Ook de schaamluis is kostbaar erfgoed

Beest

Nu de schaamluis in zijn voortbestaan wordt bedreigd, brengt zijn collectie up to date. Met zes verse op magic tape.

Toen Britse artsen in 2006 een dramatische afname van patiënten met schaamluis in verband brachten met het ontharen van het kruis, begon ik de actie ‘Red de schaamluis!’. In eerste instantie omdat we in de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam geen enkel ‘platje’ hadden, maar ik kreeg ook door dat het tijd was voor een nieuw symbool van voortschrijdende mondiale ontbossing. De reuzenpanda, ooit bijna uitgestorven door de kap van het bamboewoud, was immers doodgeknuffeld en uit de gevarenzone. Het werkte: de teloorgang van schaamluis werd besproken op verjaardagen en in talkshows, en de museumcollectie werd verrijkt met de overblijfselen van een populatie die ooit onuitroeibaar leek. Momenteel staat de teller op 18 schenkingen van verse schaamluismonsters – vijf van particulieren, de rest gevangen door artsen. Daarmee is wat we in Rotterdam bewaren wereldwijd de grootste verzameling recent verworven materiaal.

Met het schaamluiserfgoed is het slecht gesteld. In de afgelopen tien jaar heb ik waar ik ook was, aangeklopt bij collega-musea met de vraag ‘Mag ik jullie schaamluiscollectie zien?’. Soms ging de deur niet eens open. New York had niks. In Oslo kwam welgeteld één schaamluis uit het depot, in Kopenhagen drie. In Londen, in The Natural History Museum – met ’s-werelds grootste natuurhistorische collectie – vond ik niet meer dan 33 preparaten. Het Smithsonian in Washington is koploper met wel 200 monsters, maar die zijn allen van vóór 1975.

De voortgaande digitalisering van natuurhistorische collecties, waardoor iedereen online museumverzamelingen kan doorzoeken, levert een verrassing op. In de collectie van The Natural History Museum ontdek ik nog wat schaamluizen die onder de verouderde wetenschappelijk naam Phthirius inguinalis ingeboekt zijn, waaronder een juweeltje van een preparaat met als vindplaats ‘hôpital de Rotterdam’. Na wat speurwerk blijken ze afkomstig uit de verzameling van dierluisspecialist Édouard Piaget die van 1846 tot 1882 leraar Frans was aan het Erasmiaans Gymnasium. Hij moet de schaamluizen, de oudst-bekende uit Nederland, in het toenmalige Coolsingelziekenhuis bemachtigd hebben.

Net als ik het gevoel krijg dat de aanwas in Rotterdam opdroogt, ontvangt het museum een anonieme brief, met poststempel Amsterdam, 11 oktober 2018. In de enveloppe vind ik op een stukje cellofaan, gevangen onder een stukje Magic Tape zes schaamluizen. Zou de schenker zich nog even willen melden, voor wat vindplaatsdetails?

    • Kees Moeliker