Prima eten, maar Evelyn Wu maakt er geen eenheid van

Wie noemt nu zijn restaurant Mood? Een retorisch bedoelde vraag, want ik weet het antwoord — het is Eveline Wu die haar restaurant Mood noemde. Waar ik op doel is dat het Engelse mood zo’n nikswoord is. Je bent in een good mood of in een bad mood en als je in een van je moods bent, kun je maar beter thuis blijven.

Gelukkig zijn we in een happy mood als we op een woensdagavond op de Wilhelminapier aankloppen bij Mood by Eveline Wu, zoals de volledige naam luidt. Wie is Eveline Wu? Al googelend vind ik dat zij 40 jaar oud is, op haar vijftiende met haar ouders vanuit een dorp in de buurt van Shanghai naar Brabant verhuisde en vier jaar later haar eerste restaurant opende. Ze werd eind 2017 uitgeroepen tot ‘etnisch zakenvrouw van het jaar’, een jaar eerder won ze het wereldkampioenschap ‘Chinese cuisine’ dat in Rotterdam werd gehouden. Als horecaondernemer drijft ze nog twee Moods by… in en om Eindhoven, twee Kreeftenbars (Eindhoven en Amsterdam) en een fish’n’chips-zaak, ook in Eindhoven.

In april breidde Wu haar imperium uit met een Mood in Rotterdam en dat op niet zomaar een locatie. Aan haar voorganger op de Kop van Zuid herinneren servies en de deurmat waarop de naam Las Palmas prijkt zoals het restaurant van Herman den Blijker heette. De bon, zie ik bij het afrekenen, rept ook nog van Restaurant Las Palmas. Het voelt een beetje alsof we bij een stel op bezoek zijn dat uit elkaar is maar het over de boedelscheiding niet eens kon worden.

Vanaf ons tafeltje onder een blingbling-kroonluchter hebben we goed zicht op de open keuken waarin hard wordt gewerkt. Het bestuderen van de kaart leidt onherroepelijk tot de vraag welke keuken Mood by Eveline Wu eigenlijk voert. Er zijn sushi’s in alle varianten, maar ook voorgerechten als gyoza in Vietnamese stijl, vitello tonnato, pekingeend en steak tartaar. Bij de hoofdgerechten domineren klassieke ingrediënten als kreeft, kalfssukade, bavette en zwezerik en wat betreft de desserts: daar is met crème brûlée en cheesecake geen woord Chinees bij.

We begrijpen dat we de plek hebben gevonden waar oost en west elkaar ontmoeten, maar stellen bij het op tafel komen van de gerechten vast dat die ontmoeting niet leidt tot wat fusion heet. De nigiri’s (2 euro per stuk) zijn gewoon nigiri’s, dus bolletjes sushirijst met inktvis, paling, tonijn, zeebaars etc. De steak tartare (14 euro) is gewoon steak tartare, zij het langwerpig opgemaakt. Erg lekker allemaal, daar niet van. De pekingeend is op zijn Vietnamees in rijstvelletjes met kruidige sla, komkommer gerold en wordt geserveerd met een kommetje pittige pindasaus.

Om ons beter op de Japanse nigiri’s te kunnen concentreren, vragen we er sake bij. Die moet van ver komen en blijkt dan 12,50 euro per glas te kosten. „Sake wordt bij ons weinig gevraagd”, zegt de gerant en schenkt ons zonder mokken desgevraagd twee halve glazen in zodat we nog budget overhouden voor de fles zweigelt (40 euro) die we daarna gekoeld drinken.

De ribeye (35 euro) is een flinke lap vlees, zoals gevraagd rood van binnen, en er komt een risotto bij terwijl de gerant had gesproken van „Turkse pasta als zetmeel, zeg maar”, dit omdat bij alle gerechten op de kaart de garnering wordt benoemd behalve bij de ribeye. Het vlees is erg mals.

In een diep bord komt de zwezerik met truffelrisotto en een gepocheerd ei (27 euro) op tafel. Het orgaanvlees is zacht van binnen in een krokant korstje van paneermeel, niets op aan te merken.

Maar bijzonder is het allemaal niet. De keukens die hier zijn vertegenwoordigd, beïnvloeden elkaar niet waardoor de kaart meer een voor-elk-wat-wils is dan een culinair avontuur met uitzicht op ongekende horizonten. Als je in de mood komt, ligt dat aan je gezelschap.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.

    • Frank van Dijl