‘Danny, Serdar hier, hoor je mij?’

Videoscheidsrechter Het aantal arbitrale fouten neemt sterk af door de video-arbiter, maar de discussies blijven. Een avond vanuit de controlekamer in Zeist.

Foto’s

Bij iedere wedstrijd zitten drie man in Zeist: een hoofd-VAR, een assistent-VAR en een operator voor de juiste herhalingen. Foto Daniel Niessen

Het is stil en donker op de KNVB Campus in Zeist, zaterdagavond. Achter op het terrein zitten in een gebouw zo’n twintig medewerkers te turen naar beeldschermen met voetbal. NRC volgde de video assistant referee (VAR) rond het eredivisieduel FC Groningen-PSV, in het seizoen dat de videoscheidsrechter zijn primeur beleeft in de eredivisie.

19.00 uur Er hangt een vreemd soort spanning in het ARAG KNVB Replay Center, verscholen in de bossen van Zeist. Wedstrijdspanning, zonder de nabijheid van een wedstrijd. „Je hebt hier ook wedstrijdgevoel, maar anders”, zegt Serdar Gözübüyük.

Hij is deze avond de video-arbiter bij FC Groningen-PSV, waar Danny Makkelie fluit. „Je probeert je collega’s zo goed mogelijk te helpen”, zegt Gözübüyük. „Het is niet zo dat je hier lekker relaxed een wedstrijdje komt kijken.”

Er is een ontvangstruimte met loungebanken, tv-schermen, een PlayStation 4, een lange houten tafel, een luxe koffiezetapparaat en een kleine Heineken-tap. Arbiters lopen in zwarte tenues rond – het VAR-outfit. „Het is belangrijk eenheid uit te stralen, ook voor het groepsgevoel”, zegt Dick van Egmond, bij de KNVB coördinator van de afdeling scheidsrechterszaken.

Rens Bluemink stelt zich voor. „Ik ben de AVAR”, zegt hij. Ofwel: de assistent van de video assistant referee. „Als hij [Gözübüyük] beelden nakijkt, kijk ik ondertussen de wedstrijd verder.”

Gözübüyük vertelt dat hij „blanco” het duel ingaat. Als hij zelf fluit, leest hij zich wel in – wat er speelt bij een club, wie er op scherp staat voor een schorsing. Als VAR is dat niet nodig, zegt hij.

Een uur voor het duel moeten de video-arbiters aanwezig zijn, om genoeg marge te hebben mocht er file staan. De wedstrijden worden vooraf besproken met een supervisor: de protocollen, de werkverdeling, de wijze van communicatie. „Daar zetten ze zichzelf op scherp”, zegt Van Egmond. Bij ieder duel zitten drie man: een hoofd-VAR, een assistent-VAR en een operator, die zorgt dat de juiste herhalingen verschijnen.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen

19.15 uur

‘This is a fairplay zone’, staat op de schuifdeur van de controlekamer, het kloppend hart van het gebouw. In het Replay Center ruikt alles nog nieuw, de oplevering was in juli. Er zijn zes desks, waarvan één reserve, met elk acht schermen. Een camerarails loopt door de ruimte voor shots van de video-arbiters voor in de live-uitzendingen van Fox Sports.

Het testen is begonnen. Gözübüyük controleert de verbinding met de collega’s in Groningen.

„Danny, Serdar hier, hoor je mij?”

„En Mario?” Dat is grensrechter Mario Diks.

„Hessel?” Grensrechter Hessel Steegstra.

„Erwin?” Vierde official Erwin Blank.

Ze bevestigen allemaal.

Even later: „Erwin, Rens hier, zou jij nog het wedstrijdformulier door willen appen?” Het wedstrijdformulier is cruciaal voor de video-arbiters, voor de namen en rugnummers van de spelers.

Er zijn twee knoppen van belang voor de video-arbiter. Een rode ‘communicatieknop’, om de lijn naar de scheidsrechter open te zetten. En een groene ‘bookmark-knop’, voor de tijdsaanduiding van een mogelijk discutabel moment, zodat de operator weet welke beelden nog eens nader bekeken moeten worden.

Het is een schone, bijna klinische ruimte. Het mag geen bioscoop worden, zeggen ze. „Het is niet dat we hier met popcorn en een zak chips gaan zitten”, zegt Gözübüyük. Koffie komt er ook niet in. Stel je voor dat het over de apparatuur valt, zegt Van Egmond. „Die ellende kunnen we niet hebben. De werkplek moet strak en professioneel blijven.”

Gözübüyük en Bluemink maken zich klaar voor de wedstrijd. Gözübüyük: „Wij gaan focussen.”

