Welke tijd is de ware voor u?

Lezersonderzoek NRC vroeg lezers naar hun voorkeur voor zomer- en wintertijd. Dat leverde hartstochtelijke betogen op.

Sommigen houden van de wisseling van de tijd. „Het geeft een boost in de beleving van de jaargetijden.” Foto Rob Bogaerts / Anefo

Hij herinnert zich nog goed hoe blij hij destijds was, met de „lange, lichte zomeravonden”. Het leek volgens Johan Meeus in 1978, toen de zomertijd werd ingevoerd, wel „of je er zomaar een dag bijkreeg.” Jaren hield de Arnhemmer van het wisselen van de tijden. De omslag kwam rond de eeuwwisseling, toen zijn „lijf ging protesteren en ik er elke keer een jetlag aan overhield.” „Het gaat mij aan het hart”, schrijft Meeus (69). „Hoe eerder de wintertijd permanent wordt, hoe beter ik me voel.”

Het blijkt een thema dat opvallend veel losmaakt. Plotseling is ‘tijd’ een onderwerp dat op borrels tot felle discussies leidt, waar politici zich omzichtig omheen moeten begeven. Tijd is actualiteit, nu Europa wil dat landen stoppen met het verzetten van de klok en kiezen voor zomer- of wintertijd. Dit weekend gaat misschien wel voor het laatst de wintertijd in.

Hoe ervaart u zomer- en wintertijd, wilde NRC weten. En: welke tijd zou, als u moest kiezen, uw voorkeur hebben? In drie dagen tijd reageerden meer dan vierduizend mensen op onze vragenlijst, vaak met uitvoerige en hartstochtelijke betogen. Natuurlijk: het is een zelfselectie. Maar uit de reacties blijkt wel dat ‘de beste tijd’ voor de meeste mensen verre van abstract is.

Ook Den Haag worstelt met zomer- en wintertijd. Lees ook: Wel of geen vaste koemelktijden?

Een crime

Voor de 59-jarige Jenny Tholen uit Arnhem is het „elke keer weer een crime”. Ze schrijft „heel veel last te hebben van de zomertijd” en „nu op mijn tandvlees te lopen”. Ze is niet de enige: honderden lezers schrijven over de serieuze klachten die ze ondervinden. Dieren zijn in de war, kinderen willen niet naar bed, maar vooral van de eigen „jetlag” is men dagen of zelfs weken van slag.

Foto Anefo

Stoppen met het verzetten van de klok is volgens een flinke meerderheid van bijna 70 procent een goed idee. „Ik haat het dat zoiets cruciaals als de tijd steeds moet veranderen”, schrijft Hans Kromme uit Winsum. „Stel je voor dat je broek- of schoenmaat elk halfjaar zou veranderen!” „Mijn 76-jarige lichaam kan nog steeds niet wennen aan dat heen en weer huppelen. Het lijkt wel de springprocessie van Echternach”, schrijft Frans Stoelinga uit Naarden.

Echt vurig worden de argumenten als het gaat om de vraag welke tijd we zouden moeten kiezen. Tussen winter- en zomertijd ligt dan véél meer dan dat ene uurtje. Beide kanten lijken een eigen wereldbeeld, een heel andere visie op de dag, op het hele leven te koesteren. Aan de ene kant een rationele, ietwat calvinistische instelling, met argumenten over de stand van de aarde en uitgeslapen ochtenden. Daartegenover bourgondische beschouwingen over dakterrassen en in drank geweekte avonden.

Wintertijd-fans, ruim 60 procent in ons onderzoek, menen de natuur aan hun zijde te hebben. Dat is de „echte tijd”, schrijven honderden mensen, „de natuurlijke” of „de juiste” tijd. „Wintertijd bestaat niet”, vindt Anouk Verhaaff (47), die begin 2017 geleden een Facebook-pagina oprichtte en sindsdien fervent actievoert voor het afschaffen van de zomertijd.

