Lesje bewust worden van je vooroordelen

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: ‘micro-agressie’ in het land waar ‘macro-agressie’ ook in de mode is.

Er is een groeiende ongelijkheid in Amerika – in politieke correctheid. Volwassenen voelen zich steeds vrijer te beledigen. Politici gebruiken gemakkelijk grove taal, de president scheldt vrouwen uit, en de overheid probeert de LHBTI-emancipatie terug te draaien. Jongeren daarentegen worden steeds gevoeliger voor beledigende uitlatingen, al dan niet bewust gedaan. Het onderwerp staat centraal op iedere school en universiteit.

Laatst begroette ik van ver een latino-vriendin van mijn dochter. „Hi, Louisa”, riep ik. Mijn dochter reageerde geschokt. Het bleek niet Louisa, maar Mariana, een ander latinomeisje. „Mam”, zei ze. „Dit is je reinste micro-agressie. Jij wekt de indruk dat je denkt dat alle latino’s hetzelfde zijn.”

Ik wilde het vriendinnetje niet bewust beledigen door haar te verwarren met iemand anders van dezelfde etniciteit, maar zorgvuldig was het natuurlijk niet. Ik kwam er niet mee weg door te zeggen dat ze erg op elkaar leken. Ik was onbedoeld een racist.

Tijd voor een minicollege van mijn dochter. ‘Micro-agressies’ zijn alledaagse verbale en non-verbale uitingen die bewust of onbewust vijandigheid of minachting tonen voor leden van een minderheidsgroep. Denk aan ras, etniciteit, seksuele geaardheid, mindervaliditeit. Door een lid te beledigen, beledig je de groep waar die persoon voor staat, en geef je aan op die groep neer te kijken.

Micro-agressie kan een eye-opener zijn, zeker voor de white privileged, een andere term die hier om de haverklap valt. Om niet te beledigen, hoe subtiel ook, moet je je bewust zijn van je eigen manier van kijken, denken en doen. En dat is niet gemakkelijk. Dus niet je tas tegen je aanklemmen als een groepje zwarte jongens de winkel binnenkomt. Niet de naam van iemand uit, zeg, Polen of Taiwan – laat staan Nederland – verkeerd spellen of uitspreken. Niet ervan uitgaan dat iemand met een Aziatisch uiterlijk altijd uit China of Japan komt. Niet doorvragen waar iemand eigenlijk vandaan komt, alleen omdat hij of zij niet blank is. Afkomst uit Ghana of India kan drie generaties teruggaan. Je geeft daarmee aan alleen de kleur van iemands huid te zien.

Mijn dochter noemt nog veel meer voorbeelden. Je e-mail checken als je met iemand praat. Een ander in de rede vallen. Slechts met enkelen in het groepje waar je mee praat oogcontact maken. Niet tegen iemand in een rolstoel praten, maar wel tegen de persoon die de rolstoel duwt. Naar meisjes fluiten. Ervan uitgaan dat de vrouw in het ziekenhuis de verpleegkundige is en niet de arts. Met Halloween verkleed gaan als indiaan of cowboy.

Ondertussen is het behoorlijk verwarrend in een land te leven dat er een zo dubbele standaard op nahoudt. Want een blik op de televisie of de krant laat zien hoe in de publieke sfeer al deze regels met voeten getreden worden. Terwijl de ene helft van het land micro-agressies probeert te benoemen waarvan velen van ons zich niet bewust waren, heeft de andere helft de macro-agressie tot een kunst verheven. Alsof het land in een collectieve midlife-crisis is beland, gedraagt menig oudere zich als een puber. Kunnen we alle volwassenen niet even voor een opfriscursus terugsturen naar school?

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong