Recensie

‘Gas’ is groots theater over nationale tragedie

Theater ‘Gas’ wordt opgevoerd in een dorpje ten oosten van Groningen. Geestig en slim verweeft het de politieke catastrofe van de Groningse gaswinning met een indringend familiedrama. (●●●●●)

In ‘Gas’ staat het woelige leven van drie generaties van de Groningse hotel-familie Boels centraal. Foto Aernout steegstra

Een nationale tragedie verdient een groots theaterstuk en met Gas heeft Toneelgroep Jan Vos dat aan de Groningers gegeven. De opkomst, de hoogtij en de ondergang van de gaswinning vormen de achtergrond van het woelige leven van drie generaties van de Groningse familie Boels. Als uitbater van een hotel ontvangen ze in de jaren zestig enthousiast de eerste werknemers van de NAM die proefboringen komen doen en huisvesten ze vijftig jaar later de deelnemers van een ‘dialoogtafel’, die de schadeclaims van gedupeerde huiseigenaren bespreken.

Jan Vos voert het stuk op in een speciaal opgetrokken gebouw in Ten Boer, een dorpje ten oosten van de stad Groningen, midden in het bevingsgebied. Een gedateerd hotelinterieur vormt het decor en daarin zweept regisseur Jeroen van den Berg zijn ensemble op tot alert en robuust spel. Met als grootste troef de ijzersterke toneeltekst van Tjeerd Bischoff, die geestig en slim de politieke catastrofe verweeft met een indringend familiedrama.

‘Gas’ is geen pamflet: voor- en tegenstanders krijgen allebei de ruimte.

Spil van de Broels-dynastie is Bette, een magnifieke rol van Trudi Klever, die behept is met een Tsjechoviaans verlangen naar verre streken en avontuur. Als jonge vrouw valt ze voor een van de NAM-mannen, een geoloog die beeldend kan vertellen hoe miljoenen jaren van bodembewegingen het gas onder haar voeten heeft doen ontstaan. Maar het is haar doelgerichter ingestelde jonge zus die zwanger raakt van zijn collega. Waarop de NAM-mannen de benen nemen en achterblijver Bette zich over het kind van haar zusje ontfermt.

In eerste instantie klinkt de vondst van het gas als een droom voor de bewoners. Rijkdom en veranderingen lonken. Een tegenstem komt van de ijzerenheinige Geert, een communist die de NAM vereenzelvigt met bruut kapitalisme. In deel twee, bijna twintig jaar later, blijkt hoe weinig er terecht is gekomen van de beloftes van de NAM-man. Goedkoop gas zou de industrie vooruit helpen en daarmee de arbeiders. Maar lasser Geert is ontslagen, de industrie kwakkelt en de werkloosheid in de streek is torenhoog.

Parallel loopt de ontgoocheling bij Bette, die het activisme van haar echtgenoot Geert beu raakt: „Ik vind het geen fijn leven. Ik ben moe. Ik ben moe van kwaad zijn. Ik ben moe van gelijk hebben. Ik ben helemaal niet kwaad en ik wil helemaal geen gelijk. Ik wil gewoon wel eens een eindje fietsen, gewoon lekker fietsen, zonder pamfletten in de fietstas.”

Het gelijk van de Groningers

Dan moet het grote protest en het grote gelijk van de Groningers nog komen. Dat tekent zich af in deel drie, waarin de handeling naar 2014 verschuift en geopenbaard wordt welke desastreuze gevolgen de aardbevingen hebben voor de huizen in de provincie. Centraal staat Okke, de aangenomen dochter van Bette, die in deel twee als op opstandige tiener nog hevig botste met haar biologische vader, de NAM-man, maar die als volwassene voor zijn gehate bedrijf werkt.

Gas is geen pamflet: voor- en tegenstanders krijgen allebei de ruimte. Zowel Okke als een NAM-directeur mogen de waarde en complexiteit van de gaswinning verdedigen: heel Nederland heeft geprofiteerd. Maar de makers nemen wel stelling. Krachtig is het beeld van een ‘huizendokter’, die als schade-expert elke scheur wijt aan achterstallig onderhoud en verkeerd materiaalgebruik. Dat ontlopen van verantwoordelijkheid voedt de roep om een strafzaak, met als grootste grief het doelbewust buitensporig veel gas oppompen pal na de grote beving bij Huizinge in 2012.

Ondanks enkele te vet aangezette, kluchtige momenten vormt deel drie een sterk pleidooi voor rechtvaardigheid. De nadruk ligt op hoe de getroffen burgers psychologisch door de mangel worden gehaald door oppermachtige, onaantastbare instanties. Geen wonder dat het einde van de voorstelling allerminst hoopgevend is.

Gas roept de bijtende, actuele satire van toneelschrijvers Ton Vorstenbosch en Guus Vleugel in herinnering, in stukken als Srebrenica! Wat Gas onder meer etaleert is de kwaadaardige ideologie van het staatsbestuur achter de gaswinning: kolonialisme is ook toepasbaar op een provincie in je eigen land. Onder het mom van welvaart en ontwikkeling voor allen wordt een gebied leeggeroofd, met duizelingwekkende winsten voor de staat en één bedrijf, terwijl de inwoners met hun kapotte bezittingen worden achtergelaten. Het maakt Gas een belangrijke voorstelling voor elke burger met historisch besef. Zie de prijs die een kleine groep betaalde voor de welvaart van een gasstaatje aan de Noordzee.

    • Ron Rijghard