Cacao komt uit het Amazonegebied, niet uit Mexico

Domesticatie Niet in Midden-Amerika, maar in het Amazonegebied heeft de mens de verrukkelijke cacaoboon ontdekt en gedomesticeerd.

Voorwerpen, waaronder een 4.000 jaar oude ‘stijgbeugelfles’ uit Santa Ana, waarin cacaoresten zaten. Foto Nature

Het ‘godenvoedsel’ cacao is voor het eerst geconsumeerd in de westelijke hooglanden van Ecuador. Dus in Zuid-Amerika en niet in Midden-Amerika, zoals tot nu werd gedacht. En ook al veel langer geleden: niet vanaf 1800 voor het begin van de jaartelling, maar al vanaf 3300.

Dit blijkt uit een zorgvuldige analyse van cacao-achterblijfselen op keramieken en stenen gebruiksvoorwerpen, uit graven en archeologische afvalputten in het dorpje Santa Ana-La Florida, in het uiterste westen van het Amazonegebied, 170 km van de Stille Oceaan. In de periode 3.300 tot 1.100 v. Chr was dat een centrum van de regionale Mayo-Chincipe-cultuur. Of de cacao er als drank werd gedronken, zoals uit Midden-Amerika bekend is, is moeilijk vast te stellen, maar wel waarschijnlijk omdat de resten ook in flessen zijn aangetroffen.

De Midden-Amerikaanse cacaocultuur (vanaf 1800 v.Chr.) is dus geïmporteerd uit het Amazonegebied. In een maandag gepubliceerd onderzoek in Nature Ecology & Evolution doet een groot team onderzoekers uit de doeken dat ze op 6 voorwerpen voor cacao typerend zetmeel hebben aangetroffen, op 46 troffen ze het voor gedomesticeerde cacao typerende bittere alkaloïde theobromine aan en uit 20 artefacten werd DNA geïsoleerd dat typerend is voor de gedomesticeerde cacaoboom Theobroma cacao (theobroma betekent: godendrank). Alle drie verschillende sporen werden ook op de oudste artefacten aangetroffen. Overigens werden ook zetmeel en DNA-sporen van wilde cacaosoorten aangetroffen.

Deze opzienbarende ontdekking van de herkomst van een van de populairste moderne genotsmiddelen komt niet helemaal als een verrassing. De laatste tien jaar werd geleidelijk aan duidelijk dat de natuurlijke variëteit in Theobroma-soorten in Noordwest-Amazonia veel groter is dan in Midden-Amerika, dat gold als geboortegrond van cacao. Grote natuurlijke variëteit geldt als belangrijke aanwijzing dat in een bepaald gebied een plant gedomesticeerd is.

Ook was wel bekend dat in traditionele indiaanse culturen in Ecuador ook nu nog cacao verbouwen. Ze gebruiken de cacao wel anders dan de oude Maya’s en Olmecs in Midden-Amerika, waar gemalen gedroogde cacaozaden vooral werden gebruikt om drank te maken. In traditionele Zuid-Amerikaanse culturen worden ook bladeren en bast gebruikt, als medicijn, en vruchtvlees voor (gefermenteerd) sap.

    • Hendrik Spiering