De decibelmeter ligt op het nachtkastje

Wie: Buren versus nieuwe eigenaren van huis

Kwestie: Eis dat verbouwing stopt

Waar: Rechtbank Amsterdam

De timing was rampzalig. De bewoner van een bovenhuis in Amsterdam-Oost had net besloten dat hij na een korte sabbatical voortaan vanuit huis zou gaan werken, toen het huis naast hem werd verkocht. Hij wist wat dat betekende: verbouwen. Dus stelde hij het thuiswerken enkele maanden uit. Maar na acht maanden verbouwing is hij niet minder dan wanhopig en totaal gefixeerd op de overlast. Als hij ’s ochtends wakker wordt van geluid pakt hij meteen de decibelmeter van zijn nachtkastje. Hij vertelt de rechter hoeveel decibel hij vanochtend nog heeft gemeten.

De buurvrouw die onder hem woont, vindt ook dat ze „nu wel genoeg geïnvesteerd” heeft in de verbouwing van het pand, die zonder aankondiging begon. Aanvankelijk dacht ze nog welwillend: „Natuurlijk moet er verbouwd worden.” En wat overlast, „hoort daarbij”. Maar ze heeft de hele zomer niet in haar tuin kunnen zitten door lawaai en bouwstof. En zicht op een einddatum is er niet.

Het stel dat het huis kocht is ook bij de rechtszaak, om zich te verweren. Ze bevinden zich op het diepste dieptepunt van hun verbouwing. Een week geleden zijn ze met hun jonge kinderen in het huis getrokken. Maar de badkamer is niet af, ze moeten met een peuter en een kleuter naar het zwembad om te douchen. En dat nadat de verbouwing, zoals altijd, een opeenstapeling van tegenvallers was. Onder de vloer zat zwam, in de balken vocht. Nu het gezin een week kampeert in een onaf huis, eisen de buren in kort geding stillegging van de verbouwing.

Aan het begin van de zitting maakt rechter C. de Koning maar alvast duidelijk dat een huis „verbouwd mág worden”. Dat weten de buren ook wel, maar de pijn zit in de manier waarop. De verbouwing wordt niet geleid door een aannemer, maar door de nieuwe eigenaar, die tijdelijk gestopt is met zijn werk als klassiek musicus. Er wordt niet acht uur per dag aan één stuk gewerkt, maar onregelmatig. Ook na vijf uur ’s middags. Ook op zaterdag, soms zondag.

Toen de verbouwing een half jaar aan de gang was, is al mediation ingezet tussen de buren. Gesprekken leidden tot wekelijkse mailtjes waarin de buurman een planning van werkzaamheden gaf. Maar vervolgens „hield hij zich daar niet aan”, zegt de buurvrouw.

De vrouw van het verbouwende stel erkent dat het achteraf bezien „onhandig” was dat ze hun verbouwing niet hadden aangekondigd. Maar toen hun duidelijk werd hoeveel last de buren daarvan hadden, hebben ze „echt hun best gedaan” hun tegemoet te komen. (Haar man: „Het ging zo ver dat we een handdoek om de hamer bonden.”) En daarvan hoort zij „niets terug”.

De rechter inventariseert als een strenge bouwleider welke werkzaamheden op korte termijn noodzakelijk zijn zodat het gezin er kan wonen. Die moeten kunnen worden uitgevoerd in twee weken, concludeert ze. Daarna hebben de buren recht op een rustperiode. Verdere werkzaamheden zoals renovatie van een verdieping waar het gezin nu niet woont, en mogelijke onderkeldering van het pand moeten worden uitgesteld. Ze roept de partijen op een compromis te bedenken.

Na heen-en-weergepraat op de gang komen de buren die overlast ondervinden met het aanbod dat nog vier weken van acht tot vijf gewerkt mag worden. Daarna moet er twee maanden rust komen.

De musicus zucht. Niet op zaterdag werken maakt zijn gecompliceerde verbouwing nog ingewikkelder. Want, en dat beaamt de rechter, het is door de economische voorspoed vrijwel onmogelijk werklieden te vinden voor losse klussen. Als ze al kunnen is dat juist vaak ná vijf uur en in het weekend.

Maar op zaterdag werken is een breekpunt voor de buren. De partner van een van hen staat als archeoloog de hele week op lawaaiige bouwplaatsen. „Zaterdag”, zegt ze geëmotioneerd, „is mijn rustdag.”

Het wordt maandag tot en met vrijdag, van acht tot vijf uur. Met als uitzondering dat een tegelzetter, maximaal vier keer, tot zeven uur door mag werken om de badkamer af te maken.

    • Merel Thie