Henriette Booij-Vrieling

Foto Merlijn Doomernik

Tandenpoetsen is ook goed voor dieren

Interview Dieren moeten op controle bij de tandarts. En hun tanden moeten gepoetst, vindt dierentandarts Henriette Booij-Vrieling.

„Niet iedere tand waar iets mis mee is, moet je trekken. Je kunt ook een wortelkanaalbehandeling doen, of vullingen maken.” Dierentandarts Henriette Booij-Vrieling van de Universiteit Utrecht benadrukt graag bij dierenartsen in opleiding dat ze zorgvuldig met het gebit van dieren om moeten gaan. „Maar het moet wel tot heil van het dier strekken. Er zijn collega’s die beugels bij showhonden zetten, puur om ze mooier te maken. Dat vind ik ethisch zeer discutabel. Ik zet alleen een beugel als een dier last heeft van zijn standsafwijking. Ingrepen voor extra punten bij een show doe ik niet.”

Booij-Vrieling rolde per toeval in het vak. Op de middelbare school dacht ze al aan diergeneeskunde. Maar ze zag het niet zitten om nog twee jaar les te hebben van haar natuurkundedocent, dus dat vak liet ze vallen. De studie verdween naar de achtergrond. Uiteindelijk besloot ze tandarts te worden, waardoor ze na haar eindexamen alsnog een deelcertificaat natuurkunde moest halen. Tijdens haar studie schreef ze mee aan het jaarboek van de opleiding en interviewde Andries van Foreest.

„Hij is de grondlegger van de veterinaire tandheelkunde en tijdens het gesprek kwam de interesse voor de diergeneeskunde terug. Hij vertelde me dat als ik de vakgebieden wilde combineren, ik ook diergeneeskunde moest gaan studeren. Een tandarts mag geen dieren behandelen.”

Ze begon aan de studie, studeerde ondertussen af binnen de tandheelkunde, en werkte op zaterdag in een tandartspraktijk. Sinds het afronden van haar promotieonderzoek binnen de diergeneeskunde, verdeelt ze haar behandeltijd tussen mens en dier.

Waarom zijn er zo weinig dierentandartsen?

„In Nederland hebben we maar een paar officieel erkende specialisaties binnen de diergeneeskunde. Tandheelkunde zit daar niet bij. Er zijn een stuk of dertig dierenartsen aangesloten bij de werkgroep veterinaire tandheelkunde. Je kunt wel een Europees specialisatietraject doen, met als afsluiting een examen van drie dagen waarin je theoretische kennis en praktijkkennis getoetst worden. Voor de theorie moet je van vijftien wetenschappelijke tijdschriften alle relevante artikelen van de afgelopen twaalf jaar kennen en daarnaast nog de inhoud van anderhalve meter aan boeken. Ik heb er drie jaar over gedaan en het examen deze zomer bij mijn derde poging gehaald. Ik kijk ernaar uit weer zonder studiemateriaal op vakantie te gaan.”

Wat zijn de voordelen van het combineren van twee vakgebieden?

„Er zijn periodes dat ik in twee maanden maar één wortelkanaalbehandeling bij een dier doe. Door ook te werken als humaan tandarts behoud ik mijn vaardigheden en materiaalkennis. Maar andersom ben ik handiger geworden in het trekken van tanden bij mensen, doordat ik dat regelmatig bij dieren doe. Verder komt heel veel kennis over handelingen die we bij mensen doen, van dieren. Wat we weten over tandvleesontstekingen, komt veelal door onderzoek bij beagles.”

Welke dieren belanden het vaakst ‘in de stoel’?

„Ik behandel veel honden en katten. De kleinste dieren die ik behandel zijn fretten. Soms ga ik naar dierentuinen, zo heb ik weleens een hoektand bij een ijsbeer verwijderd en zwemt er in het Dolfinarium een walrus die twee kronen van mij heeft gekregen.”

Henriette Booij-Vrieling: „Parodontitis kun je niet zien. Dat zit onder het tandvlees, maar je kunt het wel goed ruiken.” Foto Merlijn Doomernik

Hoe behandel je een walrus?

„Deze walrus sleepte haar slagtanden op de grond van de bak en verwondde zichzelf, andere dieren en de verzorgers met haar scherpe slagtanden. De verzorgers trainden de walrus zodat zij stil bleef zitten en ik mijn werk kon doen. Ze werd niet verdoofd. Ik heb haar twee titanium kappen gegeven die ze er na anderhalf jaar weer had afgesleten. Daarna hebben we een dikkere variant gemaakt. Die zit er nog steeds op.”

Wat zijn de meest voorkomende problemen bij dieren?

„Tandvleesontstekingen, fracturen en slijtage. Veel huisdieren krijgen daar weleens mee te maken. Met name de kleine hondenrassen zoals chihuahua’s en yorkshire terriers en bepaalde kattenrassen zijn gevoelig voor ontstekingen in de bek.”

Booij-Vrieling promoveerde in 2010 op een onderzoek naar tandresorptie bij katten. Bij dit relatief veel voorkomende fenomeen lossen de tandwortels op. Booij-Vrieling ontdekte dat dit komt door ontstekingen en een verhoogd vitamine D-gehalte.

Vitamine D zit veel in kattenvoer, maar Booij-Vrieling kon niet hard maken dat dit de oorzaak van de gebitsproblemen was. „Het moeilijke aan dit soort onderzoek is dat dieren voor het maken van een foto al onder anesthesie moeten. Niet alle baasjes zien dat zitten.”

Wel toonde ze aan dat vitamine D de wortelafbraak verhoogt door productie van bepaalde botcellen, de odontoclasten, die tandbeen afbreken. De oorzaak kan ook liggen bij bepaalde mondbacteriën die ontstekingen veroorzaken. De vrijkomende ontstekingsstoffen kunnen indirect aanzetten tot productie van odontoclasten.

Zijn tandproblemen inherent aan de soort? Of kunnen ze voorkomen worden?

„Een hoop gebitsproblemen kunnen voorkomen worden door een betere gebitsverzorging. Ik ken iemand die het gebit van haar katten iedere dag elektrisch poetst. Dat gaat natuurlijk ver, maar die gebitten zien er wel heel goed uit. Door dagelijks de tanden van je huisdier te poetsen, zie je het ook eerder als een dier gebitsproblemen heeft.

„Parodontitis kun je dan weer niet zien, want die ontsteking zit onder het tandvlees, maar kun je wel goed ruiken. Die dieren stinken vaak uit hun bek. Er bestaan sterke associaties tussen tandvleesontstekingen en ontstekingen elders in het lichaam, dus het zou goed zijn als een dier ieder jaar op controle komt en een gebitsreiniging krijgt.”

Poets je de tanden van je eigen huisdieren?

„Ik heb twee jonge katten, maar ik ben nog niet begonnen met poetsen. Zou ik eigenlijk wel moeten doen hè?”

    • Anne van Kessel