Zomertijd-liefhebbers hebben poëtischer argumenten. Honderden mensen zouden die „lange”, „zwoele”, „heerlijke” zomeravonden missen. „Wintertijd is één grote tragedie”, schrijft de Haagse Milan Assies (25). „Minder romantiek, minder hand-in-hand lopen in de schemering, minder overpeinzingen bij zonsondergang.”

’s Avonds langer licht, dat betekent na je werk nog iets kunnen doen, hardlopen, eropuit met de fietsclub of natafelen in de tuin. Zomertijd geeft een „gelukkig gevoel” (Karel van Vliet, 21) en is „goed voor de kinderen die toch al zo weinig op straat kunnen spelen” (J. Muller uit Amsterdam). „Lekker lang vitamine D. Lekker in je vel zitten”, schrijft Kirsten van Kuilenburg (40). „Ik zou depressief worden als het wintertijd blijft.” „Ik ben niet zo geboeid door argumenten over productie van de agrarische sector”, schrijft de 62-jarige Ad Grinwis uit Purmerend. „De tijd verzetten heeft een ander doel: het verhogen van menselijk welzijn en welbehagen.”

Toch lijkt de meeste emotie bij de wintertijders te zitten. „Ik erger me dood dat nietsdoeners de discussie aangaan en niet verder denken dan dat hun neus lang is”, schrijft Anita Visser (60) uit Angeren. Thea Dolwit schrijft: „Het gaat me niet om het verzetten: de zomertijd is gewoon neptijd met nepargumenten.” „Gewoon met je vette vingers van de wijzers afblijven”, vindt Alfred Steenwinkel uit Nieuwkoop.

Herinneringen

Het einde van het verzetten der tijden roept ook andere gevoelens op. De klok opnieuw instellen is misschien wel hét ultieme ijkpunt en daarmee voor velen verbonden met herinneringen. Aan die eerste zondag dat je weer kon straatvoetballen na het avondeten, of de nacht waarin dat ene feestje nog een uur doorging. Oudere lezers herinneren zich dat mensen opbleven om het mee te maken. „De eerste keer, eind september”, memoreert Willem den Hertog (67) „Ik liep om 2 uur naar huis toen een gemeenteautootje aan kwam scheuren, een stadsklok stilzette en doorreed.” Frank van Laar (68) zat in de bouwcommissie van het nieuwe COC-gebouw in Utrecht en zou helpen bij het slopen van het oude gebouw. „Die zondag eind maart 1978 was het zover. Slechts 2 van de 20 aangemelden waren op tijd…”

Alleen al om die reden willen sommige lezers er niet vanaf. Het geeft een „boost in de beleving van de jaargetijden”, schrijft de 63-jarige Hans de Vries. Het „magische dubbele uur”, noemt Dagmar Varkevisser (68) het. „Natuurlijk is het onzin”, schrijft de Amstelveense. „Maar ik houd ervan.” Rosa (68) uit Dordrecht herinnert zich hoe ze „bij een prille liefdesrelatie uitkeek naar een extra lange nacht”. Velen denken met schik terug aan de laatkomers in de kerk, of onvermoede vroege vogels. De moeder van Mirona Koelemeijer was altijd te laat, en zij dus ook, op school. „Maar deze keer was het doodstil op het schoolplein. Het duurde even voordat het kwartje bij haar viel, maar het bleek dat we om half 8 op school waren in plaats van half 9.”

In iets meer dan 40 jaar zijn zomer- en wintertijd, hoe kunstmatig ook, óók traditie geworden. Amsterdammer Aart Viet hecht helemaal niet aan „tradities en rituelen”, maar noemt het „toch folklore”. „Twee keer de verrassing: ‘Verhip, is het nu al donker?’ of: ‘Jee, het is nog licht.’ Ja, dat vind ik zo zijn charme hebben.”

Wat komt er eigenlijk uit wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van het verzetten van de klok? Lees ook: Tijdwisselen is niet levensgevaarlijk
    • Clara van de Wiel