Brieven

Brieven 27/10/2018

Moffenmeiden (1)

Heulen met vijand

Ook mijn moeder werd kaalgeschoren destijds. Alleen: zij mocht daarna niet naar huis maar ging rechtstreeks de gasoven in. Met dank aan hen die op enigerlei wijze met de vijand heulden. De stoet kale vrouwen op de Maliebaan in Utrecht, aan het einde van de oorlog, staat op mijn netvlies gegrift. Met die goed georkestreerde manifestatie werd lucht gegeven aan alle opgekropte ellende van de vijf voorgaande jaren. Het suggereerde bovendien loyaliteit jegens de slachtoffers en gaf een prettig gevoel van – jawel – zoete wraak. Zij die er niet bij waren of zelfs nog niet waren geboren maar die wel terugkijken en oordelen zullen dit nooit begrijpen. Aan de toch altijd loze excuses van een overheid had ik nimmer behoefte. Het is mij een raadsel waarom de nazaten van ‘moffenmeiden’ er wel naar durven hengelen.

Moffenmeiden (2)

Iets bescheidener

Regering moet excuses maken aan moffenmeiden. De Stichting Werkgroep Herkenning heeft hierover een brief geschreven aan Mark Rutte (NRC, 25/10). Ik was zeven toen de oorlog begon. Mijn vader zat in het verzet, de oorlog heeft hem voorgoed vernield. Mijn moeder balanceerde op het randje van de dood in mei 1945. Wat er daarna gebeurde met meisjes die een relatie hadden met een Duitse soldaat, voelde indertijd als welverdiend. Na 73 jaar behoor ik te weten dat het niet oké was. Zo willen wij in een beschaving niet meer dat er met mensen wordt omgegaan. Toch wil ik de stichting vragen zich iets bescheidener op te stellen. Excuses zijn niet aan de orde, zolang er mensen rondlopen die de oorlog hebben meegemaakt.

Moffenmeiden (3)

Ook ik heb Duitse nationaliteit

In het artikel ‘Regering moet excuses maken aan moffenmeiden’ (NRC, 25/10) wijst Casper van der Veen er op dat Noorse vrouwen die met een Duitser trouwden hun nationaliteit verloren, iets wat niet gold voor Noorse mannen die met een Duitse vrouw huwden. Het is de vraag of dat iets met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft. Mijn grootvader, een Duitse zeeman, trouwde in 1904 met een Nederlands meisje. Zij kreeg door dit huwelijk de Duitse nationaliteit. De kinderen uit dat huwelijk, onder wie mijn vader, kregen daardoor ook de Duitse nationaliteit. Toen mijn vader in 1932 trouwde met een Nederlands meisje, kreeg ook zij de Duitse nationaliteit. Nooit zetten zij een voet in Duitsland, en ook spraken ze geen Duits. Mijn broer en ik kregen bij onze geboorte de Duitse nationaliteit. Dit is pas omstreeks het midden van de jaren vijftig veranderd. Maar nog altijd als ik een uittreksel uit het geboorteregister nodig heb, moet er een briefje naar het Standesamt in Berlijn want de Duitsers hebben blijkbaar na beëindiging van WOII de administratie meegenomen.

monument

Stop het niet weg

Zestigduizend Joodse Amsterdammers zijn in de oorlog afgevoerd en vermoord. Een ongelofelijk aantal, maar er is niets in de stad dat dat getal invoelbaar maakt. Ik hou van de geschiedenis van de stad, dus wil de gruwel van deze gebeurtenis ook terugzien. Ik geloof dat we er beter van worden als we soms ongevraagd en onvoorbereid geconfronteerd worden met onze geschiedenis. Als we, zomaar wandelend door de stad, plots op een plek staan die ons aan het denken zet en rekenschap aflegt van ons verleden. Het voorstel om het Holocaust Monument op een onherbergzaam plein midden op een druk kruispunt onder de grond te stoppen (NRC, 17/10), getuigt dan ook van een haast onvoorstelbare ongevoeligheid.

Huizenmarkt

Trek kopers voor

De oplossingen die Nicolas Verhulst bepleit voor het startersprobleem (Huizenverkopers, geef starters toch een kans, NRC 25/10) zijn sympathiek maar weinig effectief. Oproepen aan beleggers om rendement te laten schieten en aan verkopers om te denken aan het eigen eerste huis, worden in een markt aan de financiële laars gelapt.

Wat wellicht helpt: de overdrachtsbelasting weer terugbrengen van 2 naar 6 procent. Kopers die de woning zélf gaan bewonen krijgen op verzoek de te veel geheven 4 procent teruggestort. Beleggers blijven zitten met de volledige overdrachtsbelasting.

Diversiteit

Politie, maak daar eens werk van

Op een aflevering van de Veiligheidscolumn van Guus Meershoek over diversiteit bij de politie (Waarom blijft politie witte gezichten recruteren, NRC online, 22/10), kwam een stevige reactie van Erik Akerboom, korpschef van de nationale politie. Akerboom vroeg Meershoek om het debat op basis van feiten te voeren. Helaas struikelt de korpschef zelf over de feiten die hij op tafel legt.

Akerboom stelt dat 29 procent van de instromende agenten een diverse achtergrond had. In Amsterdam zijn de cijfers nog hoger: daar was de instroom van agenten met een niet-Westerse migratieachtergrond zelfs 43 procent. Hoge percentages, maar het gaat in Amsterdam om slechts 60 nieuwe agenten. Op een team van 6000 mensen is dat een toename van 1 procent.

Het afvinken van hokjes en het binnenhalen van een bepaald percentage aan medewerkers geeft blijk van een achterhaald perspectief op diversiteit. De politie zou een integrale visie op inclusie moeten ontwikkelen en vastleggen in beleid. Hierin is aandacht voor de instroom, doorstroom en het behoud van cultureel divers talent, maar ook voor inclusie op de werkvloer. De weerstand tegen diversiteit binnen de organisatie moet bespreekbaar worden. Ook de praktijk van etnisch profileren verdient een stevig beleidsmatig antwoord van de korpschef.

De politie heeft behoefte aan een fundamenteel organisatie- en cultuurveranderingstraject dat een nieuwe sociale norm stelt in alle lagen van de organisatie met duidelijke consequenties wanneer die norm overschreden wordt. In zijn column trekt de korpschef de verantwoordelijkheid hiervoor naar zich toe. Daar is hij toe gedwongen. De portefeuillehouder diversiteit, Peter Slort, is deze zomer namelijk vertrokken naar Amerika. Een opvolger is al maanden niet benoemd. Er is werk aan de winkel, maar een project dat vleugellam is zal geen verschil maken.

    • John Delventhal
    • Jaïr Schalkwijk
    • Bob van Laar
    • Harry Maas
    • Merlyn Frank
    • Vincent van den Ende
    • Dionne Abdolhafiezkhan