de Dieren en 50Plus steunen deze „maatschappelijke beweging”, zoals de SP het graag noemt. Ook zij pleiten voor een stelsel zonder zorgverzekeraars, zonder eigen risico en met één fonds dat premiegeld beheert en verdeelt.

Geen brede steun

Maar brede politieke steun is er voor dit plan nooit geweest. Coalitiepartijen VVD en D66 zijn bijvoorbeeld bang dat door overheid gestuurde zorg leidt tot wachtlijsten (zoals toen het ziekenfonds nog bestond). VVD-Tweede Kamerlid Arno Rutte noemt het idee voor het zorgfonds „een flinke stap terug”. Andere partijen vragen zich af of het voorstel praktisch en financieel uitvoerbaar is.

Belangrijker nog: het kabinet-Rutte III heeft net een totaal andere afslag genomen. Als bewindspersonen Hugo de Jonge (CDA), Bruno Bruins (VVD) en Paul Blokhuis (ChristenUnie) van het ministerie van Volksgezondheid één belofte hebben gedaan, dan is het wel deze: géén grote stelselwijzigingen. Ze hebben in akkoorden met de zorgsector al afgesproken dat de rol van ziekenhuizen in de Nederlandse gezondheidszorg veel kleiner moet worden.

In deze zogenoemde ‘hoofdlijnenakkoorden’ is afgesproken dat ziekenhuizen op termijn niet meer mogen groeien. Huisartsen en wijkverpleegkundigen krijgen juist extra geld. Het moet leiden tot kleinere ziekenhuizen en meer – soms specialistische – zorg in de buurt. Medisch-specialistische zorg (volgend jaar: bijna 23 miljard euro) wordt te duur.

Slimmigheidje in regeerakkoord

In de akkoorden deed het ministerie ook een belofte aan de zorgverzekeraars: ze houden hun rol als in- en verkoper van zorg. En tijdens de kabinetsformatie fietsten ambtenaren van VWS een slimmigheidje in het regeerakkoord: ook als Rutte III zijn termijn uitdient, lopen de zorgakkoorden nog een jaar door. Het krimpen van de ziekenhuizen en de rol van de zorgverzekeraar ligt zo ook voor het vólgende kabinet vast.

Twee ziekenhuizen gingen failliet, Zilveren Kruis kreeg de schuld. Een interview met de directeur: ‘Zorggeld werd gebruikt voor andere gaten’

Het is gezien die afspraken wel verklaarbaar dat minister Bruins, tot woede van sommige artsen, patiënten en politici, vorige week zei dat het ministerie zich niet verantwoordelijk voelt voor het openhouden van financieel zwakke ziekenhuizen. Hij zei te geloven in het systeem van marktwerking in de zorg en merkte op dat het hem ging om het leveren van goede zorg – dat hoeft wat hem betreft niet per se in een ziekenhuis. „Het gaat ons niet om het bewaken van een stapel stenen”, zei Bruins. Patiënten kunnen ook zonder de twee failliete ziekenhuizen binnen de wettelijk vastgestelde 45 minuten in een ziekenhuis zijn, zei Bruins. Daarmee is de zorgplicht van verzekeraars niet in gevaar.

SP-Kamerlid Van Gerven noemde het dinsdag „gevoelloos” van Bruins dat hij niet naar één van de getroffen ziekenhuizen is gegaan. Maar net als de minister is Van Gerven kritisch op de manier waarop de Raden van Bestuur van de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaart de financiën hebben beheerd.

Waar de minister er begrip voor heeft dat de verzekeraar de slecht presterende ziekenhuizen niet langer wilde steunen, vindt Van Gerven echter dat de ziekenhuizen hoe dan ook open hadden moeten blijven. „Vervang slecht bestuur, verbeter je zorg, maar zet geen patiënten en personeel op straat. Daar gaat marktwerking in tegen het belang van de patiënt”, zegt hij.

Zo is de Haagse discussie over marktwerking in de zorg weliswaar weer opgelaaid, maar dan wel met de vaste retoriek (SP: ‘De zorg is geen markt’), oplossingen en tegenstellingen. Dat zal de veranderingen die door het ministerie zijn ingezet niet stoppen.

Willen politieke partijen écht verandering van het zorgstelsel, dan moet het debat loskomen uit de oude tegenstellingen. PVV-Kamerlid Agema kwam wat dat betreft nog met het meest praktische voorstel: ze pleit voor een parlementair onderzoek naar de marktwerking in de gezondheidszorg.

Lees ook: Simpele antwoorden op de schuldvraag in het zorgdebacle zijn er niet
    • Enzo van Steenbergen