De Europese partij Volt wil tegen de stroom in

Vol bravoure presenteerde de pan-Europese partij Volt op zaterdag zijn verkiezingsprogramma in Amsterdam. De partij wil vooral méér Europa.

Partijvoorzitter Reinier van Lanschot tijdens de presentatie van de Nederlandse tak van de pan-Europese politieke partij Volt afgelopen juni. Foto Jerry Lampen/ANP

Uit de boxen klinkt opzwepende muziek. Voor het podium is een groep eind-twintigers, begin -dertigers fanatiek aan het dansen. Ze hupsen uitgelaten heen en weer, er wordt achteruit gemoonwalkt en met grote paarse vlaggen gezwaaid. Op het Beursplein in Amsterdam hebben zich honderden leden van de net opgerichte Europese politieke partij Volt verzameld, en sommigen feesten alsof ze de verkiezingen al gewonnen hebben.

Daarvan is nog geen sprake. Wel is deze zaterdag het verkiezingsprogramma vastgesteld waarmee Volt in minimaal tien landen campagne gaat voeren voor de Europese verkiezingen in mei. Daaraan hebben duizenden leden de afgelopen maanden bijgedragen, online mocht iedereen ideeën aanleveren. De eerste pan-Europese partij van het continent pleit onder meer voor een direct gekozen Europees president en wil in de EU belasting heffen op CO2-uitstoot. Ook zou er een gezamenlijke asiel- en immigratiepolitiek moeten komen en wil Volt dat de EU meer gezamenlijk optrekt, bijvoorbeeld bij de Verenigde Naties.

Nu de ideeën op papier zijn vastgelegd is het zaak om kiezers te ronselen – of beter gezegd: om potentiële kiezers te laten weten wie ze zijn en waar Volt voor staat.

De boodschap van Volt is redelijk gewaagd in een tijd waarin politieke partijen vooral ‘minder’ Europa willen of zelfs uit de Europese Unie willen stappen. Volt wil méér Europa. Een ander Europa. De Italiaanse twintiger Andrea Venzon richtte de partij vorig jaar op omdat hij „nieuwe energie” in Europa wil brengen (vandaar de naam Volt) en „het groeiende populisme” wil stoppen. In iets meer dan anderhalf jaar tijd sloten vijftienduizend mensen in dertig landen zich aan. In Nederland telt de partij nu bijna duizend leden, van wie tweehonderd actieve vrijwilligers.

‘Europe yes, Brexit no’

Nu het programma is vastgesteld, kan de campagne beginnen. De eerste activiteit is deze zaterdag een mars van het Tropeninstituut naar het Beursplein, een wandeling van een uur dwars door Amsterdam. De ‘Volters’ dragen buttons en paarse T-shirts en sweaters met daarop in witte letters de naam van hun partij. Ze delen flyers uit aan toeschouwers en plakken stickers op lantaarnpalen (‘We love EU, so let’s fix it!’). Ondertussen scanderen ze leuzen als ‘Europe yes, Brexit no’, wat langs de weg enige verwarring oplevert. „Nederland heeft toch geen Brexit?” vraagt een toerist verwonderd aan de bell boy van een hotel in de Nieuwe Doelenstraat. Als het begint te regenen, zet de stoet ‘Purple rain’ in.

De vijfhonderd deelnemers zijn hoofdzakelijk net geklede jongeren op sneakers, de voertaal is Engels. Ook zijn er een paar zestigplussers.

De voorzitter van de Nederlandse tak heet Reinier van Lanschot. De twintiger heeft een maand geleden zijn baan bij een groot supermarktbedrijf opgezegd en is nu fulltime actief voor Volt. Op het podium op het Beursplein houdt hij zijn publiek voor dat Europa „democratie, welvaart en vrijheid” oplevert. Dat verhaal wordt te weinig verteld, vindt hij. „Maar dat gaat Volt doen.”

Niet links en niet rechts

Even daarvoor, in de stoet, zei Van Lanschot dat hij de komende maanden langs de deuren wil gaan om mensen over Volt te vertellen en hun interesse te wekken. Hij heeft zich niet per se ten doel gesteld om kiezers bij D66, de meest pro-Europese partij van Nederland, weg te lokken. „Ik richt me liever op die grote groep mensen die niet stemt voor de Europese verkiezingen. Want als je ze ernaar vraagt, hebben ze best een mening over Europa.” Volt is wat hem betreft niet ‘links’ of ‘rechts’, nee, deze nieuwe gematigde partij richt zich op „effectieve oplossingen”.

Volt heeft zich een ambitieus doel gesteld: het wil bij de komende verkiezingen 25 zetels in het Europees Parlement halen. Daarvan zou Nederland twee zetels moeten aanleveren. Heeft Van Lanschot enig idee hoeveel potentiële Volt-stemmers er in Nederland zijn? „Niet precies”, geeft hij toe. Maar, zegt hij: „We zijn ook niet gestart vanuit de vraagkant, maar vanuit het aanbod. Wij denken dat het anders moet. En als je ziet hoeveel mensen zich al bij ons hebben aangesloten en hoeveel mensen hier vandaag bijeen zijn, dan weet ik zeker dat er een toekomst is voor Volt.”

    • Barbara Rijlaarsdam