Bij padel is slim spelen effectiever dan hard slaan

Padel In Paraguay is maandag het WK padel begonnen, met voor het eerst de Nederlandse vrouwenploeg. De meeste speelsters verdienen hun geld als tennistrainer.

De Nederlandse padelvrouwen tijdens hun voorbereiding op het WK, met bondscoach David Mallenco (rechts). Foto Bram Petraeus

Zelf kwam hij niet verder dan de tweede divisie in Spanje. Nog altijd een hoog niveau, aangezien de Spaanse competitie veruit de sterkste ter wereld is en de beste spelers trekt. Maar een wereldkampioenschap zat er voor David Mallenco als padelspeler niet in. Deze week debuteert de Madrileen op 38-jarige leeftijd op het wereldkampioenschap in de Paraguyaanse hoofdstad Asunción, als bondscoach van het Nederlandse vrouwenteam.

Om de medailles zullen zijn speelsters op hun eerste mondiale toernooi niet meedoen, maar met een plaats bij de beste acht – er doen zestien landen mee – zou hij „comfortable” zijn. Aanvoerder Sabine Schuttelaar (35) zegt later dat dit toch heel erg afhangt van de loting. „Om de top-acht te halen, moeten we in de poule bij de beste twee eindigen.”

De loting is een terugkerend onderwerp van gesprek op de laatste oefensessie van de nationale ploeg vóór vertrek naar Paraguay. Zoals elke zaterdagochtend wordt van negen tot elf uur getraind op de buitenbanen van Racketcentrum Houten. De omstandigheden ogen ideaal op deze zonnige, windstille ochtend, maar niets is minder waar.

De glazen wanden die het speelveld van twintig bij tien meter grotendeels omzomen, zijn vochtig. Dat maakt de bal zwaarder en zorgt er tevens voor dat de bal moeizamer van de wand terugstuit. „Spanjaarden zouden nu niet gaan trainen”, zegt Schuttelaar. Maar de Nederlandse ploeg heeft die luxe niet, de twee uurtjes op zaterdagochtend zijn het enige moment in een week dat coach en speelsters elkaar kunnen treffen. Wereldtoppers staan minimaal twee uur per dag op de baan.

Bondscoach Mallenco, die voor zijn Spaanse geliefde anderhalf jaar geleden naar Nederland kwam, heeft een baan in de IT-sector. De meeste van de acht speelsters verdienen hun geld als tennistrainster.

Gabriella van der Willige (28) heeft drie massagepraktijken, en dat is ook de reden dat zij heeft moeten besluiten zich af te melden voor het WK in Paraguay. Ze kan niet zomaar even dertien dagen weg – de Nederlandse ploeg is ruim van tevoren afgereisd naar Zuid-Amerika, het toernooi zelf duurt een week. Met Van der Willige, die wel is blijven meetrainen omdat er nou eenmaal weinig speelsters van haar niveau zijn in Nederland, waren er nog twee afhakers vanwege werkomstandigheden.

De Nederlandse padelvrouwen spelen voor het eerst op het WK. Foto Bram Petraeus

In combinatie met tennis

Rosalie van der Hoek (23) is er wel bij op het WK. Ze combineert padel met haar ambitie om als dubbelspeelster door te breken in het tennis – ze won deze maand nog een toernooi in het Nigeriaanse Lagos. Ze vindt padel gewoon „heel leuk” om te doen, al vereist de sport wel een andere techniek dan tennis. „Omdat de snaren ontbreken, heb je bijvoorbeeld voor de volley meer gevoel nodig.”

Het padelracket is kleiner dan een tennisracket en bestaat uit foam met een omhulsel van kevlar, carbon en glasvezel. De rackets van topspelers kosten al gauw 250 euro, ze doen er nog geen jaar mee. Daarna verliest de sweetspot, die de bal een maximale impuls geeft, zijn elasticiteit.

Bij padel, altijd een dubbelspel, draait het om controle en „clever thinking”, zegt Mallenco. „Tennissers zijn gewend om hard te slaan, goede padelspelers gebruiken vooral de slow ball.” De meest gebruikte slag is de lob, Mallenco schat dat deze hoge bal minimaal honderd keer per wedstrijd wordt gespeeld. „Het is een offensieve techniek, in het tennis is de lob meestal een verdedigende slag.”

Een andere typische padelslag is de bandeja, een lage smash vanaf schouderhoogte. „Als je die goed speelt, blijft de bal na de stuit laag, en dat maakt het lastig voor de tegenstander”, legt Mallenco uit. De hoge smash wordt het minst gebruikt, omdat het bij padel nou eenmaal een weinig effectief wapen is. „De meeste smashes komen gewoon terug via de wand.”

Vertrouwen op de wand

Die wand noemt Mallenco „de beste vriend” van een padelspeler. Voor de Nederlandse speelsters is vertrouwen op de wand juist de grootste uitdaging. „Zeker in het begin had ik steeds de neiging om vlak voor de wand te gaan staan en de bal als een keeper tegen te houden. Terwijl je juist van de wand af moet spelen”, zegt Schuttelaar. „Bij padel moet je ook minder snel een punt willen scoren, je moet rustig blijven. Bij tennis is het toch gewoon de hele tijd volle bak.”

Een ander aspect waar de Nederlandse ploeg nog vooruitgang kan boeken, is de communicatie op de baan, zegt Mallenco. „Spelers uit toplanden praten continu onderling, zo helpen zij elkaar. Waar staat de tegenstander, aan het net of diep.”

Bij het WK in Paraguay gaan de Nederlandse padelvrouwen dit weer eens van dichtbij ervaren. Vorig jaar maakten ze hun internationale debuut met een zesde plaats op het Europees kampioenschap in Portugal. Voor dat toernooi moesten de speelsters nog zelf hun vliegtickets betalen. Nu zijn alle reis- en verblijfskosten gedekt door de lokale organisatie, sponsors en een crowdfundingactie.

Maar de gedroomde plaats bij de beste acht lijkt op voorhand uitgesloten. Zondag was de loting, en Nederland zit in een poule met grootmachten Spanje en Uruguay, plus Frankrijk, de nummer drie van Europa.

De woorden van aanvoerder Schuttelaar bij de nazit in Nieuwegein zullen de ploeg deze week houvast moeten bieden „Het gaat niet om de eindklassering, maar om onze eigen prestatie.”

Lees ook dit artikel: Padel, dat is tennis 2.0: freaky rally’s in een kooi
    • Rogier van 't Hek