‘Já, daar zijn we weer, zei het COA’

Asielzoekerscentra Het is een opmerkelijke situatie: de afgelopen maanden sloot het COA nog elf opvanglocaties, nu komt het bedden tekort.

Foto Pieterjan Luyten

In het Friese Balk was begin oktober nét een monument verrezen dat het verdwijnen van het asielzoekerscentrum moest herdenken, toen tien dagen later het telefoontje binnenkwam. Of de opvang in Balk niet toch weer open kon, wilde het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) weten.

„Er zat wel een gevoel van schroom bij”, merkte burgemeester Fred Veenstra (CDA) van de Friese Meren, waartoe Balk behoort, toen het COA zijn gemeente benaderde. „Zo van: já, daar zijn we weer.” Eind deze week besluit de gemeente of het COA het tijdelijke opvanggebouw dat sinds 2016 in gebruik was opnieuw kan betrekken.

Balk is geen uitzondering. Het COA heeft met spoed vijfduizend extra bedden in de asielopvang nodig. Het aantal asielzoekers pakt iets hoger uit dan eerder werd voorspeld, maar vooral duurt het gemiddelde verblijf in de asielopvang langer dan voorheen. Dat komt doordat procedures meer tijd kosten, maar ook doordat het een moeilijke opgave blijkt voor bewoners die reeds een verblijfsvergunning hebben gekregen – de statushouders, ruim een kwart van alle azc-bewoners – om een woning te vinden op de krappe huizenmarkt.

„De asielinstroom is grillig”, zegt woordvoerder Jan Willem Anholts van het COA. „En we zijn nog steeds druk bezig te leren van de drukte van de afgelopen jaren.” Er waren reserveplekken, zegt hij, in azc’s in Harderwijk, Wageningen en Zutphen. Maar nu die ook vol zitten, moet de opvangorganisatie alsnog naarstig op zoek naar nieuwe bedden.

Lees ook dit interview met de burgemeester van Schinnen: ‘Met dit jojobeleid verspeel je draagvlak onder de bewoners’

Politieke keuze

Het is een opmerkelijke situatie, omdat het COA behalve in Balk de afgelopen maanden op nog tien andere plekken de asielopvang sloot vanwege een terugloop in het aantal asielzoekers in Nederland. Plaatsen als Alkmaar, Schinnen en Musselkanaal raakten na meer dan 20 jaar hun asielopvang kwijt. Na de sluiting van deze locaties bleven dit voorjaar nog 51 asielzoekerscentra over, met 27.000 bedden.

Nu de vraag naar extra opvang weer aanzwelt, komen de leegstaande locaties voor het COA goed van pas. Het voorkomt een herhaling van 2015. Dit keer geen rumoerige inspraakavonden in afgeladen zaaltjes, geen bedreigde burgemeesters, geen wegscheurende staatssecretaris Dijkhoff in de straten van Oranje. Maar de onrust van destijds heeft plaatsgemaakt voor een ander soort onvrede. Waarom handelt het COA zo snel, zo onverwachts en onvoorspelbaar?

Dat is in de eerste plaats een politieke keuze, zegt Annemiek Bots van Vluchtelingenwerk, en niet de keuze van het COA. „Waarom zijn er nu meer bedden nodig? Omdat het zo weinig urgentie heeft gekregen. De IND maakt er een zooitje van, de wachttijd voor de asielprocedure is opgelopen naar ruim drie kwart jaar, dáárdoor komt dit.”

Maar dat de oplossing niet perfect is, dat ziet zij ook. „Eerst sluiten en dan weer openen, dat wil je niet. De gemeente en de omgeving krijgen het gevoel dat ze erdoor worden overvallen.”

Want een azc plaats je niet zomaar, weet Bots. Het betekent plannen maken, personeel zoeken. En vooral: praten met buurtbewoners, zorgen wegnemen, beloften maken en nakomen. „Hoeveel plekken komen er, en voor hoelang? In een bestaand of een nieuw gebouw?”

Dat is een kunstje dat gemeenten niet steeds opnieuw kunnen uitvoeren, zegt Léon Frissen, waarnemend burgemeester van Schinnen. Het azc in zijn gemeente keert enkele maanden na sluiting terug. Maar het personeel en het draagvlak van voorheen, stelt hij, zijn daarmee nog niet teruggewonnen. „Je kunt toch niet zeggen: het gaat even wat minder, we schroeven alles terug?”

Lees ook: COA bouwt opvangcapaciteit verder af

Bestuurlijke onvrede

Als de wrevel ergens aan doet denken, is het niet aan de publieke onvrede van 2015, maar aan de bestuurlijke onvrede van 2016. Toen werd een groot aantal door het COA geplande asielzoekerscentra bij nader inzien niet in gebruik genomen. Dit tot onvrede van gemeenten die met veel inspanningen hun bewoners en bestemmingsplannen hadden klaargestoomd, zoals in het Gooise Crailo. Daarop stelden burgemeesters Pieter Broertjes (Hilversum) en Elbert Roest (Laren) in een open brief aan het COA dat „met dit besluit de bodem wegvalt onder het vertrouwen in het lokale bestuur”.

Precies om die reden wees de gemeente Utrecht nu het verzoek van het COA af een asielzoekerscentrum in de wijk Overvecht langer open te houden. „Het internationale asiel- en migratiedebat is volgens het college gebaat bij een betrouwbare en geloofwaardige overheid en partnerschap”, schrijft het college in een brief aan de gemeenteraad. „Om onze positie als mensenrechtenstad ook in de toekomst te verankeren, willen wij niet terugkomen op eerder gemaakte afspraken.”

Niet dat het COA erg gelukkig is met de situatie, benadrukt woordvoerder Anholts. „Misschien houden we de bij de volgende sluitingsronde drieduizend reserveplekken aan. Voor ons is dit minstens zo gevoelig. Gekwalificeerde arbeidskrachten vinden, zeker in kleine gemeenten en krimpregio’s, dat is niet eenvoudig. Maar lege plaatsen kosten geld.”

„We moeten toe naar een flexibeler opvangmodel”, zegt Bots van Vluchtelingenwerk. „Kleinschalige, verspreide opvang. Het staat al in het regeerakkoord, maar het is ook een kwestie van politieke wil. En daar is weinig van terechtgekomen.”

    • Rik Rutten