Het gaat slecht met het bos van één boom

Biologie Het gaat niet goed met een uniek, stokoud Amerikaans bos van identieke bomen. Er lopen te veel herten die de jonge boompjes opvreten.

Foto J Zapell / Wikimedia Commons

Vergeet de blauwe vinvis en al die andere diepzeegiganten. Een van de grootste organismen ter wereld leeft in de bergen van Utah, ruim duizend kilometer van de Amerikaanse westkust, en is geen walvis maar een boom. Of beter gezegd: duizenden bomen.

Pando (Latijn voor ‘ik breid me uit’) is een ratelpopulierenbos van zo’n 43 hectare groot en omvat naar schatting 47.000 genetisch identieke Amerikaanse ratelpopulieren (Populus tremuloides). Kortom: Pando is een bos van één boom, althans met één wortelstelsel. Een oud bos bovendien. De precieze leeftijd is niet bekend, schattingen lopen uiteen van enkele duizenden jaren tot 14.000 jaar oud.

Het gaat slecht met Pando, schrijven twee Amerikaanse biologen, Paul Rogers en Darren McAvoy, in Plos One. Dat is al langer zo (biologen doen al sinds de jaren zeventig onderzoek aan het bos), maar nu is er voor het eerst echt grootschalig onderzoek gedaan naar de oorzaak van de aftakeling.

Hoofdschuldige is het muildierhert, een hert met grote oren dat in de bergachtige gebieden van Noord-Amerika leeft. Doordat er minder roofdieren zijn (en er soms herten worden uitgezet ten behoeve van de jacht) is de soort in aantal toegenomen. In Utah doen de dieren zich massaal tegoed aan de jonge twijgen van de populierenkloon. In combinatie met menselijke invloeden dreigt dat Pando fataal te worden: de volwassen bomen zijn verdwenen door kap (onder andere ten behoeve van een camping en vakantiewoningen) en er is dus nauwelijks jonge aanwas vanwege de herbivorenvraat.

Rogers en McAvoy bestudeerden niet alleen luchtfoto’s van 1939 tot 2011 (om te zien welke delen van het bos gesneuveld zijn), maar hebben ook de huidige stand van het gehele bos in kaart gebracht (inclusief ondergroei van jeneverbesstruiken), zodat er een ijkpunt voor de toekomst is.

Chemische bescherming

Verder keken de onderzoekers naar het effect van een in 2013 geplaatste omheining, waardoor er geen muildierherten en andere hoefdieren (zoals de Rocky Mountain-wapiti) meer bij de jonge Pando-telgen kunnen. Zo’n hek is heel effectief, schrijven de onderzoekers, zolang het daadwerkelijk geen herbivoren doorlaat, maar ruim 80 procent van Pando blijkt in de praktijk ‘niet of onvoldoende beschermd’ tegen vraat. Op sommige plekken zijn er wel omheiningen, maar kunnen kleine hoefdieren toch bij de bomen komen, blijkt uit uitwerpselen die de onderzoekers vonden. In principe kunnen populieren herbivoren wel op afstand houden door bepaalde chemische stoffen (fenolglycosiden) aan te maken, maar Pando lijkt een lage hoeveelheid van deze chemische bescherming te bezitten, schrijven de onderzoekers. Dat de populier de afgelopen duizenden jaren toch heeft overleefd, komt waarschijnlijk door de relatief snelle groei van de jonge aanwas, waardoor herbivoren (toen ze nog niet in zulke grote aantallen als nu voorkwamen) die niet volledig konden opeten.

De zorgen van de onderzoekers omtrent Pando zijn terecht, vindt Frits Mohren, hoogleraar bosecologie en bosbeheer aan Wageningen University. „De vegetatieve vermeerdering zou in principe ongehinderd door kunnen gaan, maar de toename van het aantal muildierherten belemmert de verjonging. Je ziet wel vaker dat grazers hun eigen voedselbron zo sterk begrazen dat het hele systeem te gronde gaat. Terwijl Pando uniek is en zeker beschermd moet worden. Het is heel bijzonder dat één boom via klonale, vegetatieve vermeerdering, zo’n groot oppervlak bezet en zichzelf gedurende een heel lange periode voortdurend verjongt. Een echt wonder van de levende natuur.”

    • Gemma Venhuizen