De doornatte slaapzakken bleven achter

Vluchtelingenkamp Vrijdag werd in de bossen bij het Brabantse Bladel een migrantenkamp ontdekt. De groep verbleef mogelijk al sinds begin september in de buurt, terwijl de burgemeester daar niet van op de hoogte was.

In de bossen van het Brabantse Bladel werd vrijdag een tentenkamp van migranten ontdekt. Foto GINOPRESS/ANP

„Ze kochten elke dag tien tot twaalf stokbroden en vijf of zes grote flessen Spa Blauw. En ze betaalden altijd met een briefje van honderd euro.”

Aan de A67 bij het Noord-Brabantse Bladel ligt een Esso-station, op een steenworp van de Belgische grens. Een medewerker vertelt dat een groepje van vier à vijf mannen „de afgelopen weken, bijna twee maanden lang” dagelijks een grote hoeveelheid brood en water kocht. Migranten, dat kon hij wel nagaan. Ze zagen er niet-westers uit, en „niet proper”. De werknemer en zijn collega’s vonden het een vreemde zaak en deden melding bij de politie. „Die begon met patrouilleren. Maar daarna zagen we de politie weken niet meer.”

„Het klopt dat wij eerder een melding hebben gehad”, bevestigt een woordvoerder van de politie Oost-Brabant, na vragen van NRC of deze mannen behoorden tot de groep van Irakese migranten die vrijdag werden opgehaald uit een geïmproviseerd tentenkamp in Bladel.

38 mensen bleken daar te wonen, in een stuk of zes tenten. Mannen, vrouwen, acht kinderen. Volgens waarnemend burgemeester Peter Maas van gemeente Bladel waren de kinderen „peuters en kleuters”. Eén meisje was zichtbaar lichamelijk gehandicapt. Op een stukje grensland rond de A67 leefden zij dus mogelijk al sinds begin september.

Foto ANP

Waarom greep de politie niet eerder in? Een woordvoerder van de Politie Oost-Brabant zegt dat zij na de eerste melding onderzoek hebben gedaan, maar dat de groep zich toen op Belgisch grondgebied bevond. De politie bracht „de Belgische collega’s op de hoogte”. Dat is ook wat de twee winkelbedienden met wie NRC sprak, van de politie hoorden. De man en de vrouw willen anoniem blijven. Hun arbeidscontract verbiedt om te praten over zaken rond het pompstation.

„Alleen brood en water, meer kochten ze niet”, zegt de medewerker. „We hadden geen idee dat er zoveel mensen bij waren – zelfs met kinderen.” De winkel is de enige die op loopafstand ligt van het kampement. Je moet daarvoor wel de snelweg oversteken, rennend of via het ecoduct. De winkel verkoopt broodjes en koffie. Geen luiers, geen wc-papier, geen ingrediënten voor een warme maaltijd.

Pas een week geleden ontdekte een voorbijganger de Irakezen in de bossen van Bladel. In Nederland dus. Via de burgemeester hoorde de politie ervan, die afgelopen vrijdag het kamp ontruimde. De Irakezen werden naar de vreemdelingenpolitie gebracht in het asielzoekerscentrum in Budel. Zaterdagochtend werd bekend dat de groep alweer met onbekende bestemming was vertrokken.

Dichtgevouwen luiers

De bossen ten zuiden van Bladel, pal aan de Belgische grens, zijn prachtig. ’s Ochtends glinstert de rijp op de graspollen en de bramen. Een Vlaamse gaai krast. Maar als wildkampeerplek moet het rauw en vijandig zijn geweest. Pikdonker in de nacht. Geen water. De plek waar de tenten stonden is een onregelmatig terrein met bomen en afgevallen takken.

Toen een verslaggever van het Eindhovens Dagblad vrijdagmiddag arriveerde, zag hij dichtgevouwen luiers buiten een tent. „Ik zag geen matjes of matrassen”, vertelt waarnemend burgemeester Maas, die ter plaatse was toen de groep naar Budel vertrok. „Men sliep rechtstreeks op de ongelijke bosgrond. Dat gun je niemand.”

Van de groep ontbreekt ieder spoor. Eenmaal in het azc in Budel – waar ze geregistreerd werden door de Vreemdelingenpolitie – besloten de Irakezen geen asiel aan te vragen. „En omdat ze geen papieren hadden, was het geen optie om hen terug te sturen naar Irak”, zegt Maas. „Ze zijn zaterdagochtend de deur uit gelopen, opnieuw de illegaliteit in.”

„Het geeft me een machteloos gevoel”, zegt hij. Je haalt mensen uit de illegaliteit, biedt hun bed en brood. De regels zeggen dat mensen deze keuze mogen maken. Maar nu laten we ze verdwijnen, zonder enige begeleiding.”

In het Bladelse bos, twee dagen na de ontruiming, is de geur van poep nog altijd te ruiken. Een stukje verderop over het pad, achter meer omgevallen dennen, liggen doornatte spullen. Een stuk of vier slaapzakken. Verpakkingen van zoute koekjes.

Mia en Guus van Gompel, die hun twee honden uitlaten, lopen één pad verderop. Ze hebben het kampje niet gezien. „Ik vind het heel triest voor die mensen”, zegt Mia terwijl ze haar nordic walking-stokken rechtop zet. Die mensen moeten geholpen worden, vindt ze. „Maar niet op deze manier. Eerst naar Budel brengen, en dan zomaar laten gaan.”

    • Hester van Santen