19.45 uur

Groningen-PSV begint. Onbevoegden mogen, volgens de internationale regels, tijdens de wedstrijd niet in het Replay Center – dus journalisten ook niet. In de ontvangstruimte vertelt Van Egmond dat ze „redelijk tevreden” zijn over het systeem, waarvoor de KNVB negen miljoen euro heeft vrijgemaakt voor de komende vijf jaar. „Er zijn altijd momenten die beter moeten.”

In de oude situatie, zonder VAR, waren er per speelronde twee tot acht fouten, vertelt hij. Nu zijn dat er vijf tot zes over alle negen speelronden (tot afgelopen weekend). Van Egmond: „Dat zijn momenten waarvan wij zeggen: dit had anders gemoeten, een foute inschatting van de scheidsrechter of de VAR.” Gemiddeld zitten ze op zo’n drie VAR-ingrepen per speelronde.

Lees ook: In de bossen van Zeist creëerde de KNVB een videocontrolekamer “waar de Duitsers jaloers op zijn”

De arbitrage is, ook met de VAR, niet feilloos. Discussie blijft bestaan. Juist omdat er nu hulpmiddelen zijn, lijkt het debat steviger te zijn geworden, als er een arbitrale fout wordt gemaakt. Van Egmond: „Klopt. Dat geeft druk op de mannen die hier achter de schermen zitten, die zijn zich daar ook van bewust. Het is soms niet makkelijk. Het kan zijn dat je twee, drie, vier situaties hebt die je in korte tijd moet beoordelen.”

Hij merkt op dat grensrechters bewust „iets terughoudender” zijn met vlaggen voor buitenspel. Zij laten de aanval eerder doorgaan, nu er kan worden teruggekeken.

Er is een minimum van zes camera’s aanwezig in stadions. Probleem: niet in alle stadions – met name in de kleinere – is goed beeld beschikbaar van buitenspelsituaties, vanwege de cameraposities. En er is geen buitenspelsysteem opgenomen in dit project. Van Egmond: „Dat zou ongeveer een miljoen per jaar [extra] kosten, er is voor gekozen dat niet te doen, anders zou het te duur worden.”

20.27 uur

PSV-spits Luuk de Jong lijkt Julian Chabot naar beneden te trekken in het strafschopgebied. Makkelie geeft een penalty. Gözübüyük en Bluemink zitten in Zeist bijna met hun neus tegen de beeldschermen aan, voor de herhaling. Het is niet overduidelijk. Er is overleg tussen Gözübüyük en Makkelie. De laatste blijft bij zijn besluit.

Even later komt Gözübüyük naar buiten, het is rust. „Geen vragen over de wedstrijd, want ik zit midden in de wedstrijd nu.” Hij loopt naar een tv-scherm om te kijken wat de kenners bij het Fox Sports-programma Eretribune zeggen over het bewuste moment.

„Ik was benieuwd wat ze zeiden”, zegt hij later, na het duel. „Ik ben een sportman, natuurlijk wil je weten wat de publieke opinie is, maar dat verandert onze mening niet.”

21.15 uur

PSV-verdediger Nick Viergever tackelt Ritsu Doan van achteren. Geel, denkt Van Egmond. Maar Makkelie trekt geen kaart. Gözübüyük kijkt de beelden terug, hij kan echter niks ondernemen: de video-arbiter kan niet interveniëren bij een gele kaart. De VAR mag alleen ingrijpen bij strafschoppen, doelpunten (bijvoorbeeld bij buitenspel), rode kaarten of persoonsverwisseling bij het geven van kaarten.

Tijdens een wedstrijd doet de video-arbiter veel ‘silent checks’, vertelt Van Egmond. Spelmomenten waar in eerste instantie niets aan de hand lijkt, maar die toch even worden gecontroleerd. Dit komt doorgaans zeker twintig keer voor in een wedstrijd, schat hij.

21.40 uur

PSV heeft met 2-1 gewonnen. Gözübüyük is klaar. Hij is tevreden over het verloop. Hij mag als VAR niets inhoudelijks zeggen over de gemaakte keuzes, omdat Makkelie de eindverantwoordelijke is.

Even later komen beelden voorbij van Excelsior-verdediger Jurgen Mattheij die in het duel bij De Graafschap uit frustratie het scherm van de VAR omgooit als hij richting de kleedkamer loopt. Hij is het oneens met zijn tweede gele kaart. Van Egmond schudt zijn hoofd over de actie. Ook hier kan de VAR niks betekenen, omdat het geel betreft.

Van Egmond weet: het moet nog ingeburgerd raken, bij spelers, coaches, publiek. De Europese voetbalbond UEFA, die altijd sceptisch was over de VAR, werkt nu aan de invoering van het systeem in de Champions League voor volgend seizoen. Van Egmond: „Het voetbal kan niet meer zonder.”

    • Steven Verseput