Nederland negeerde regels wapenexport voor Libische schepen van Damen

Levering patrouilleboten Damen Shipyards en de overheid negeerden EU-regels over wapenexporten. Patrouilleschepen werden zonder toetsing geleverd.

Damen Shipyard negeerde regels Foto Lex van Lieshout/ANP

Nederland heeft in 2012 de Europese regels omtrent wapenexporten naast zich neergelegd, ten faveure van Damen Shipyards. De grootste scheepsbouwer van Nederland kon daardoor zonder problemen acht patrouilleboten leveren aan de Libische kustwacht. De bewapende schepen jagen inmiddels op vluchtelingen voor de Libische kust.

Dat blijkt uit onderzoek van NRC en journalistencollectief Lighthouse Reports naar de samenwerking tussen Damen Shipyards en de overheid. Het bedrijf en het ministerie van Buitenlandse Zaken spraken in 2012 af dat Damen patrouilleschepen aan de Libische kustwacht mocht leveren.

Lees hier het achtergrondverhaal: Gaddafi verdween, maar Damen bleef geliefd in Libië

Volgens Europese regels hadden de schepen niet geleverd mogen worden, omdat zij bevestigingspunten voor wapens op het dek hebben, zogeheten stuts voor machinegeweren.

Europa wil voorkomen dat landen wapens leveren aan instabiele regimes, die dan gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen. De Libische kapitein van een van de Damen-schepen staat sinds kort op een zwarte lijst van de Verenigde Naties, vanwege het „tot zinken brengen van migrantenboten met vuurwapens”.

In promotiemateriaal van Damen staan tekeningen van de aan Libië geleverde schepen, uitgerust met mitrailleurs. Het bedrijf wilde de machinegeweren in 2014 zelf leveren aan de Libiërs, maar hier stak de overheid een stokje voor. Libië kocht de wapens vervolgens elders. Volgens het ministerie van BuZa liet het de uitvoer van de schepen in 2012 passeren omdat de verzwaringspunten „niet specifiek ontworpen zijn als wapensteun” en ook gebruikt kunnen worden voor „zoeklichten en vlaggenmasten”. Damen beaamt dit en zegt dat het geen exportvergunning hoefde aan te vragen van de Nederlandse overheid. Mensenrechtenjuristen en Tweede Kamerleden noemen dit „een absurde redenering”.

    • Merijn Rengers
    • Carola Houtekamer