Profiel

Maandagprofiel Karin van Gilst Nieuwe directeur BNNVARA

Ze weet waar ze aan begint bij BNNVARA

Zonder omroepervaring wordt Karin van Gilst directeur van BNNVARA. Het is niet haar eerste gedurfde carrièrestap.

Ze wil nooit spijt krijgen van de dingen die ze niet heeft gedaan, zegt Karin van Gilst in een van haar zeldzame interviews. Dat heeft ze van haar moeder, die vlak na de oorlog als succesvol diamantair een baan kreeg aangeboden in New York. Als vrouw. In 1953. Ze deed het niet, om een gezin te stichten. Spijt kreeg ze, waar ze op latere leeftijd haar dochter vaak aan herinnerde.

Dat Van Gilst per 1 november directeur wordt van BNNVARA is een van haar vele gedurfde carrièrestappen. Ze heeft geen omroepervaring – al was ze kort (2015-2017) toezichthouder van media-archief Beeld en Geluid. Ruim een jaar geleden stapte ze op als zakelijk directeur bij het Stedelijk Museum in Amsterdam. Bij haar aantreden in 2013 had ze nog nooit in de kunstsector gewerkt.

„Headhunters maken waarschijnlijk een mandje met usual suspects en één onverwachte kandidaat. Die zal zij zijn”, zegt Evert de Vos, vriend en redactiechef bij De Groene Amsterdammer. Begin deze eeuw waren ze collega’s bij tijdschrift Intermediair. „Ze maakt indruk met een combinatie van charme en zakelijkheid.”

Hard werken, niet klagen

Van Gilst (Oosterbeek, 1964) groeide wel op in Hilversum. Ze werd opgevoed door haar moeder. Haar vader overleed op haar vierde. Toch zegt ze het „oer-calvinistische” van vaders kant op haar „harde schijf” te hebben staan: hard werken, niet klagen. Ze wilde journalist worden. Na het gymnasium in Hilversum studeert ze Nederlands en Communicatiewetenschap in Amsterdam. Sindsdien is ze niet uit Oud-Zuid vertrokken.

Maar schrijven is niet haar ding, merkt ze gauw. „Ze was niet goed, niet slecht”, zegt Hans Verstraaten, hoofdredacteur van Nieuwe Revu toen Van Gilst daar eind jaren tachtig haar journalistieke carrière begon. „Ze schreef niet zo veel.” Andere kwaliteiten vallen wél op. Ze is „ontzettend secuur”, klaagt nooit, een organisatorisch talent. „Mijn eerste indruk van een trut uit ’t Gooi klopte absoluut niet”, zegt Verstraaten. „Ze las veel, is een doorzetter. Veel te intelligent voor de functie. Voor je het weet is ze weg, dachten we.”

En dat is ze: ze wordt journalist bij mediavakblad Adformatie en al gauw adjunct. In 2000 wordt ze hoofdredacteur van Intermediair. In 2005 vervult ze twee jaar lang diezelfde functie bij Viva van uitgever Sanoma. Vrienden begrijpen die stap niet meteen, „maar als Viva-hoofdredacteur kom je de directeur van Sanoma nog eens tegen”, zegt Verstraaten.

Betrokken bij het merk

Twee jaar later is ze alweer vertrokken naar Weekbladpers, waar ze uitgever wordt van Vrij Nederland, Opzij en Hollands Diep. Het wordt geen gemakkelijke tijd. Vooral bij VN moet wat gebeuren: oplagecijfers en advertentie-inkomsten dalen al jaren. Het blad lijkt te veel op een weekendbijlage van de krant. Van Gilst bemoeit zich behoorlijk met het blad. Ook met de inhoud, opmerkelijk voor een uitgever. Ze wil soms meebepalen wat op de cover komt, zou een bekende columnist willen aantrekken. Ook moet ze redacteuren ontslaan.

Lees ook: Vrij Nederland wordt beschouwender, geen relletjes meer

Daadkrachtig en duidelijk, noemt de een haar. Tactloos en calculerend, zegt de ander. Ze is zeer betrokken bij het merk, tot het „bezielde” aan toe, zegt een oud-VN-medewerker. „Haar zakelijke en persoonlijke temperament lopen nogal eens door elkaar.” Van Gilst ondervindt weerstand en wantrouwen. Er hangt veel „emotie” rond de oud-verzetskrant. De continuïteit is zelfs statutair vastgelegd. De oplagedaling kon Van Gilst niet stoppen.

