Opinie

    • Mirjam de Winter

Ode

Mirjam de Winter

Met de veroordeling van de ‘ripper van Rotterdam’ tot 18 jaar gevangenisstraf heeft het cold case team onlangs twee (van de vijf) ‘prostitutiemoorden’ uit de jaren ’90 opgelost. Vijf kwetsbare vrouwen, verslaafd, zwervend of in de straatprostitutie beland, werden in die periode op beestachtige wijze om het leven gebracht en als oud vuil achtergelaten langs de kant van de weg – op een bouwtterrein, onder een brug of naast het spoor. Omdat een aantal moorden opvallende overeenkomsten vertoonde (messteken in hals, ontklede onderlichamen en bedekte borsten) werd destijds al vermoed dat ze waren gepleegd door dezelfde lustmoordenaar.

Maar na al die jaren kon alleen nog bewijs worden gevonden voor de moorden op Francis Garcia-Hofland (22) en Berendina Stijger (45). Door een toevallige DNA-match leidde vorig jaar het spoor (via de broer van de moordenaar) naar de 59-jarige Schiedammer Albert B. Een gestoorde man, zo blijkt, met een perverse fascinatie voor vrouwen. In de rechtszaal worden foto’s getoond van zijn woning, volgeplakt met pornografische afbeeldingen van vrouwen. Niet alleen de muren, maar zelfs de lampenkappen, deuren, tafels, limonadeglazen en platenspeler zijn beplakt met seksplaatjes. Albert B. heeft op alle afbeeldingen de tepels afgeplakt en zwart schaamhaar tussen de vrouwenbenen getekend.

Niet alleen de ‘ripper van Rotterdam’ kreeg door deze rechtszaak een gezicht, die gaf tegelijk ook een beeld van het leven en de persoonlijkheid van zijn slachtoffers. Vrouwen die we eerder slechts kenden uit beknopte krantenberichtjes. En we zagen de nog altijd verdrietige achterblijvers, zoals de moeder van Francis die maandenlang alle rechtbankzittingen bijwoonde, om er vervolgens thuis aan haar dochter over te kunnen ‘vertellen’, hardop pratend tegen haar foto’s op het dressoir. Toevallig sprak ik net een vroegere vriendin van Francis, die een foto had gevonden waarop ze lachend stond, gemaakt in de beginperiode van haar verslaving. Of ik haar kon helpen aan het adres van haar moeder, omdat die vast blij zou zijn met zo’n vrolijke foto.

Ook stuurde afgelopen week oud-journalist Ad van den Dool me zijn onlangs gepubliceerde boek op, met een zeer gedetailleerde reconstructie van het leven van Uschi K., een van oorsprong Duitse, verslaafde vrouw die in diezelfde periode door Rotterdam scharrelde (ze liep mank door een heupafwijking). In een portiekwoning aan de Mijnsherenlaan schoot Uschi K. in 1991 haar (ook verslaafde) echtgenoot dood, na urenlang door hem te zijn vernederd en gemarteld.

Van den Dool kreeg van de voormalige aids-buddy van Uschi (ze overleed in 2004 aan de gevolgen van aids) een verhuisdoos vol brieven, kaarten, foto’s, agenda’s en dagboeken. Ook sprak hij met vrienden, bekenden, hulpverleners en de rechercheurs die haar zaak onderzochten. Het boek vertelt het hartverscheurende verhaal van een lieve, slimme, maar diep onzekere vrouw die al op haar dertiende werd gegrepen door een allesvernietigende heroïneverslaving. Een vrouw zoals er – net als Francis en Berendina – in die rauwe jaren negentig zoveel van rondliepen in Rotterdam, maar waar we vooral met een grote boog omheen gingen. Haar biografie leest als een ode aan al die verdrietige, anonieme levens van toen en doet postuum – net als de recente veroordeling van de ‘ripper’ – eindelijk een beetje recht aan al het onrecht dat deze vrouwen is aangedaan.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.

    • Mirjam de Winter