Recensie

Bohemian Rhapsody vol valse noten

Biopic ‘Bohemian Rhapsody’ is een film met een vermakelijk verhaal. Alleen niet Freddie Mercury’s verhaal.

Queen tijdens Live Aid in de filmversie, met Gwilym Lee als Brian May, Ben Hardy als Roger Taylor, Rami Malek als Freddie Mercury en Joe Mazzello als John Deacon.

Freddie Mercury had een uitzinnige film kunnen opleveren. Wat een leven. De immens getalenteerde voorman van Queen, ’s werelds grootste stadionband, bekend om zijn homoseksuele poses – glamrocker, leernicht – zonder ooit uit de kast te komen. Tot hij in 1991 aan aids overleed.

Bohemian Rhapsody is niet die film, maar een brave biopic om Queenfans en de andere bandleden te behagen. Best vermakelijk door de muziek en de prima vertolking van Rami Malek, die ondanks zijn te nadrukkelijke hamstergebit echt in Freddie Mercury verandert. Maar onwaarachtig.

Na een sfeervol begin – drie saaie muzikanten en een flamboyante dramaqueen scoren wereldhit – ontspoort Bohemian Rhapsody als de roem zijn tol eist en homoseksualiteit Freddies tragische noodlot blijkt te zijn. Assistent Paul Prenter, de boeman in het verhaal, isoleert de prima donna van band en hartsvriendin Mary. In een sleutelscène hangt Freddie de paljas uit op zo’n homofeestje vol onechte mensen terwijl de band afkeurend toekijkt, om dan snel naar vrouw en koters terug te keren.

Lees ook het achtergrondstuk over Freddie Mercury: ‘Het gaat pas mis als Mercury uit de kast komt’

Freddies wufte levensstijl leidt uiteraard tot eenzame ontworteling. Volgt een ontwaken boven cokespiegels en lege champagneglazen in het besef dat Queen zijn ware familie is, een verzoening van alles met iedereen en Freddies hemelvaart tijdens het Live Aid-concert van 1985: nooit eerder eindigde Bohemian Rhapsody in zo’n valse noot. Kuise band versus ‘little boy lost’: het is een verhaal, maar niet Freddie Mercury’s verhaal.

    • Coen van Zwol