Weg van de pubers om te kunnen schrijven

Buitenhuis In het Fort bij Vijfhuizen schreef Mireille Geus al 28 boeken. Overdag, ’s nachts vindt ze het hier te eng. Voor een kinderboek probeerde ze het één keer. „Ik durfde de gang niet op om naar de wc te gaan.”

Foto Eddo Hartmann

Toen de zoon van Mireille Geus (54) een beetje een „chagrijnige puber” werd, besloot ze een werkplek buitenshuis te zoeken. Naast (kinderboeken)schrijver is ze ook schrijfcoach en ze voelde zich ongemakkelijk als haar brommende puberzoon stoorde als ze met anderen aan het werk was.

Sinds dertien jaar fietst ze vanuit Haarlem vijf dagen per week naar het Fort bij Vijfhuizen, aan de rand van de Haarlemmermeer. Het gebouw was vroeger een verdedigingslinie: als er oorlog uitbrak, moest het fort de stad Amsterdam beschermen. Sinds 2005 is het gebouw opgeknapt en zijn er werkruimtes, ateliers, een expositieruimte en een restaurant.

Geus fietst er in 25 minuten heen, tenzij het stormt: „Dan stap ik onderweg soms af voor een kopje koffie. Maar ik ga altijd. Slecht weer bestaat niet, alleen slechte regenkleding – dat is mijn mantra.”

Haar werkdag begint om 10.30 uur. „Ik ben geen ochtendmens.” Ze werkt vijf kwartier en neemt dan 5 minuten pauze: naar buiten, koffiedrinken, in haar hangmat liggen. „Gedragen worden geeft soms nieuwe ideeën.”

Voor Geus voelt het alsof ze een winter- en een zomerpraktijk heeft. „In de zomer doe ik de coaching buiten, de sfeer is dan heel open, licht en ruimtelijk. Een periode waarin ik kan werken en nog bruin worden ook, dan ben ik gelukkig dat ik zo mijn geld mag verdienen. In de winter is het meer een hol, dan zitten we binnen, dicht bij het licht, knus, er is meer intimiteit en ook meer privacy. ”

Het is hier heel eng ’s nachts

Toen ze in opdracht van het kunstfort een kinderboek schreef dat zich afspeelde op het fort, is ze hier eens tot midden in de nacht gebleven, maar dat was geen succes. „Ik durfde de gang niet op om naar de wc te gaan. Het is hier heel eng ’s nachts. Het is zo afgelegen, als er een gek het terrein op komt…”

In dertien jaar schreef ze hier 27 kinderboeken en twee jaar geleden haar romandebuut. Nu haar kinderen groot zijn, voelt het als een natuurlijk moment om ook literatuur voor volwassenen te schrijven. In sommige opzichten is schrijven voor kinderen moeilijker, zegt ze. „Je moet je volwassen kennis continu doseren en zorgen dat je aansluit bij hun taal, begrip en kennis.” Ze werkt nu aan haar tweede roman, Madame Jeanette. „Ik ben half-Surinaams en dit is een verhaal met autobiografische elementen. Het gaat over het vinden van je roots en je identiteit. Daar heb ik mee geworsteld, maar mede door soul food te leren koken en de Surinaamse keuken te integreren in mijn leven, heb ik mijn basis gevonden.”

    • Carlijn Vis