Er wordt haar meer niet in dank afgenomen. Hoe ze Hollands Diep opdoekt en intussen een gigantisch lanceerfeest geeft voor ‘journalistieke glossy’ Park in Paradiso. Hoe ze die al na vijf nummers moet stoppen en hoe ze ondanks al het slechte nieuws altijd weer breed lachend het pand betreedt.

„Ze is erg positief ingesteld”, zegt Groene-chef De Vos, toen hoofdredacteur van J/M Ouders van Weekbladpers. „Heel lang probeert ze dingen op een vriendelijke manier, daarna wordt ze duidelijker.”

Verschillende visies

Bij het Stedelijk, in 2013, gaat de samenwerking met artistiek directeur Beatrix Ruf vanaf dag één moeizaam. „Ze hadden heel verschillende visies, die met elkaar botsten”, zegt oud-conservator Lennart Booij. Met blockbuster-exposities over Malevich, Dumas en Matisse wil Van Gilst 1 miljoen bezoekers per jaar halen. Regelmatig begint ze haar dag bij de kassa’s om naar het bezoekersaantal te vragen. Ruf, die in 2014 aantreedt, hecht meer waarde aan tentoonstellingen met maatschappelijke thema’s, trekt avant-gardekunstenaars aan en heeft het niet zo op publiekstrekkers. Bezoekcijfers dalen hard.

Dagen van 8.00 tot 23.00 uur zijn geen uitzondering. „Ze werkt heel hard”, zegt Booij. „Dat kan je bijna niet bijbenen”, zegt Maudy van Ommen, onder Van Gilst hoofd fondsenwerving bij het Stedelijk. „Ze is stevig. Met een glimlach.”

Ondanks de negatieve aandacht, heeft Van Gilst nooit een lelijk woord over de lastige periode laten vallen. Ze noemt haar vertrek in augustus 2017 „een natuurlijk moment”. Tegen NRC ontkent ze dat sprake was van een richtingenstrijd: „Zonder wrijving geen glans.” Daarna blijft ze in de luwte: ze geeft geen interviews en werkt niet mee aan een rapport van de Kunstraad over het Stedelijk. Al wijdt ze dat laatste zelf aan een misverstand.

Tweekoppig bestuur

Ook bij BNNVARA begint ze in een roerige periode. Eerder dit jaar stapten de drie directeuren een voor een op. Daar komt een tweekoppig bestuur voor in de plaats. Van Gilst krijgt de zakelijke leiding, Gert-Jan Hox (ex- Talpa) de inhoudelijke.

Het rommelt bij de omroep al sinds de fusie in 2014: de culturen van BNN en VARA zijn erg verschillend. Met moeite zoekt de omroep naar een helder profiel. Een échte jongerenomroep is BNN amper meer, VARA is niet linkser dan de VPRO. Wél komt Van Gilst terecht in een gespreid kijkcijferbedje; twee BNNVARA-programma’s domineren NPO 1 (DWDD en Pauw).

Lees ook: Wat is er aan de hand bij BNNVARA?

De publieke omroep is bovendien „een tamelijk ingewikkelde omgeving”, zegt Carel Kuyl, oud-mediadirecteur van NTR. Hij kent Van Gilst goed, onder meer omdat hun dochters goede vriendinnen zijn. De NPO moet per 2019 22 miljoen bezuinigen, de kijk- en luistercijfers lopen terug, evenals de reclame-inkomsten. Kuyl sprak Van Gilst er meerdere keren over. „Ze weet waar ze aan begint.”

Juist omdat ze van buiten komt, en de enige vrouwelijke omroepbaas wordt, naast NPO-bestuursvoorzitter Shula Rijxman, hoopt Kuyl dat Van Gilst bij BNNVARA „de boel kan kantelen”. Hij heeft haar wel gezegd dat het veld niet bepaald „een warme vriendenclub” is. „Er spelen veel tegenstrijdige belangen: tussen Den Haag en NPO, NPO en de omroepen, en tussen omroepen onderling. Ze moet behoorlijk goed opletten. Er hangt de geur van een roofdierenverblijf.”

Toegevoegd op verzoek van Van Gilst (30-10-2018): dat ze niet meewerkte aan het rapport van de Kunstraad over het Stedelijk wijdt ze zelf aan een misverstand.

    • Menno Sedee