Opinie

    • Arjen Fortuin

Tegenlicht toont Rotterdam als idyllische mix van minderheden

Zap De documentaire ‘Mijn stad is mijn hart’ dient als tegenwicht voor de negatieve reportages over Rotterdam. Niet migratie, maar gentrificatie is hier de bedreiging.

Malique Mohamud met een wijkagent in Tegenlicht: Mijn stad is mijn hart. VPRO

Op televisie is Rotterdam meestal een overzichtelijke stad. Het begint nog wel aardig, maar binnen vijf minuten volgt een rode kaart… Geen zorgen, dit stukje gaat niet over voetbal. Uren nadat Feyenoord volkomen kansloos Amsterdam-Zuidoost verliet, zond VPRO Tegenlicht de documentaire Mijn stad is mijn hart uit.

De film gaat over Rotterdam. Maar niet het hapklare Rotterdam, dat lijkt te bestaan uit humoristische, kritische bewoners van oude wijken die vertellen dat ze hun stad niet meer herkennen. En ook niet het Rotterdam waar de politieke partijen elkaar voor de gemeenteraadsverkiezingen op weinig verheffende wijze de tent uit vochten en waar Leefbaar Rotterdam veruit de grootste partij werd.

‘Mijn stad is mijn hart’ vertelt een ander verhaal – of eigenlijk de andere kant van hetzelfde verhaal. Regisseur Halil Özpamuk begint met een statistiek die zo uit een alarmistische tweet van Forum voor Democratie had kunnen komen: van de Rotterdamse schooljeugd heeft zeventig procent een multiculturele achtergrond. In Rotterdam is iederéén lid van een minderheid.

Lees ook: NRC-columnist Lotfi El Hamidi over Rotterdam en een PVV-spotje

Hier is dat geen slecht nieuws. Özpamuk toont een bloeiende stad, waar zich organisch een nieuwe Rotterdammer heeft ontwikkeld. ‘Stadmaker’ Malique Mohamud treedt
op als gids. Hij benadrukt dat als hij mensen op straat aanspreekt, ze zich vooral Rotterdammer zeggen te voelen – al denk ik dat je in veel grote steden verwante antwoorden krijgt.

Rotterdammers houden veel van Rotterdam, zoveel is zeker. Een vijf jaar geleden uit Sierra Leone overgekomen dichter bezingt zijn stad: „Je bent een mengeling van kleuren. Daarom zie je er kleurloos uit.”

Kleurloos is het Rotterdam dat Mohamud laat zien niet. Hij leidt rond langs Rotterdammers die van onderop aan hun stad werken. Jongens die in een garagebox muziek maken, een vrouw die een koffiebar drijft, buurtbewoners die de speeltoestellen in hun straat proberen te redden, het hiphophuis. Talloze mensen die zich dagelijks inspannen om in vrede samen te leven – hopelijk heeft minister Blok ook gekeken.

We moeten elkaars pijn herkennen

Het beeld van Rotterdam in Mijn stad is mijn hart is idyllisch, met de stadsvernieuwing als stoorzender. Die laat een spoor van verbeterde, maar ook peperdure huizen achter, waardoor mensen hun buurt uit worden gejaagd. Mohamud ziet gentrificatie als grote bedreiging voor de stadscultuur. Hij wijst op een café aan een gerenoveerd plein, waarvan de eigenaars door de gemeente onder druk werden gezet om ook alcohol te serveren. Met het oog op het voor een groot deel uit moslims bestaande klantenbestand, doet men dat toch niet, wat Mohamud als een triomf presenteert. Het moet niet gaan om integratie, maar om inclusiviteit.

Er valt best wat af te dingen op de leidende ideeën in Mijn stad is mijn hart. Het wordt tijd dat ‘de dominante cultuur’ gaat integreren, vindt Mohamud, alsof de daarmee aangeduide groep mensen een homogeen gezelschap vormt. De verkiezingsoverwinning van Leefbaar Rotterdam wordt ‘een laatste stuiptrekking van de oude tijd’ genoemd, wat mij een onderschatting lijkt van de kracht van die beweging.

‘We moeten elkaars pijn erkennen en herkennen”, zegt Mohamud nadat hij, met half succes, heeft geprobeerd om buurtgenoten van verschillende afkomst op één lijn te krijgen over wat een echte Rotterdammer is. Ware woorden in een documentaire die niet het hele verhaal over Rotterdam vertelt, maar die een verademing is vergeleken bij de nostalgische invuloefeningen waar veel verslaggevers zich toe beperken als ze eens aan de Maas belanden.

    • Arjen Fortuin