EON Energie centrale bij de Rotterdamse haven.

Foto Jerry Lampen

Job Swank: ‘De vervuiler moet echt gaan betalen’

Interview directeur DNB Grote bedrijven betalen veel minder voor vervuiling dan gezinnen en kleinere bedrijven. Dat kan anders – de industrie moet belast worden voor CO2-uitstoot.

De Nederlandse industrie is relatief vervuilend. En grote bedrijven betalen veel lagere energieprijzen dan elders in Europa. Daar komt nog bij dat die prijzen voor de grote bedrijven ook veel lager zijn dan wat gezinnen en kleinere bedrijven in Nederland betalen.

„Als je die constateringen kan doen, dan is ook duidelijk dat er ruimte in Nederland is voor zelfstandig beleid”, zegt directeur Job Swank van De Nederlandsche Bank. Woensdag is hij een van de sprekers tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer over de kosten van klimaatbeleid. Hij zal daar spreken over het onderzoek dat DNB heeft verricht naar de gevolgen van extra belasting op CO2. Dat onderzoek heeft Swank vooral geleerd dat Nederland en zijn grote bedrijven wel een stootje kunnen hebben. Juist omdat de industrie lange tijd ontzien is.

„Neem bijvoorbeeld de kosten die wij betalen voor onze uitstoot van CO2. Iedereen bij elkaar – dus gezinnen, kleine en grote bedrijven – betalen in Nederland zo’n 60 euro per ton CO2. Bij gezinnen is dat vooral via het verkeer. Pak je alleen de industrie eruit, dan kom je aan 15 euro per ton.”

Lees ook de column van Marike Stellinga: Red het klimaat, begin niet bij burgers

Dat moet omhoog, zo is de gedachte bij Swank, om te voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs. In het kader daarvan heeft het kabinet bepaald dat de uitstoot in 2030 met minstens 49 procent moet zijn afgenomen. En dat doel kan niet bereikt worden zonder extra CO2-belasting. DNB gaat uit van een snelle invoering van uiteindelijk 50 euro per ton uitstoot aan extra belasting.

„Door die heffing, tref je de vervuiler. Die prikkel is echt nodig. Want als het uitstoten van CO2 duurder wordt, is het ook eerder aantrekkelijk om je te richten op schone technologie of CCS, het opslaan van broeikasgassen in onderzeese aardgaslagen [carbon capture and storage]. Zonder CCS is het nauwelijks denkbaar dat we aan de eisen van Parijs kunnen voldoen.”

Het bedrijfsleven zal naar Europa wijzen. Hebben zij dan niet een punt?

„Natuurlijk heeft het de voorkeur als dat in Europees verband gebeurt. Onze studie laat ook zien dat de effecten voor het bedrijfsleven dan veel gunstiger zijn, dan als Nederland het alleen doet. Alleen de chemiesector levert dan nog ruim 3 procent afzet in. Voor de rest zijn de gevolgen beperkt. Voor de hele Nederlandse economie gaat het om een gemiddelde kostenstijging van 1 procent.”

Als Nederland als enige die extra belasting oplegt, krijgen sommige sectoren flinke klappen.

„Dat klopt. Maar als het niet Europees kan, of als het dan te lang duurt en te veel verwatert, dan moet je onderzoeken of je het alleen kan doen. En onze conclusie is dat de effecten voor de hele Nederlandse economie te dragen zijn, al kan je niet ontkennen dat de effecten voor sommige bedrijfstakken fors zijn. Maar gegeven de Europese positie van Nederland als vervuiler, denk ik dat we die extra belasting zelf moeten doen als het Europees niet van de grond komt.”

„Vergeet niet dat die belasting 8 miljard euro genereert. Dat kan je in de schatkist laten lopen, maar je kan er ook de inkomstenbelasting mee verlagen. Op die manier kan je gezinnen tegemoet komen voor het feit dat sommige producten duurder worden. Dat is een politieke beslissing.

„Je kan met een deel van die inkomsten ook de getroffen sectoren via subsidies helpen om schoner te gaan produceren. Wij willen die vervuilende sectoren niet kwijt, we willen dat ze schoner worden. En voor een deel kan je de extra belasting ook zien als verevening van het speelveld. Het uitstoten van CO2 is nu gewoon te goedkoop in Nederland.”

Werkgevers waarschuwen bij exclusief Nederlandse plannen voor een CO2-uitstootbelasting altijd voor een waterbedeffect. De industrie zou dan straffeloos over de grens gaan produceren.

„Of dat waterbedeffect echt zo dramatisch is, waag ik te betwijfelen”. zegt Swank. „Het wordt altijd makkelijk gezegd, maar het valt niet mee om dat aan te tonen. Een bedrijf vestigt zich niet in de Rotterdamse haven omdat de CO2-belasting laag is. En het verplaatsen van een raffinaderij doe je ook niet in één dag. Verder zullen ook andere landen maatregelen moeten nemen en ook daar zullen de rechten om CO2 uit te stoten duurder worden. Neemt niet weg dat je door slimme subsidies zo’n eventueel waterbedeffect altijd nog kan matigen.”

De industrie is de grootste uitstoter van CO2, jaarlijks 45 miljoen ton. Plannen voor opslag zijn met veel kritiek ontvangen. Lees ook: CO2-opslag? Het kan een stuk slimmer
    • Erik van der Walle