Opinie

Roofkunst Het verhaal achter het volkenkundige artefact opnieuw bekeken

De sensitiviteit over de vraag waar eigenlijk al die etnografische objecten vandaan komen in de Europese musea is een trending topic. Bijkomende vragen hóe die etnografica hier terecht zijn gekomen en al helemaal of zij misschien niet terug moeten, zijn nu even omstreden als actueel.

Over Afrikaans erfgoed in Europese musea, ofschoon gigantisch in omvang slechts een deel van het probleem, doemt nu een communis opinio op. Zoals in NRC beschreven, hebben tien grote Europese volkenkundige musea recent afspraken gemaakt over het in bruikleen geven van delen van hun collecties aan een nieuw te bouwen museum in Benin City in Nigeria. Op termijn kunnen de spullen zelfs worden teruggegeven. Althans directeur Stijn Schoonderwoerd, van het sinds vorig jaar bestaande Nationale Museum van Wereldculturen, sluit dat niet uit.

De voorzichtigheid van de museumdirecteur is illustratief voor de gevoeligheid van het thema. Hier schuiven de continenten van het koloniale verleden en het heden van opkomende economieën over elkaar heen.

Het oude standpunt van westerse musea was een optelsom van gelegenheidsargumenten. Variërend van legalistische (de wet was toen nu eenmaal anders), tot paternalistische (ze zijn er niet klaar voor) en drogredenen (kunst is universeel). Restitutie wordt steeds meer gezien als een morele en ethische kwestie en steeds minder als een juridisch vraagstuk.

Vanuit Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, voorheen de grootste koloniale rijken, klinken geluiden die erop duiden dat verandering op til is. De Franse president Emmanuel Macron verraste vorig jaar met zijn opmerking over het teruggeven van Afrikaans erfgoed aan de ex-koloniën, waarmee Parijs overigens nog steeds strategische banden onderhoudt in tijden van oprukkend China. Er zou nu sprake zijn van een Franse ’restitutierevolutie’. Jeremy Corbyn, de Labour-oppositieleider, zou de omstreden Elgin Marbles willen teruggeven aan Griekenland. In Duitsland woedt een debat over twee volkenkundige musea die volgend jaar opengaan aan het Humboldt-Forum in Berlijn. In België heeft de naïviteit van Kuifjes Het gebroken oor plaats gemaakt voor een splijtende discussie over menselijke resten in de collectie van het nieuw te openen Africa Museum in Tervuren, voorheen „het laatste koloniale museum ter wereld”.

Over menselijke resten lijkt echter al wat langer de opvatting gemeengoed dat dit geen ‘objecten’ zijn. Nederland stuurde om die reden in 2005 al een zogenaamde Toi Moko, ofwel een getatoeëerd Maori-hoofd, terug naar Nieuw-Zeeland. Wat dit op termijn kan betekenen voor de vele Egyptische mummies in westerse musea is nog niet duidelijk.

Duidelijk is wel dat de tijd gekomen is dat westerse musea hun houding over historische kunstschatten uit andere werelddelen herzien. Op hen rust de plicht zoveel mogelijk de herkomstgeschiedenis van hun collecties te achterhalen en transparant maken. Bij vragen van restitutie en repatriëring zou het uitgangspunt niet langer moeten zijn ‘neen, tenzij’, op onmogelijke voorwaarden. Uitgangspunt zou moeten zijn ‘ja, mits’, naar het model van de afspraken die recent zijn gemaakt met Nigeria.

Weldoordachte volkenkundige musea blijven nodig. Zij dienen ten slotte behalve een esthetisch ook een educatief doel: het verhaal te vertellen achter de objecten, als getuigen van de gewelddadige geschiedenis van de West-Europese expansie.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.