Biodiversiteit blijft overal ter wereld afnemen

Living Planet Report Ontbossing leidt tot een blijvende teruggang in dierpopulaties, concludeert het WNF. Maar de trend kan nog worden gekeerd.

Een zwarte neushoorn uit Zuid-Afrika die is overgevlogen naar het Zakouma National Park in Tsjaad. Foto Stefan Heunis/AFP

De biodiversiteit in de wereld blijft afnemen. De neergang is alleen te keren door een mondiale overeenkomst over harmonie tussen mens en natuur, te bereiken door „sterk leiderschap”. Dat is de boodschap van het tweejaarlijkse Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds (WNF) dat deze dinsdag is verschenen. Het WNF benadrukt dat natuur niet slechts „nice to have” is, maar essentieel voor het voortbestaan van de mensheid. Als voorbeeld gelden onder meer bijen; zonder de bestuiving door deze insecten zouden oogsten verminderen.

Populaties wilde dieren zijn tussen 1970 en 2014 wereldwijd met gemiddeld 60 procent gedaald, zo stelt het rapport, waarin resultaten van onderzoeken door twintig instituten zijn gebundeld. De daling van 60 procent wordt gesignaleerd aan de hand van onderzoek onder ruim vierduizend gewervelde diersoorten.

Oorzaak van de teruggang is vooral de aanhoudende vernietiging van leefgebieden, onder meer door landbouw en „overexploitatie”, zoals overbevissing, stelt het WNF. „Deze trends worden gestuurd door de toenemende vraag naar hulpbronnen wereldwijd”, zegt Monique Grooten, hoofdredacteur van het rapport. Het rapport spreekt van een „exploderende menselijke consumptie” en wijst op de grote „ecologische voetafdruk” van met name de VS en Canada, maar ook Rusland, Australië en Saoedi-Arabië.

Ecologen zijn vaak kritisch op de alarmistische toon van het WNF. Lees uit 2016 het artikel WNF: wereld op rand van massale uitstervingsgolf

Hoe dramatisch het met de biodiversiteit ook is gesteld, volgens het WNF kan de trend nog wel worden gekeerd. De natuurorganisatie put onder meer hoop uit ontwikkelingen in Nederland, waar dankzij Europese maatregelen de fauna zich in waterrijke gebieden sinds begin jaren negentig licht heeft hersteld – hoewel die verbetering de afgelopen tien jaar weer is gestokt. „De ontwikkeling in Nederland laat zien dat milieubeleid effect heeft én dat de natuur veerkracht heeft”, zegt Grooten. Wereldwijd is de populatieomvang van zoetwatersoorten met gemiddeld 83 procent gedaald sinds 1970, vooral veroorzaakt door verslechterde kwaliteit van water, de verminderde hoeveelheid water en het gebrek aan verbindingen tussen wateren, bijvoorbeeld door de bouw van dammen.

De teruggang in dierpopulaties varieert over de wereld. Het meest dramatisch is de teruggang sinds 1970 in tropische gebieden, met name in Midden- en Zuid-Amerika; een gemiddelde daling van 89 procent. Oorzaak is daar veelal ontbossing, uitgerekend in gebieden met een relatief hoge mate van biodiversiteit, zoals tropische regenwouden. Volgens het rapport is op dit moment wereldwijd een kwart van al het land vrij van menselijke invloed – woestijnen, bergen, toendra’s en poolgebieden. Dat percentage zal naar verwachting in 2050 verder zijn gedaald tot 10 procent.

De meeste winst is volgens het WNF op korte termijn te behalen door te stoppen met ontbossing. „Bossen zijn goed voor het behoud van soorten en zijn van groot belang voor het reguleren van natuurlijke processen”, aldus hoofdredacteur Grooten. Op lange termijn is het stoppen met kappen van bos voordelig. „Het herstel van natuur is altijd duurder dan het voorkomen van schade.”

    • Arjen Schreuder