‘Israël keert ons de rug toe, terwijl wij alles geven’

Ethiopische migranten

Duizenden Joden uit Ethiopië wachten al jaren op de door Jeruzalem beloofde familiehereniging in Israël.

Bij een protest voor het kantoor van de Israëlische premier tonen Ethiopische Joden foto’s van familie die nog in Ethiopië is. Foto Abir Sultan/EPA

Sefi Tegenia (23) woont met haar ouders en zeven broers en zussen in Rishon LeZion, een kuststad onder Tel Aviv. Een broer komt het appartement binnen in een uniform van de luchtmacht. Op een foto aan de muur omhelst haar jongste zusje in Israëlisch legeruniform haar moeder. „Wij geven Israël alles, maar het keert ons de rug toe”, zegt Tegenia. Haar twee andere zussen wachten al jaren in Ethiopië tot ze ook naar Israël mogen komen – vergeefs.

In Israël wonen zo’n 130.000 Ethiopische Joden. De meesten kwam in de jaren ‘80 en begin ‘90 naar Israël, op de vlucht voor hongersnoden en burgeroorlog. Israël organiseerde enkele spectaculaire reddingsoperaties om Ethiopische Joden uit vluchtelingenkampen in Soedan te redden, waaronder een fictief duikoord gerund door de Mossad, de geheime dienst. Maar toen de migratie begin 21ste eeuw werd beperkt, bleef een groep van zo’n 9.000 Joden achter in Ethiopië, hoewel ze naaste familieleden in Israël hebben. Vorige maand kondigde de Israëlische regering na een jarenlange lobby aan een groep van duizend mensen uit Ethiopië naar Israël te halen. Dat is veel te weinig, zeggen hun familieleden. Deze week voeren ze voor de zoveelste keer actie bij de Knesset, het Israëlische parlement.

Een droom

„Toen ik twee was, verhuisden we vanuit ons dorp naar de hoofdstad Addis Abeba zodat we hier konden komen, mijn ouders hadden hun grond verkocht”, vertelt Sefi Tegenia. „Israël was altijd een droom voor ons. We stelden ons de plaatjes van Jeruzalem voor.” In 2006 was het eindelijk zover. In plaats van in Jeruzalem kwam het gezin in een migrantencentrum in het noorden terecht, maar Tegenia leerde de taal en raakte langzamerhand gewend. Er was alleen één probleem: twee van haar zussen waren niet meegekomen, omdat ze getrouwd waren en een aparte procedure zouden moeten volgen. „Er was ons beloofd dat ze snel zouden kunnen komen”, zegt Tegenia. Bijna dertien jaar later heeft ze hen nog niet in levenden lijve teruggezien.

In 2015 hadden Tegenia en haar lotgenoten even hoop. De regering beloofde de achtduizend achterblijvers te helpen en liet twee jaar later een eerste groep van zo’n 1.300 mensen naar Israël komen. Hoewel die belofte in de jaren erna door Israëlische politici werd herhaald, verloopt het proces traag. Omdat de voorouders van de Falash Mura, zoals de laatste achtergebleven Joodse gemeenschap in Ethiopië wordt genoemd, zich in de 19de en 20ste eeuw al dan niet onder dwang tot het christendom bekeerden, hebben zij niet automatisch het recht naar Israël te emigreren. Volgens de Joodse wet voldoen ze niet aan alle voorwaarden om als Joods te worden beschouwd. Tegenia groeide in Ethiopië in een Joods gezin op, met joodse scholen en tradities, maar moest bij aankomst in Israël tot haar verbazing een formele bekering ondergaan.

Volgens de verscheurde families heeft de houding van de overheid niet met procedures en budgetten, maar met racisme te maken. „Europese Joden smeken ze om te immigreren, wij moeten hen smeken om te mogen immigreren”, zegt Sefi Tegenia. „Als ik een andere huidskleur had, hoefde ik niet te strijden met de regering om mijn zussen hier te krijgen. In Ethiopië worden we anders behandeld omdat we Joods zijn, hier omdat we Ethiopisch zijn.” Ethiopiërs behoren in Israël tot de socio-economische onderklasse; de werkloosheid onder Ethiopische Joden is hoog en het opleidingsniveau laag.

Tegenia kijkt naar haar dochtertje Priel (3) dat door de kamer rent. Haar zussen in Ethiopië hebben ieder intussen drie kinderen. „Ik ren ’s avonds na mijn werk naar huis om mijn dochtertje te zien”, zegt Tegenia. „Ik moet er niet aan denken hoe het is om je kinderen dertien jaar niet te zien.” Het hele gesprek heeft Sefi Tegenia vragen van Hebreeuws naar Amharisch vertaald voor haar moeder, die in een traditionele groene jurk naast haar op de bank zit. Maar de vraag of ze haar dochters en kleinkinderen nog denkt te zien, begrijpt moeder Tadelo direct. Ze barst in tranen uit. „Als we dit hadden geweten, waren we hier nooit gekomen”, zegt haar dochter.

    • Jannie Schipper