Omstreden Britse winkeltycoon middelpunt van #MeToo-rel

De eigenaar van onder meer Topshop, Sir Philip Green, is door een ongebruikelijke actie van een Lord aangewezen als hoofdpersoon in een Brits #MeToo-schandaal. De zakenman ontkent.

Foto Simon Dawson - Bloomberg

De aanwezige collega-Lords vertrokken geen spier, toen Peter Hain donderdagmiddag een verbaal bommetje op de vloer van het Britse Hogerhuis wierp. Bijna tussen neus en lippen door noemde Hain de naam van Sir Philip Green, eigenaar van onder meer winkelketen Topshop, als de hoofdrolspeler in een groot Brits #MeToo-schandaal.

The Daily Telegraph weet al tijden dat Green door vijf medewerkers wordt beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag en racistische uitingen. Alleen: de rechter heeft de krant deze week verboden de naam bekend te maken. Dat kan in het Verenigd Koninkrijk met een gagging order, een gerechtelijk bevel waarmee hooggeplaatsten en celebrity’s wel vaker onwelgevallige verhalen uit de media weten te weren.

Hain is als Lord echter niet aan dat wettelijke bevel gehouden. Als lid van het Hogerhuis mag hij zaken publiek maken wanneer hij meent dat dit in het publieke belang is. Na contact met een van de vermeende slachtoffers van Green, besloot Hain dat dit het geval was. Dat heeft tot kritiek van bijvoorbeeld advocaten geleid, die vinden dat het recht op het vrije woord in de House of Lords hier niet voor bedoeld is.

Niet onomstreden

Dat Philip Green (66) nu gelinkt is aan het #MeToo-schandaal, lijkt in het VK minder verbazing te wekken. De schatrijke eigenaar van de Arcadia Group, waar ketens als Topshop en Miss Selfridge onder vallen, is niet onomstreden.

In 2015 verkocht hij warenhuisketen BHS aan een consortium voor 1 pond. Na een jaar bleek dat het pensioenfonds van BHS honderden miljoenen tekort kwam. Vlak daarna ging de keten failliet en kwamen duizenden mensen op straat te staan, mét pensioengat.

Een Lagerhuiscommissie kwam erachter dat Green en zijn familie in de jaren voor de verkoop honderden miljoenen ponden uit het concern hadden gesluisd, ook met behulp van constructies om belasting te ontwijken. Hoewel er geen strafbare feiten werden vastgesteld, noemde de commissie de handelswijze van Green „systematische plundering”. Er klonk, net als nu, een roep om hem het erepredicaat Sir af te nemen.

Green – immer zonnebankbruin, goede vrienden met Kate Moss, Harvey Weinstein en niet vies van de jetset – ontkent alle aantijgingen. In een verklaring laat hij weten dat er in een bedrijf van 20.000 werknemers heus wel eens een schikking wordt getroffen, maar dat hij met seksuele intimidatie of racisme niets van doen heeft.

Maar juist die schikkingen waar Green aan refereert, en dan vooral de daaraan verbonden zwijgcontracten, zorgen er volgens The Daily Telegraph voor dat de waarheid niet boven tafel komt. De krant wil graag meer details over de vermeende wandaden van Green publiceren, maar mag dat van de rechter niet vanwege de zwijgcontracten.

Premier Theresa May heeft daarom deze week aangekondigd dat er onderzoek naar het gebruik van zwijgcontracten komt door de regering. „Zwijgcontracten mogen klokkenluiders uiteindelijk nooit weerhouden, maar het is duidelijk dat sommige werkgevers ze op een ongeoorloofde manier inzetten”, aldus de Britse premier in het Lagerhuis.

Lees ook dit essay van Joyce Roodnat over een jaar #MeToo: #MeToo gaat door. Want nog steeds wordt er weggekeken
    • John Hoogerwaard