Nadia Calviño verruilde een baan bij de Europese Commisie in Brussel voor het ministerschap.

Foto Susana Vera/Reuters

‘We willen de kloof tussen arm en rijk structureel verkleinen’

Interview De nieuwe Spaanse minderheidsregering wil nivelleren, zegt minister van Economie Nadia Calviño. Maar niet op zijn Italiaans: ‘We zullen binnen de marges van de EU blijven.’

De boodschap die Nadia Calviño Santamaría (50), de Spaanse minister van Economie, haar buitenlandse bezoek wil meegeven, is glashelder. Spanje wil de sociale ongelijkheid in eigen land met alle middelen bestrijden, „maar gaat daarbij niet voorbij aan de financiële afspraken binnen de Europese Unie”.

Calviño ontvangt NRC en drie andere Europese kranten in Madrid op haar ministerie aan de Paseo de la Castellana. Dit is het financiële hart van de Spaanse hoofdstad. Een half jaar geleden had Calviño het niet voor mogelijk gehouden dat ze de Europese Commissie, waar ze directeur-generaal voor Begroting was, zou verruilen voor de nieuwe Spaanse regering van sociaal-democraten.

Gevraagd of ze zichzelf als Commissaris ziet terugkeren naar Brussel, lacht ze: „Ik maak geen plannen meer voor de toekomst.”

Na de plotselinge val van de regering van de conservatief Mariano Rajoy, begin juni van dit jaar, mag Calviño aan een nieuw economisch beleid voor haar land werken. Ze geldt als een van de belangrijkste ministers in het door vrouwen gedomineerde kabinet van premier Pedro Sánchez. Omdat de sociaal-democraten over slechts 84 van de 350 zetels beschikken, zijn compromissen onvermijdelijk geworden.

Sánchez werd onverwacht de nieuwe premier van Spanje. Lees het profiel over hem: De nieuwe premier van Spanje is een symbool van oude politiek

„In Spanje waren politici nooit gewend compromissen te sluiten”, zegt ze, impliciet verwijzend naar het voormalige politieke tweestromenland waarin de centrum-rechtse PP en de sociaal-democratische PSOE domineerden. „Het is niet negatief voor de democratie dat dit nu wel gebeurt. Hoe meer consensus, hoe meer stabiliteit.”

Noodgedwongen pact

Zo sloot de PSOE de voorbije weken noodgedwongen een pact met de radicaal linkse protestpartij Podemos voor de begroting van 2019. Door verhoging van belastingen voor de hoogste inkomens en de rijkste bedrijven moet geld vrijkomen voor een hoger minimumloon (van 736 naar 900 euro per maand) en betere pensioenen. Daarnaast moet geïnvesteerd worden in onderwijs en milieu. Een meerderheid voor de begroting ontbreekt overigens nog. Volgens oppositieleider Pablo Casado van de PP zal die leiden tot „meer schulden, meer werkloosheid en een nieuwe recessie”.

De Europese Commissie, waaraan alle EU-lidstaten deze maand hun begrotingen moesten voorleggen, uitte zorgen over de haalbaarheid van de Spaanse plannen. Maar voor die kritiek hoeft Spanje niet zo bevreesd te zijn, denkt de gerenommeerde Spaanse econoom Javier Díaz Giménez; landen als Italië en Frankrijk staan er slechter voor. „De EU heeft nu andere problemen”, aldus de hoogleraar, verbonden aan de IESE Business School. „Zolang het parlement de begroting niet heeft goedgekeurd, zijn het slechts plannen.”

Kritiek op de Spaanse begroting? Frankrijk en Italië staan er slechter voor

Het pact van PSOE en Podemos zoekt nu steun van nationalistische politici uit Catalonië. Maar onderhandelingen van Podemos-leider Pablo Iglesias met Catalaanse separatisten hebben nog niets opgeleverd. Oriol Junqueras, namens de linkse onafhankelijkheidspartij ERC eerder vicepresident van Catalonië, kreeg in zijn cel zelfs bezoek van Iglesias. Voor steun, liet Junqueras weten, moest de regering eerst maar eens wat doen voor een aantal gedetineerde en gevluchte leiders van de onafhankelijkheidsstrijd.

Kritiek is ‘valselijk’

Minister Calviño noemt de kritiek van de oppositie „valselijk” en wijst de Catalaanse nationalisten erop dat ze „het beste voor hun burgers binnen hun regio zouden moeten willen, in plaats van politieke zaken met elkaar te vermengen”. De regering kiest volgens haar voor een economisch stabiel én sociaal beleid, gebaseerd op realistische aannames.

„Met een groeiprognose van 2,3 procent voor komend jaar blijven we aan de voorzichtige kant. Het begrotingstekort gaat van 2,7 procent naar 1,8 procent, en we brengen de staatsschuld terug van 98,1 procent van het bruto binnenlands product in 2017 naar 95,5 procent in 2019. Dat is de grootste daling in jaren.”

Een jaar na het referendum over onafhankelijkheid streeft de regioregering van Catalonië nog steeds naar afscheiding. Lees ook: Onrust herleeft in Catalonië

Eerlijker systeem

De minister van Economie zet zich af tegen het voorgaande regime. „Nee, onze regering zet het beleid van Rajoy niet simpelweg voort. In de laatste jaren heeft die geen structurele maatregelen genomen, maar de economische groei gebruikt om belastingen te verlagen. Terwijl er een tekort van meer dan 5 procent was. Onze focus is anders. We willen een progressiever, eerlijker systeem. Wie meer verdient, betaalt meer. We willen de kloof tussen arm en rijk structureel verkleinen. En 70 procent van de mensen met een minimumloon in Spanje is vrouw. Ook dat gat is te groot.”

In één opzicht heeft haar regering wel iets gemeen met de voorganger. „We zullen binnen de marges van de EU blijven.”

Calviño gaat een vergelijking met het eurosceptische Italië uit de weg. „Ieder land is verschillend, heeft zijn eigen model. Spanje is heel erg pro-Europees”, stelt ze resoluut. „Wij vinden de normen en waarden van de Europese Unie zeer belangrijk. We willen een voorname rol spelen met een beleid waarbij de burgers in het middelpunt staan, maar zonder het risico te lopen financiële afspraken te schenden.”

Calviño glimlacht als ze aan uitspraken van voormalig Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem (PvdA) wordt herinnerd. De Nederlandse politicus sprak vorig jaar over verplichtingen van crisislanden in de EU die financiële steun ontvangen: „Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven en vervolgens om uw hulp vragen.” Zuid-Europese landen voelden zich aangesproken.

„Het benadrukken van verschillen tussen noord en zuid of oost en west, en het uiten van vooroordelen is ongepast”, stelt Calviño. „Dat werkt contraproductief. Een beter Europa begint met onderling respect. Ik moet zeggen dat ik met Wopke Hoekstra [de huidige Nederlandse minister van Financiën, CDA] prima contact heb. We hebben veel meer met elkaar gemeen dan wat ons scheidt.”

    • Koen Greven