Recensie

Edith Leerkes maakt tijdloze popsongs van Herzbergs poëzie

Recensie Herman van Veens vaste gitarist Edith Leerkes presenteerde zondag een album met bestaande en nieuwe gedichten van Judith Herzberg op muziek.

Edith Leerkes liet zich begeleiden door haar zoon Marnix Dorrestein. Foto Bram Petraeus

„Liefde is een vorm van gekte. Net als praten tegen poezen.” of “Ik kras door wat ik juist heb geschreven.” Zinnetjes die onmiskenbaar Herzberg zijn. De taal van Judith Herzberg staat centraal in de nieuwe muziek van Edith Leerkes, virtuoos gitarist achter Herman van Veen en soms ook soloartiest. Op haar nieuwe album Hoe Het Gaat vertolkt Leerkes bestaande en twee nieuwe gedichten van Herzberg (1934), die zondag zelf aanwezig was bij de cd-première in het Herman van Veen Arts Center, vlak bij de Soester Duinen.

Ook Herman van Veen was onnadrukkelijk aanwezig, als schilder van de hoesafbeelding, maar vooral in zijn invloed op de precieze en warme dictie van Edith Leerkes. Herman van Veen heeft al langer teksten van Judith Herzberg op zijn repertoire en voedde zo Leerkes’ fascinatie. Bij een ontmoeting vertelde Judith dat ze vaak per abuis Edith wordt genoemd. ‘Voor E van Ju’, schreef ze als opdracht is een van haar bundels. Dat leverde het nummer ‘Dith’ op, een beheerste gitaarinstrumental tussen veertien op muziek gezette teksten.

Edith Leerkes liet zich bij dit korte middagconcert begeleiden door haar zoon Marnix Dorrestein, een virtuoos multi-instrumentalist die zich als popmuzikant losmaakte uit de orbit van Jett Rebel en die furore maakt als het muzikale brein achter de aanstormende operadiva Nora Fischer. Dorrestein was medeproducer van het album Hoe Het Gaat, dat hij een subtiele elektronische bedding meegaf bij weergaloos gitaarspel. Live speelde het duo sober, met niet veel meer dan twee gitaren.

Leerkes en Dorrestein gaven een masterclass hoe je teksten die niet als liedjes bedoeld waren van passende muziek kunt voorzien. Edith Leerkes speelde gitaar met een warmbloedig flamencotemperament, vooral toen ze in ‘Sinds Jij Zo Weg Bent’ naar voren trad voor een vlammende solo. Achter de vleugel gaf Dorrestein een nieuwe dimensie aan Herzbergs ‘Hoe’ met de hilarische tekstregel „Ik zou (…) de naam van de hond van mijn eerste man’s tweede vrouw zelfs onthouden.” ‘Vormen van Gekte’, ‘Grootouders’ en ‘Wat Iemand Zegt die Iets in zijn Koffer Zoekt’ werden fantastische miniaturen van poëtisch vernuft, gebracht met de ingetogen schoonheid van tijdloze liedkunst. Waarmee Judith Herzberg tegen wil en dank de schrijfster van onweerstaanbare popliedjes is geworden.

    • Jan Vollaard