Recensie

Steengoed concert met Sjostakovitsj

Klassiek Philharmonie Zuidnederland speelde in Eindhoven een zeer goed concert, voor een half volle zaal. De greep van chef Dmitri Liss op Sjostakovitsj’ ‘Tiende symfonie’ was meesterlijk.

Foto Isabelle Woudsma

Het Muziekgebouw in Eindhoven was zaterdagavond maar half gevuld en dat is jammer, want Philharmonie Zuidnederland speelde er een steengoed concert. Mogelijk lag het aan het programma, dat op papier niet heel toegankelijk leek, met een robuuste symfonie van Sjostakovitsj, een semi-tonaal vioolconcert en een Nederlandse première. Het pakte echter meeslepend uit.

Vooraf kon je nog argwaan koesteren toen de hier onbekende componiste Olga Victorova de echtgenote van chef-dirigent Dmitri Liss bleek te zijn. Maar Victorova’s Azuren draak was een boeiend en energiek stuk, met de stekeligheid van Sjostakovitsj en de drive van John Adams. De zwoele strijkersklank van Amerikaanse filmmuziek spatte van Victorova’s palet. Een paar keer klonk het slagwerk hinderlijk onstrak, verder speelde het orkest onder Liss bevlogen en goed.

Dat gold de hele avond. Het Eerste vioolconcert (1916) van Szymanowski, waarin hij het expressionisme van Alban Berg mengde met de dromerigheid van Debussy, werd mooi zacht gespeeld en glinsterde ingehouden. Soliste Alena Baeva bezat een ranke, maar gloeiende toon, waarmee ze de sensuele lading van het eendelige werk een halfuur vasthield. Zo vormde ze het soevereine middelpunt van de betoverde wereld van Szymanowski’s wankele tonaliteit.

Chef-dirigent Liss schijnt een bijzondere band te hebben met Sjostakovitsj’ Tiende symfonie, het stuk dat waarschijnlijk tot stand kwam in de maanden na de dood van diens kwelgeest Stalin. Het enorme openingsdeel vraagt om een uitgekiende spanningsboog en Liss bewees meteen het werk tot in de haarvaten te doorvoelen. Het orkest verklankte de schrille wanhoop waarop Sjostakovitsj patent heeft, maar liet ook diens warmbloedige temperament horen. De climax halverwege was verpletterend, de veelal dubbel bezette houtsolo’s zorgden voor heilzame nazorg.

Er waren wel kanttekeningen – de furieuze galop van het korte ‘Allegro’ was niet strak – maar het geheel was buitengewoon opwindend en meesterlijk opgebouwd. Erg mooi was de melancholische signaalroep van solohoornist Peter Hoeben, die het kloppend hart van het derde deel vormde.

    • Joep Stapel