DNB bepleit forse belasting op de uitstoot van CO2

Onderzoek De Nederlandsche Bank

Een belasting van 50 euro per ton CO2 heeft geen grote gevolgen voor Nederlandse economie. Het kan zelfs leiden tot groei.

De Nederlandsche Bank is voorstander van een fikse belasting op de uitstoot van CO2 in Nederland, zelfs als dat niet in Europees verband gebeurt.

„Als je het akkoord van Parijs serieus neemt, en dat doet dit kabinet, dan is het praktisch ondenkbaar dat de doelen bij een lage CO2-prijs worden gehaald. En wat wij in Nederland momenteel aan uitstootbelasting doen is, Europees gezien, minimaal.” Dit zegt directeur Job Swank van De Nederlandsche Bank in een toelichting op een dinsdag verschenen studie naar de effecten van belasting op CO2-uitstoot.

Conclusie is dat een belasting van 50 euro per ton CO2 geen grote gevolgen heeft voor de Nederlandse economie als geheel. Als de opbrengst van circa 8 miljard euro via de inkomstenbelasting wordt teruggesluisd, zorgt dat zelfs voor een extra economische groei van 0,5 procent en daalt de werkloosheid licht.

Lees ook het interview met Job Swank: ‘De vervuiler moet echt gaan betalen’

Wel kan deze heffing, vooral als die alleen in Nederland wordt opgelegd, voor sommige bedrijfstakken in de industrie grote gevolgen hebben. Juist omdat Nederland een relatief vervuilende industrie kent. De grootste kostenstijging treedt dan op bij de delfstoffenwinning, chemie, basismetaal en de energiesector. Bij de delfstoffen (zand, gas, grind) kan in het slechtste geval een afzetverlies van bijna 8 procent worden geleden.

„Logisch als er een discussie met de industrie ontstaat, maar ik zou het niet verstandig vinden als er een taboe komt op het extra beprijzen van CO2, zelfs als dat alleen door Nederland gebeurt. Door deze belasting pak je het probleem bij de bron aan, bij de vervuiler. Omdat Nederland in veel lijstjes onderaan bungelt, moet je zeker overwegen of je niet een stap voorwaarts moet zetten.”

De heffing van 50 euro komt in het onderzoek van DNB boven op de bestaande heffingen, zoals energiebelasting en de Europese beprijzing van CO2 (ETS) voor de industrie.

Volgens Swank kunnen de nadelige effecten voor de industrie via subsidies worden beperkt. Dat geld kan dan door de vervuilende industrie worden gestoken in meer duurzame productie en bijvoorbeeld ook in CCS (carbon capture and storage), de opslag van CO2 diep in de zeebodem. „De industrie moet voor een grote reductie van CO2-uitstoot zorgen, anders halen we de doelen van het kabinet niet. Wij denken dat CCS daarvoor noodzakelijk is. En die CO2-opslag is alleen maar rendabel als de prijs voor de uitstoot boven de 50 euro komt.”

Swank spreekt woensdag tijdens een hoorzitting over de financiële gevolgen van het klimaatbeleid in de Tweede Kamer. Hij vindt zijn rol daar als toezichthouder van de financiële sector een logische. „Banken en verzekeraars hebben ook te maken met de energietransitie. Die speelt ook al een rol in de huidige stresstesten voor de financiële sector. En als DNB kijken we naar de economie en onderzoeken dus ook de economische gevolgen van milieubeleid. Daar hebben we de kennis voor opgebouwd.”

    • Erik van der Walle