Samen migratie in goede banen leiden

Marrakesh Migratie-akkoord In december ondertekent Nederland een ‘compact’ over wereldwijde migratie. „Zie het als een groot keukentafelgesprek.”

Het detentiecentrum op luchthaven Schiphol waar onder anderen asielzoekers en illegale of uitgeprocedeerde vreemdelingen verblijven. Foto Evert Elzinga / ANP

Het Marrakesh migratieakkoord? Daar had vicepremier Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) nog nooit van gehoord. Tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad vorige week vrijdag stelde een journalist de vicepremier de vraag of daar niet eerst over gedebatteerd moest worden in het parlement, voordat Nederland zou overgaan tot ondertekenen. Daartoe riep eerder Thierry Baudet (FvD) op. Het debat komt er niet, wel een brief van staatssecretaris Mark Harbers (Migratie, VVD). Baudet diende deze week honderd vragen in over de overeenkomst aan de staatssecretaris. Die zal de overeenkomst namens de Nederlandse regering op 10 en 11 december tekenen in de Marokkaanse stad Marrakesh.

  1. Wat is het?

    Het Marrakesh-migratieakkoord, of voluit het Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration, is een verzameling van internationale, niet-bindende afspraken over het beheersen van migratie wereldwijd. Lidstaten van de Verenigde Naties die het akkoord ondertekenen, zeggen daarmee de handen ineen te slaan om wereldwijde migratie op een veilige manier te laten verlopen en daar ook verantwoordelijkheid voor nemen. „Dit compact stelt vooral een norm”, zegt politicoloog Evelyn Ersanilli, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. „Namelijk dat migranten rechten hebben, en dat staten de problemen die met migratie gepaard gaan niet alleen kunnen oplossen.”

    De afspraken vormen nadrukkelijk geen verdrag, maar een compact. Ersanilli vergelijkt dat met de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN of met internationale afspraken over de bestrijding van aids. Het is voor het eerst sinds decennia dat op deze schaal afspraken worden gemaakt over migratie. Ersanilli: „De laatste keer was bij de opstelling van het Vluchtelingenverdrag in 1951. Deze afspraken zijn echter breder en gaan over het proces van migratie.”

  2. Wat staat erin?

    In het akkoord staan afspraken die betrekking hebben op herkomst-, doorreis- en bestemmingslanden. Het gaat om een soort ondergrens van menselijkheid die landen zeggen te respecteren. Zo beloven landen van herkomst zich in te zetten voor het terugnemen van migranten en zeggen bestemmingslanden voor goede basisvoorzieningen te zorgen.

    Een controversieel punt is dat landen ook toezeggen te blijven zoeken naar legale vormen van migratie. Hanne Beirens, verbonden aan het Migration Policy Institute Europe in Brussel: „Maar dit vormt in geen geval een vrijgeleide om zomaar mensen binnen te laten. De betrokken landen onderkennen dat.”

  3. Wordt migratie hiermee een mensenrecht?

    Ja en nee. Migratie is in zekere zin al een mensenrecht, omdat het iedereen vrij staat ergens te vertrekken als het hem of haar niet zint. Dat betekent niet dat mensen ook het recht hebben terecht te komen op de plek waar ze naartoe willen. Nationale wetgeving is en blijft leidend, dat wordt expliciet benoemd in de tekst. Politicoloog Ersanilli: „Controle over migratie staat aan de kern van wat het betekent om een soevereine staat te zijn. Dat is ook waaraan sommige politici aanstoot nemen in deze overeenkomst. Maar problemen rondom migratie kunnen niet door een land alleen worden opgelost.”

  4. Wat gaat deze verklaring veranderen ten opzichte van de huidige situatie?

    Dat is moeilijk te voorspellen. Omdat er in de overeenkomst geen bindende afspraken staan, zal er vooralsnog niets zichtbaar veranderen. Op termijn zou de overeenkomst een ‘refentiepunt’ kunnen worden, op basis waarvan gedetailleerde afspraken tussen landen worden gemaakt. „Zie het als een groot keukentafelgesprek”, zegt Hanne Beirens, „waarin partijen de bereidheid tonen om naar elkaar te luisteren. Dit is het startpunt. Het worden moeilijke gesprekken, met veel onenigheid, maar ze worden wel gevoerd.” Overigens hebben de VS en Hongarije al laten weten niet mee te doen aan het akkoord. Australië, Polen en Oostenrijk twijfelen.

  5. Kunnen net als in de Urgenda-zaak burgers beroep doen op deze afspraak?

    In de Urgenda-zaak oordeelde het Gerechtshof dat burgers rechten ontlenen aan een klimaatverdrag tussen staten over beperking van de CO2-uitstoot. Tom Zwart, hoogleraar internationaal recht in Utrecht, erkent dat het juridische oordeel „in het bijzonder dat van de rechter” de doorslag geeft. Toch wordt een beroep van burgers op het Compact moeilijk omdat in de preambule staat dat deze afspraak „niet bindend” is.

    Barbara Oomen, hoogleraar mensenrechten aan de universiteit van Utrecht/University College Roosevelt, voegt daaraan toe dat het akkoord geen nieuwe rechten bevat. „Het refereert aan mensenrechten die ook staan in verdragen die Nederland al lang geleden heeft ondertekend”, zegt ze. „Het compact gaat over het samen bekijken van oorzaak en gevolg van migratie en het uitspreken van de wil daarop te handelen. Strikt genomen hoeft Nederland daarna juridisch niets – het is geen verdrag”.

    • Floor Boon
    • Maarten Huygen